nieuws

Aandacht voor veiligheid mag niet verslappen

bouwbreed Premium

Aandacht voor veiligheid mag niet verslappen

Veiligheidsregels worden nog altijd op grote schaal genegeerd door bouwbedrijven, zo bleek deze week weer eens uit onderzoek van de Arbeidsinspectie. Heeft investeren in veilige arbeidsomstandigheden nog wel zin? Wordt het niet gewoon eens tijd dat de bouw accepteert dat ongelukken nu eenmaal bij de sector horen?

T. Hokken, hoofd arbeidszaken Algemeen Verbond Bouwbedrijf: ìVeilig en gezond werken is belangrijk. Dat geldt voor ieder werk in elke sector. De bouwsector heeft hierin afgelopen jaren zwaar geÏnvesteerd. Dat loont. Cijfers over dalend ziekteverzuim tot onder het landelijk gemiddelde en de verminderde instroom in de wao tonen dat het een goede zaak is hier tijd, geld en energie in te steken. Dat bij inspectie van bouwplaatsen blijkt dat de dagelijkse werkelijkheid weerbarstig en nog steeds voor verbetering vatbaar is, mag geen reden zijn de aandacht voor dit onderwerp te laten verslappen. Integendeel! Niemand – zowel aan werknemers- als aan werkgeverskant – ontkent het grote belang van veiligheid en gezondheid en de noodzaak daarvoor passende maatregelen te nemen. Het probleem zit in het handelen van iedere dag en het naleven van daarvoor noodzakelijke – maar soms lastige – regels. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer om ervoor te zorgen dat die regels worden nageleefd om het onderkende doel te realiseren.ë

C. van Vliet, algemeen directeur Arbouw: ìOnze stellige overtuiging is dat de bedrijfstak wel degelijk in staat is gezonder en veiliger werken met resultaat te bevorderen. Dat blijkt ook uit de cijfers. In 1989 had de bouwnijverheid een verzuimpercentage van 10,4 procent en een wao-intredepercentage van 3,0 procent. Deze percentages lagen toen ver boven het landelijk gemiddelde. In 2001 is het verzuimpercentage 5,6 procent en het intredepercentage 1,4 procent. De huidige cijfers liggen op of zelfs iets onder het landelijke gemiddelde. De bouwnijverheid heeft dus duidelijk een sterkere daling doorgemaakt dan de andere bedrijfstakken. Onze eigen onderzoeken laten ook zien dat op veel aspecten van de gezondheid en de arbeidsomstandigheden minder klachten zijn dan in 1989. De sterkste daling van klachten betrof echter de onveiligheid. Van het bouwplaatspersoneel vond nog 22 procent in 1989 dat het met de veiligheid op de bouwplaats niet in orde was. In 2000 was dat 14 procent. Vergelijkbare ongevalscijfers zijn uit 1989 niet voorhanden, maar de cijfers van de afgelopen 5 jaar laten een lichte daling zien van het aantal arbeidsongevallen, ook zijn er minder ernstige ongevallen en is er sprake van minder verzuim en minder ziekenhuisopnames als gevolg van een arbeidsongeval. In de publicatie van het ministerie van Sociale Zaken ‘Sectorale kosten van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid’ wordt geconstateerd dat de bouwnijverheid per werknemer ruim 159 euro per werknemer meer uitgeeft dan het landelijk gemiddelde van alle bedrijfstakken in Nederland. De conclusie van dit rapport is dan ook dat het preventiebeleid in de bouw wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen. Onze stelling is veeleer dat investeren in veiligheid en gezondheid geen zaaien op rotsen is, maar een kwestie van continu gerichte aandacht en lange adem om succesvol te zijn.ë

