nieuws

Louis van Gasteren geeft bouwers hun verhaal terug

bouwbreed Premium

amsterdam – Nog dagelijks verbaasd dat we in het laaggelegen Nederland de voeten droog kunnen houden, maakt hij films, kunstwerken en schrijft boeken. Zo vertelt hij het verhaal dat bouwers zelf niet meer kunnen vertellen, in beslag genomen door de uitvoering en verblind door de details. Vorige week ontving Louis van Gasteren voor die aanpak de Gouden Kalf Cultuurprijs.

Natuurlijk was hij de vijftig jaar die zijn filmcarriËre inmiddels omspant, niet alleen met aannemers, waterbouwers en architecten in de weer. De wereld van Louis van Gasteren is groot en kent vele interessegebieden. Zoals het ruige leven op het platteland van SardiniÎ. Of de Tweede Wereldoorlog en de vraag hoe die een stempel drukte op verschillende generaties. Maar het oeuvre van de Amsterdamse cineast overziend duiken bouwers en ingenieurs geregeld op en vormen onmiskenbaar een terugkerend thema. In de jaren vijftig filmde hij de woningfabriek die aannemer Dura neerzette als antwoord op de naoorlogse woningnood. Daarna volgde een documentaire over de bouw van Nagele in de Noordoostpolder; eind jaren tachtig maakte hij een film over het NAP en wist hij de Rijkswaterstaat zover te krijgen het peilmerk daarvan over te brengen van de Dam naar het nieuwe stadhuis aan het Waterlooplein, waar iedereen het kan zien en aanraken. Want Van Gasteren heeft zich nooit tot ÈÈn medium beperkt. Hij maakte naast films ook boeken en kunstwerken. Het grootste project waarin hij zijn tanden zette, was de oprichting van een studiecentrum en een museale presentatie over de Deltawerken op Neeltje Jans. Architect Frei Otto, van het Olympisch Stadion in M¸nchen, deed mee, net als de constructeurs van Ove Arup. Maar de benodigde 130 miljoen gulden kreeg hij niet bij elkaar en de afgelopen jaren zag hij tot zijn ergernis een slap aftreksel van zijn plan gestalte krijgen op het voormalige werkeiland van de Oosterscheldekering. Zijn jongste, wel voltooide project gaat over Nederlandse ingenieurs die eind 19de eeuw een impuls gaven aan de ontwikkeling van de Japanse waterbouw. De documentaire ëIn een Japanse stroomversnellingí ging vorige week in premiËre op het Nederlands Filmfestival in Utrecht.

Sneldekker

De interesse voor de bouw zat er al vroeg in. Zijn ouders ñ vader was acteur, moeder zangeres ñ rekenden veel architecten tot hun vrienden en de jonge Louis werd meegezeuld naar mening opening. Hij overwoog een tijd om bouwkunde te gaan studeren, maar de filmwereld trok toch harder. Wat bleef was de interesse in techniek. Interesse voor de grote gebaren die ingenieurs soms maken, als ze met een dam de waterhuishouding van een complete delta omgooien, maar zonder oog te verliezen voor de kleine slimmigheidjes. Zoals de oud-Hollandse dakpan, die werd opgevolgd door de verbeterde Hollandse pan, die op zijn beurt plaatsmaakte voor de sneldekker. Ook dat heeft te maken met hoe Nederlanders met (hemel)water omgaan, wat hem mateloos interesseert. Gezegend met twee rechterhanden heeft hij zijn hele leven noestig getimmerd, gesleuteld en constructies in elkaar gezet. In de werkplaats onder zijn huis last hij op zijn tachtigste nog altijd onderstellen in elkaar voor de montagetafels van zijn studio. Die wordt momenteel klaar gemaakt voor het digitale tijdperk. ìIk zal wel in het harnas stervenî, verzucht hij. Onder de projecten waaraan hij nu werkt, bevindt zich de research naar wederom Nederlandse waterbouwers in den vreemde; ditmaal ArgentiniÎ. Tijdens de premiËre van zijn laatste film, heeft hij prinses M·xima alvast informeel op de hoogte gebracht.

Reageer op dit artikel