nieuws

Budgetten gevaarlijk onvoorspelbaar

bouwbreed Premium

den haag – Grote projecten hebben nog altijd de neiging om financieel uit de klauwen te lopen. De pot onvoorzien gaat altijd op en de richtlijn om te versoberen werkt onvoldoende. De miljardenprojecten drukken zwaar op de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, maar blijken ook keer op keer uit de begrote budgetten te lopen. Het probleem is samen te vatten onder het kopje risico en meerwerk.

analyse

De Tweede Kamer maakt geen problemen, dus deze praktijk gaat gewoon door. Met een Betuwelijn, de hogesnelheidslijn en Westerscheldetunnel krijgt minister De Boer waarschijnlijk nog te maken met gemene addertjes onder het gras. Een of twee procent op de miljardenbegrotingen loopt minimaal in de miljoenen. Wat voor de grote projecten geldt, gebeurt in het klein ook bij de andere werken. De bouwers spinnen garen bij de overschrijdingen en anticiperen soms al op de verwachte meerwerkopbrengsten. Ook innovatieve contracten blijken niet waterdicht, met als gevolg dat aannemers hogere rekeningen declareren bij de overheid en claims indienen. Even voor de duidelijkheid: in ruil voor de meerkosten wordt ook extra werk verricht. Bouwprojecten zijn nu eenmaal maatwerk en kunnen gemakkelijk te maken krijgen met onverwachte tegenvallers. Grondverwerving, procedures en vergunningen vormen maar een bescheiden aandeel in het risico. Ongelukken en prijsstijgingen zijn een ander probleem. Maar het grootste deel van de meerkosten is nog altijd het gevolg van extra eisen die de opdrachtgever stelt gedurende de uitvoering van het werk. Ze zijn het gevolg van praktische problemen die opduiken tijdens de bouw of kunnen te maken hebben met actuele discussies zoals veiligheid.

Gebruikelijk

Het is dan ook zeer gebruikelijk om op de begroting een post onvoorzien op te nemen met daarin 10 tot 20 procent van het uitvoeringsbudget. Zo heeft de Betuwelijn een pot van 275 miljoen, de HSL een budget van 450 miljoen en de Westerscheldetunnel een bedrag van 50 miljoen achter de hand. In alledrie de gevallen is de verwachting dat deze reserves schoon opgaan. Bij de Westerscheldetunnel is het al zeker dat een gat ontstaat van minimaal 15 miljoen. Het gaat dan echt om meerkosten, want alle contracten hebben al een voorziening voor jaarlijkse indexering op basis van inflatie. Niemand lijkt meer verbaasd op te kijken van honderden miljoenen verschil tussen vastgestelde begrotingen en de uiteindelijke rekeningen. Het budget van de Betuwelijn is opgeklommen van 3,7 miljard in 1995 naar 4,7 miljard nu. De HSL-werd in 1995 vastgesteld op 3,4 miljard en werkt momenteel met een begroting van 7,6 miljard. Uiteraard houdt het ministerie het parlement halfjaarlijks op de hoogte van de gang van zaken. Vertragingen, tegenvallers, inflatie en extra kosten worden netjes opgeschreven en zonder morren geaccepteerd. Spannende debatten gaan altijd over wel of niet aanleggen van een project. De elfde en twaalfde voortgangsrapportage leveren nauwelijks boeiende discussies op. Tweede-Kamerleden vragen vaak wel aandacht voor de actuele discussies van dat moment, zoals veiligheid of een klacht van een individuele gemeente. Geen haan die ernaar kraait als de oplossing van zo’n probleem weer ettelijke miljoenen kost. Maar weinigen doorgronden de opzet van het Infrastructuurfonds en het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT). Het heeft zijn voordelen dat met budgetten kan worden geschoven, maar helder van opzet is het allerminst. Het zou geen kwaad kunnen vanaf 2010 een transparantere lijn te kiezen waarbij budgetbeheersing prioriteit verdient.

Versoberen

Rijkswaterstaat experimenteert al met andere methoden en accepteert budgetoverschrijdingen niet meer zomaar. Beleidslijn is extra kosten binnen het project op te lossen door de rest te versoberen. Een ander voorbeeld van budgetbeheersing is te zien bij de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. De minister heeft de risico’s bij de gemeente neergelegd en draait niet op voor extra kosten. Een soortgelijke aanpak is gekozen voor de Zuiderzeelijn. Het kabinet heeft daar 2,7 miljard voor gereserveerd en het bedrijfsleven mag met private financiering snelle varianten uitwerken. Het Rijk blijft op zo’n manier binnen de begroting, maar de meerkosten en het risico vertalen zich op deze manier in het prijskaartje.

Reageer op dit artikel