F. van der Weert, Corporate Safety Manager van HBG: ìIn ons bedrijf geldt: elk ongeval is er ÈÈn teveel, dus moeten we alles op alles blijven zetten om ongevallen te voorkomen. Natuurlijk is er door de branche geÏnvesteerd in veiligheid. Maar in relatie tot de omzet gaat het om beperkte bedragen. Meer veiligheid vraagt in de eerste plaats om een andere mentaliteit en ook om een andere organisatiecultuur. Dat kan niet zonder substantiËle investeringen, bijvoorbeeld in opleidingen en in een ander inkoopbeleid. Zo zou bij de keuze van onderaannemers de veiligheidsprestatie een even zwaar selectiecriterium moeten zijn als de laagste prijs. Door HBG is in de afgelopen jaren bewezen, dat investeringen in veiligheid wel degelijk tot meetbare positieve resultaten leiden. Door aandacht te schenken aan veiligheid op alle managementniveaus is het aantal ongevallen per honderd medewerkers sterk gedaald. Tegelijkertijd hebben we met zogenoemde safety awareness audits vastgesteld, dat het veiligheidsbewustzijn in onze organisatie is toegenomen. Onze groepsmaatschappijen in met name Duitsland en BelgiË hebben de afgelopen jaren spectaculaire vooruitgang geboekt. Naarmate de veiligheid toeneemt, wordt het moeilijker om de doelstellingen nog verder omlaag te brengen. Toch blijft dat onze enige opdracht: steeds veiliger. Dat vraagt voortdurend nieuwe investeringen en inspanningen. De risico’s in de branche zijn hoog, maar vrijwel alle ongevallen zijn te vermijden door een beter risico- en veiligheidsmanagent.ë

C. van den Berg, veiligheidskundige Aboma+Keboma: ìOgenschijnlijk lijkt het dat alle investeringen ten spijt, de veiligheid in de bedrijfstak ‘bouw’ maar niet verbetert. Of dit een juiste conclusie is, mag worden betwijfeld. We menen te kunnen vaststellen dat bij de grote bouwers de laatste jaren dankzij deze investeringen, de veiligheid op de bouwplaatsen is toegenomen. Het rapport ‘Veiligheid in de Bouw’ uit 2000 wijst duidelijk in die richting. Het aantal arbeidsongevallen in de periode 1970-1999 blijkt duidelijk verminderd. Als belangrijkste oorzaken van deze verbetering werden genoemd de meer beleidsmatige aanpak van het arbeidsomstandighedenbeleid en de inzet van een arbo-co-rdinator, beter materieel en gereedschap, VCA-certificering en de inschakeling van externe deskundigen. Een andere conclusie van het door het het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid uitgevoerde onderzoek was dat de kleinere (onderaannemers-)bedrijven nogal eens onvoldoende aandacht hebben voor veiligheid. Deze conclusie wordt gestaafd door het resultaat van de onlangs door de Arbeidsinspectie gehouden landelijke actie. Maar deze conclusie kan ook worden getrokken als men eens kritisch door een woonwijk loopt en de veiligheidsmaatregelen beoordeelt die door kleinere bouwbedrijven worden getroffen. Tijdens het recent gehouden Wereldveiligheidscongres in Wenen werd vastgesteld dat steeds meer werk in de bouw aan kleinere bedrijven werd uitbesteed. Kleinere bedrijven, waar juist de zorg voor goede arbeidsomstandigheden veelal minder goed is geregeld, voeren in toenemende mate juist de risicovolle werkzaamheden uit. Dat zou verklaren dat het aantal ernstige ongevallen op de bouwwerken de laatste jaren toeneemt, een situatie die ook in de andere EU-landen wordt waargenomen. Blijkbaar blijft de groep kleinere bouwbedrijven, daar waar het over veiligheidsaspecten gaat, momenteel achter. BouwNed, de landelijke bouwwerkgeversorganisatie, heeft dit probleem onderkend en stimuleert (met praktische hulpmiddelen en een soort subsidieregeling) de aangesloten bedrijven verandering in deze situatie te brengen. Daarnaast constateren we dat bij kleine bedrijven, die inderdaad externe deskundigen inschakelen, de mate van zorg voor goede arbeidsomstandigheden en derhalve de veiligheid op de bouwplaats toeneemt. Verhoudingsgewijs is het inschakelen van externe deskundigheid voor een klein bedrijf echter een veel duurdere aangelegenheid, dan voor de grotere bedrijven. Naar verwachting zal de in voorbereiding zijnde regelgeving, die de sociale verantwoordelijkheid van hoofdaannemers voor hun onderaannemers benadrukt, hier verbetering in brengen. Dat een verbetering nog steeds noodzakelijk is, staat buiten kijf. De verbetering dient in onze ogen niet alleen maar te worden gezocht in meer regelgeving, maar ook in een stimulering om de bestaande regels ter harte te nemen door degenen ìdie deze nog steeds aan hun laars lappenë.

Reageer op dit artikel