nieuws

NBD biedt deel databank in digitaal formaat

bouwbreed

den haag ­ Om het ontwerpen en tekenen te vergemakkelijken biedt de Nederlandse Bouw Documentatie (NBD) gebruikers sinds kort een nieuw hulpmiddel. Een deel van de productinformatie in de databank van de NBD is omgezet in een digitaal formaat, dat het mogelijk maakt om producten direct te gebruiken in tekenprogramma’s. Ruim twintig fabrikanten bieden bovendien inmiddels een bestekservice via de NBD­databank.

De digitale hulpmiddelen van de NBD zijn mogelijk door een samenwerking met Kubus informatiesystemen in Eindhoven, die zorgt voor de technologie en de technische ondersteuning. Met de speciale besteksoftware (XpS bestekgenerator) van Kubus worden van bepaalde producten direct bestekteksten gegenereerd. Een gebruiker van de NBD­databank klikt op een product van een leverancier die al zo’n bestekservice biedt. Na het invullen van de gevraagde specificaties verschijnen de bestekteksten automatisch op het computerscherm.

Digitaal

De nieuwe dienst van de NBD steunt verder op GDL­objecttechnologie. GDL staat voor Geometric Description Language en is ontwikkeld door het Hongaarse bedrijf Graphisoft om de eigenschappen van bouwproducten digitaal vast te leggen. GDL wordt inmiddels wereldwijd gebruikt. Kubus is de Nederlandse distributeur. Deze technologie zorgt ervoor dat alle eigenschappen van een object worden vastgelegd. Elk onderdeel van een gebouw, van liften, deuren, ramen tot dakgoten, kunnen worden gedefinieerd als object. GDL­objecten bevatten allerlei soorten gegevens: 2D CAD­symbolen voor tekeningen, 3D­modellen voor presentaties, tekstspecificaties voor bestekken en bouwfysische eigenschappen voor berekeningen. Voor elk GDL­object kunnen verschillende parameters worden ingesteld. Een raam heeft bijvoorbeeld parameters waarmee een ontwerper de exacte hoogte, breedte, het materiaal en de stijl van een kozijn kan bepalen. Een van de voordelen van GDL­objecten is wijzigingen in het 3D­model automatisch en direct worden verwerkt in alle tekeningen. Dat zorgt voor tijdwinst en vermindert de kans op fouten.

Internet

Een aantal fabrikanten heeft inmiddels zijn producten in de NBD­databank door Kubus laten omzetten in GDL­objecten. Gebruikers van de databank kunnen deze objecten direct vanaf internet gebruiken in de meest voorkomende CAD­programma’s en opslaan in alle bekende vector­ en rasterformaten. De bedoeling is dat het aanbod van bouwproducten in GDL­vorm in de NBD­databank geleidelijk groeit. “De belangstelling onder leveranciers is groot”, zegt E. Pijnenburg, directeur van Kubus informatiesystemen. “Veel leveranciers kijken naar nieuwe manieren om hun informatie aan te bieden.” Daarnaast gebruiken ze GDL volgens hem ook als hulpmiddel voor de marketing en het beheer van hun producten. Pijnenburg ziet objecttechnologie als een keerpunt in de ontwikkeling van de bouwkundige tekenprogramma’s. Nu is ict volgens hem eigenlijk nog een stiefkind in de bouw in Nederland. Natuurlijk wordt er door architecten, ontwerpers en bouwbedrijven volop gebruik gemaakt van computers en software, maar het gaat om verouderde technologie. “Er is heel veel ontwikkeld en geïnvesteerd in oude 2D CAD­software. Dat heeft tot gevolg dat de volgende stap niet gezet wordt.” Die volgende stap is in zijn ogen objecttechnologie. Als de bouw eenmaal op grote schaal overstapt op objecttechnologie, of dat nu GDL is of een ander formaat, wordt het een stuk makkelijker om informatie uit te wisselen. “Er wordt nu ontzettend veel non­informatie uitgewisseld tussen bouwpartners”, meent Pijnenburg. “Dat die spraakverwarring de bouw heel veel geld kost, daar is iedereen het wel over eens.” Eenduidig definiëren van objecten kan daar een einde aan maken. Alle partijen die bijvoorbeeld samenwerken in een groot bouwproject weten dan dat ze praten over dezelfde gegevens. Maar ook na de oplevering van een gebouw blijft de objectinformatie beschikbaar. Dat is niet alleen handig bij het beheer van het gebouw, maar ook bij eventuele aanpassingen of verbouwingen in een later stadium.

Standaard

Hoewel er allerlei initiatieven gaande zijn om afspraken te maken over eenduidige bouwinformatie, bestaat er dit moment nog geen definitieve internationale standaard voor objectdefinities in de bouw. De grotere bouwbedrijven bereiden zich voor op de overstap naar objecttechnologie. Hoewel Pijnenburg dat toejuicht, vindt hij het tegelijkertijd jammer dat architecten en ontwerpers zich tot nu terughoudend opstellen in de discussie. Daardoor lopen ze het risico dat bouwbedrijven hen gaan voorschrijven hoe ze informatie moeten aanleveren, zonder dat ze daar invloed op hebben. Branchevereniging BNA zou zich actief in die discussie moeten mengen, vindt Pijnenburg. “Het ontbreekt BNA aan visie om het voortouw te nemen. Ze laten een taak liggen, omdat ze te veel op basis van een verouderd paradigma denken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels