nieuws

ëBouwers durven niet trots te zijní

bouwbreed

amsterdam – Het is zonde dat bouwers de verbeeldingskracht die ze in hun werk aan de dag leggen daarbuiten niet kunnen overbrengen, vindt Cineast Louis van Gasteren. Iets meer trots zou wel op zijn plaats zijn. Gesprek met een cineast met een passie voor de bouw, die van plan is in het harnas te sterven.

Onvoorstelbaar vindt hij het, dat hÏj moest ontdekken dat de Japanners hun nulniveau bij hoogtemetingen van Nederlanders kregen. Hij begrijpt niet dat Nederlandse waterbouwers daar niet allang van op de hoogte waren. Dat ze hun eigen historie niet wat meer koesteren. Want bij het Tokio Peil alleen bleef de Nederlandse inbreng in het land van de rijzende zon niet; ook woorden als bleeslaag, wiep en krib zijn ingeburgerde begrippen in de Japanse taal. En de Japanners hebben de ingenieurs, watermannen in Van Gasterens woorden, die hen die termen schonken heel hoog. Vereren ze in monumenten en fraai gedecoreerde graven. Terwijl in Nederland niemand van hun bestaan afweet.

Zichtbaar

Toen Van Gasteren de toenmalige directeur-generaal J. van Dixhoorn vroeg waarom Rijkswaterstaat zijn geschiedenis niet wat meer koestert, luidde het ontnuchterende antwoord dat ìwe ons werk doen, maken het af en gaan dan weer verderî. ìAltijd weer dat Calvinistischeî, moppert Van Gasteren. ìWe doen alles met water, maar trots erop zijn of ermee spelen durven we niet. We zijn immers ook geen land van fonteinen? Daarvoor moet je in Sint Petersburg zijn of in Rome, maar niet in Amsterdam.î Om iets van die nationale worsteling met het water zichtbaar te maken, haalde Van Gasteren eind jaren tachtig het peilmerk van het NAP naar het stadhuis van Amsterdam. Iets later bracht hij zijn documentaire ëEen zaak van niveauí uit. ìZelfs Duitsers weten nog meer over het NAP dan Nederlandersî zegt Van Gasteren bijna verontwaardigd. Nadat de documentaire in vertaling door de Duitse WDR was uitgezonden, kreeg hij honderden brieven binnen. Zo kwam hij erachter dat in het lijflied van de Duitse landmeters een strofe is gewijd aan de zogenaamde ëAmsterdammer Pegelí. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw haalden de Duitsers hun nulniveau voor hoogtemetingen weg uit Nederland. Net zo goed als alle Europese landen aanhaakten op het NAP. Maar wat weten Nederlanders ervan? ìDie weten nog niet eens waar de afkorting voor staatî, schampert de cineast. ìRoepen steevast: Nieuw Amsterdams Peil. Maar het is Normaal Amsterdams Peil. Omdat de verschillende peilen die steden sinds de 17e eeuw hanteerden eind 19e eeuw werden genormaliseerd. Zo zit dat en niet anders.î

Bloedgroepen

Tijdens het werken aan de documentaire ëIn een Japanse stroomversnellingí, stuitte Van Gasteren op nog zoín intrigerend gegeven, waar hij in het Nederlandse circuit maar geen oor voor vond. Twee Nederlandse waterbouwers die samen in Japan werkten sloten vriendschap, om weer te vervreemden door hun verschillende professionele achtergrond. De een, George Escher, had gestudeerd in Delft en schopte het na zijn verblijf in Japan tot hoofdingenieur-directeur bij Rijkswaterstaat. Een positie die voor Johannis de Rijke niet was weggelegd, aangezien hij het vak in de praktijk had geleerd. De spanningen die dat teweeg bracht, vormen een rode draad in Van Gasterens documentaire. De cineast had de lijn graag doorgetrokken naar het heden. Want hij vermoedt dat het dezelfde spanning is die vandaag bestaat tussen de twee ingenieursbloedgroepen, ëingí en ëirí. Hij wilde daar graag eens over praten met Kivi en Niria, maar ving bot bij beide organisaties. ìOok zoiets onvoorstelbaars. Het ging me er niet om iemand beentje te lichten, of fondsen te werven voor mijn geldverslindende projecten; ik wilde gewoon weten hoe het zat. Uit oprechte nieuwsgierigheid.î De brieven van de ingenieurs waarin die spanning voelbaar was, vond hij in archieven tijdens de research voor de documentaire. Die correspondentie worden binnenkort integraal gepubliceerd.

Balgstuw

Gevraagd naar zijn favoriete waterwerk, valt er een lange stilte. Opmerkelijk, gezien de rappe prater die Van Gasteren is. In gedachten loopt hij alle kunstwerken langs. De droogmakerijen, de Afsluitdijk, de Oosterscheldekering… zelfs de balgstuw passeert de revue. Via zijn Japanse vrienden is hij op de hoogte gehouden van alle ins en outs van de opmerkelijke waterkering. Het doek voor de opblaasdam is immers afkomstig van de Japanse firma Bridgestone. Hij vindt het een fascinerende oplossing om water te keren. Veel eleganter dan dat rare ding in de Nieuwe Waterweg, waar zijn technische intuÔtie hem ernstig aan doet twijfelen. Maar alles overziend, gaat zijn voorkeur toch uit naar een klein sluisje in een polder onder Edam. Een heel simpel exemplaar, waar iedereen achteloos aan voorbijgaat. Maar als je daar tijdens een strenge winter naar toe schaatst, voel je zo mooi aan den lijve wat dat sluisje doet. Dat enorme niveauverschil dat het in stand houdt.

Waardering

De functie teruggebracht tot zijn essentie. Daar houdt hij van. Net zoals die bronzen knop in de kelder van het Amsterdamse stadhuis die het 0-niveau van het NAP markeert. En niet te vergeten natuurlijk de meetbout in de gevel van zijn eigen huis aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam. Als waardering voor zijn werk werd die bij de laatste nauwkeurigheidswaterpassing door Rijkswaterstaat opgenomen in het landelijke NAP-meetnet. Het kleinood, dat op een hoogte van exact + 1,189 meter +NAP in de gevel is geslagen ,speelt een eigen bescheiden rol in de Nederlandse waterhuishouding. Onverstoorbaar. De eeuwigheid trotserend. Net als die man die daarachter woont en met een ware doodsverachting almaar doorgaat met films maken. Louis van Gasteren bij het NAP Peilmerk: We doen alles met water, maar spelen ermee strookt niet met onze calvinistische volksaard. Foto: Roger Cremers ëZe weten hier niet eens waar NAP voor staatí

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels