nieuws

Schoonmaakoperatie Westergasfabriek geslaagd

bouwbreed

amsterdam – De giftige blauwgroene dampen in de tent over de gashouder op het terrein van de Westergasfabriek trekken langzaam maar zeker op. Een luchtdicht afgesloten rupskraan heeft het puin onder in de gashouder gebroken en vlakt nu asbesthoudende grond uit. Wanneer de klus is afgerond kan de rupskraan voor een algehele revisie terug naar ACTA Milieu- & Veiligheidstechniek.

De hoge concentratie gif bladderde eerst de laklaag van de rupskraan af en tastte vervolgens het staal en de kunststof leidingen van het pneumatische systeem aan. Toch is de operatie een succes. Het vervuilde slib is afgezogen, ingedikt en afgevoerd, de vrijkomende giftige dampen zijn gezuiverd en de maximale waarden aan concentraties gif zijn niet overschreden. ‘We hebben alles onder controle. Het ingedikt slib gaat voor verbranding naar de Afvalstoffenterminal Moerdijk (ATM) en het vrijgekomen water gaat gezuiverd de Haarlemmer trekvaart in. De lucht in de tent zuiveren we continu met scrubbers’, aldus M.C. Groeneveld, projectleider van aannemingsmaatschappij Markus BV die in de Combinatie Gashouder Westergasfabriek met Boskalis Dolman het werk klaart. Maar ondanks de maatregelen ruikt het in de buurt van de tent zeer onaangenaam en komen er nog steeds klachten van omwonenden binnen. Groeneveld: ‘Wat je ruikt is naftaleen. De concentraties zijn gering en in ieder geval onder de maximum norm, maar doordat het gas zwaar is, blijft het boven het maaiveld hangen en dan ruik je het makkelijker.’ Veel gevaarlijker volgens Groeneveld is het benzeen dat praktisch reukloos is en zwaar kankerverwekkend. ‘De maximale concentratie mag voor onze medewerkers niet meer bedragen dan een p.p.m. Wij hebben waarden van 400 p.p.m. in de tent gemeten.’ Juist vanwege de hoge concentraties giftige stoffen is het veiligheidsprotocol streng. Beschermende kleding als laarzen, gaspakken en -maskers en de aanwezigheid van hogere en middelbare veiligheidsdeskundigen die de concentraties continu meten, maken deel uit van het veiligheidsplan. Groeneveld: ‘We zijn wel geschrokken van de emissies in de tent, die we onder andere meten met behulp van twee geavanceerde gaschromatograven. Ten opzichte van het aanvankelijke advies hadden wij de concentraties een factor 10 hoger ingeschat. In de praktijk bleek dat een factor 100 te zijn.’ Doordat de gaswassers de vervuilde lucht niet afdoende konden reinigen, besloot Markus het proces te stoppen en het systeem uit te breiden met actieve koolstofbakken. ‘In totaal hebben we maar liefst acht van die bakken moeten inzetten, omdat ze al na een week verzadigd waren.’ Een alternatief was een affakkelinstallatie, maar die bleek te duur en eigenlijk een beetje boven de maat met een capaciteit van 20.000 kubieke meter per uur. Om veilig in gashouder drie te werken heeft Markus een rupskraan type caterpillar 330B ingezet die compleet luchtdicht is afgesloten en waarbij de machinist wordt voorzien van ademlucht die hij zelf, wanneer de druk in de flessen te laag wordt, kan ‘bijtanken’. De tent is over gashouder drie geplaatst om de giftige dampen die tijdens het ‘roeren’ van de grond vrijkomen, vast te houden en te kunnen zuiveren. ‘Het systeem met de caterpillar heeft uitstekend gewerkt. De eerste taak waarvoor de caterpillar was ingezet betrof het breken van het puin onder in de gashouder om zo het slib dat onder in de houder lag te kunnen afzuigen.’ Die klus is inmiddels geklaard. Het puin is gebroken, gereinigd en ligt op de bodem van de gashouder. De breker is afgekoppeld en de caterpillar is nu voorzien van een lepel om asbesthoudende grond in de gashouder uit te vlakken. Over de vervuilde grond komen een afdichtingslaag en een laag schoon zand tot iets meer dan een meter onder de bakstenen rand. De laatste meter wordt gevuld met schoon water.

Stookhuizen

De vervuilde grond en puin komen van elders van het terrein van de Westergasfabriek en wordt op deze wijze verwerkt in beide gashouders. Een groot deel komt van de opgegraven fundamenten van de voormalige stookhuizen. In een eerste advies op basis van onderzoeksgegevens uit 1988 was hiervoor 10 kubieke meter opgenomen. Uiteindelijk groef de aannemer 4000 kubieke meter af. Over het geheel genomen houdt de aannemer nog zo’n 4000 – 5000 kubieke meter verontreinigde grond over. Wat daar mee gaat gebeuren weet Groeneveld nog niet. Van het terrein afvoeren lijkt vooralsnog geen optie omdat dat buiten de doelstelling van het saneringsplan valt. De slibindikker staat nog wel volop te draaien. Vanuit de open gashouder twee pompte Markus vervuild slib vanaf de bodem naar gashouder drie. ‘Eerst gebruikten we nummer drie als bezinkbak. Het afgescheiden water van het slib ging naar twee die als buffer fungeerde. Het water gaat vervolgens via een waterzuiveringsinstallatie de Haarlemmer trekvaart in. En nu drie schoon is, moet nog een opschoonslag van twee plaatsvinden.’ Anders dan bij gashouder drie ligt op de bodem van twee geen groot puin dat het afzuigen van het slib belemmert. Het ‘bufferwater’ in twee fungeert als stankslot. Een tweede tent is dan ook niet nodig. En dat komt mooi uit want het pvc-doek van de gebruikte tent is onder invloed van de kwalijke dampen door verkleuring totaal afgeschreven. In totaal is iets meer dan 2000 ton zwaar vervuild slib afgevoerd naar de ATM voor verbranding.

Ingevreten

Blinkend werd de nieuwe luchtdichte rupskraan enkele weken geleden geÏntroduceerd. Na enkele weken werk ziet de machine eruit of hij al jaren werk heeft verzet. De lak is er af en tot een meter vanaf de onderkant is de machine pikzwart, vies, ge-lied, geteerd en getectyleerd. ‘Hij kan direct na het werk voor een algehele revisie terug naar ACTA. Veel staal is ingevreten, lagers zijn dichtgekoekt en de slangen van het pneumatische systeem zijn aangetast. Maar toch is het werken met de machine een succes geweest. Na wat problemen met condens dat onder in de cabine klotste en gewenning voor de machinist aan de uitzonderlijke werkomgeving kon de klus goed worden uitgevoerd’, aldus Groeneveld. Alle risico’s voor het saneringswerk van de twee gashouders lagen bij de aannemerscombinatie. Volgens Groeneveld is dat juist een gunstige voorwaarde geweest om het werk goed uit te kunnen voeren. ‘Op deze manier was het proces beter beheersbaar. Met het inventieve uitvoeringsteam hadden we immers zelf de expertise in huis om snel op eventuele problemen in te spelen.’ Het doel van de schoonmaakoperatie was om de gashouders voor 95 procent schoon te krijgen. Volgens Groeneveld is dat ruimschoots gehaald met een percentage van 99 procent. ‘De emissies in de tent waren schrikwekkend’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels