nieuws

Enqu’tecommissie overschrijdt budget met zeventien procent

bouwbreed Premium

den haag – Uitgerekend de parlementaire enqu’tecommissie naar bouwfraude heeft verkeerd geraamd. Zij hield onvoldoende rekening met het risico op vertraging en juridische problemen. Ook de openbare aanbesteding van een groot deel van het onderzoek voorkomt niet dat de commissie nu 315.000 euro extra nodig heeft.

Wekenlang hebben de commissieleden bouwers en opdrachtgevers doorgezaagd over meerkosten en risico’s. Nu blijkt dat ze zelf hun budget overschrijden met 17 procent. De overschrijding is volgens de commissie het gevolg van ‘niet eerder voorziene uitloop’ en ‘extra benodigde uitgaven ten behoeve van juridische ondersteuning’. De uitloop wijt de commissie vooral aan de vele nieuwe feiten die aan het licht kwamen en de ‘weigerachtige houding van diverse instanties’ die stukken niet wilden afstaan. De rechter moest eraan te pas komen, omdat Deloitte &-Touche de stukken bij het onderzoek naar bouwfraude in de provincie Zuid-Holland niet wilde geven. De enqu’tecommissie verloor het kort geding en moest de proceskosten van 900 euro betalen. Uiteindelijk volgde een hoger beroep waar de accountants verloren. De gang naar de rechter trok andere accountants over de streep om alsnog ook hun dossiers ter beschikking te stellen. De commissie rechtvaardigt de overschrijding van het budget door het recht op inzage en afschrift ook voor komende enqu’tes te verzekeren.

Onwillig

Iets meer dan de helft van het juridisch budget is besteed aan het inhuren van een advocaat voor het proces tegen Deloitte &-Touche. De commissie wijt de hoge advocaatkosten ook aan onwillige getuigen. Ook de bouwers huurden veelvuldig juridische adviseurs in. De advocaat van de firma Koop raadde de opgeroepen getuigen zelfs aan niet te verschijnen, of anders te zwijgen. Uiteindelijk waren ze er allemaal. Zelfs J. Spaargaren, adjunct-directeur van Koop-Tjuchem, in tweede instantie op de extra verhoordag, vanwege eerder verblijf in het buitenland. Extra kosten zijn ook gemaakt om de bescherming van ingeschakelde onderzoekers tegen aanspraak van derden te regelen in de Wet op de parlementaire enqu’te. Een rechter had daartoe geadviseerd, naar aanleiding van een onderzoek in opdracht van de parlementaire enqu’tecommissie opsporingsmethoden (IRT). H. van de Bunt, de onderzoeker in kwestie, omschreef zijn conclusies niet zorgvuldig genoeg, waardoor de beschuldigde uit het rapport viel op te maken. Daarmee voldeed Van de Bunt niet aan de beloofde geheimhouding. De rechter verwierp de aanspraak die Van de Bunt maakte op immuniteit van deelnemers aan parlementaire vergaderingen. Hij adviseerde echter wel om de wet aan te passen, aangezien parlementaire enqu’tes steeds vaker onderzoekers inschakelen.

Maatregelen

De commissie heeft volgens de brief bij de aanvraag van het extra budget al maatregelen getroffen. Volgende parlementaire enqu’tes hebben daar ook weer profijt van. De verkeerde raming en aanvraag voor extra geld is niet van invloed op de verschijningsdatum van het eindrapport. Die blijft dan ook staan op 12 december.

Reageer op dit artikel