nieuws

Woonwet geeft bewoners meer rechten

bouwbreed

Het Rijk gaat zowel corporaties als gemeenten verplichten hun woonbeleid vast te leggen. Corporaties moeten allemaal een prestatieplan maken en worden gecontroleerd op de uitvoering ervan. Gemeenten met een herstructureringstaak worden geacht een woonvisie voor vijf jaar op te stellen.

Het kabinet heeft afgelopen week de Woonwet vastgesteld waarin de rechten en plichten voor corporaties zijn vastgelegd. Uitgangspunt is dat de wensen van bewoners beter terugkomen in het beleid van corporaties, gemeenten en particuliere verhuurders. De nadruk ligt meer op het wonen en minder op de woning. Daarom vervangt het ministerie van VROMde term woningcorporaties voor het woord wooncorporaties. Tot dat de wet met het advies van de Raad van State bij de Tweede Kamer is ingediend, is de tekst niet openbaar.

De belangrijkste vernieuwing van de Woonwet is de sterkere positie van bewoners. Zowel in de huur als in de koopsector heeft de burger nu weinig invloed. Het wetsvoorstel regelt de zeggenschap op buurtniveau door bewoners meer te betrekken bij de inrichting en bij het beheer van hun nabije woonomgeving. Gemeenten en verhuurders krijgen de plicht om bewoners, ook individueel, informatie te verstrekken of overleg met hen te plegen. De kantonrechter kan vaker worden ingeschakeld als standpunten van huurders worden genegeerd.

Vermogen

Gemeenten met oude wijken zijn verplicht iedere vijf jaar een woonvisie vast te stellen. Corporaties moeten deze visie als basis nemen bij het opstellen van hun prestatieplan. Het is de bedoeling dat daarin (investerings) plannen worden vastgelegd. Hun vermogen wordt geschat op ruim 25 miljard euro en het is de bedoeling dat daarvan een fors deel wordt geïnvesteerd.

Daarbij denkt het ministerie aan aan stedelijke vernieuwing, verruiming van het assortiment van woningen en woondiensten (koop en huur) en verhoging van de kwaliteit van woningen en woonmilieus.

Voorwaarde is dat deze activiteiten bijdragen aan verbetering van de huisvesting van kwetsbare groepen. Daarmee verdwijnt het huidige onderscheid tussen kern- en nevenactiviteiten.

Aangescherpt is ook dat de sector als geheel de wettelijke plicht krijgt om hun vermogen zo goed mogelijk in te zetten, zodat taken en middelen met elkaar in evenwicht zijn. Soms zal daarbij de nadruk van de activiteiten van een wooncorporatie liggen op lokale prestaties, bij andere ligt de nadruk juist op het vermogen om bij te dragen aan opgaven elders.

Rechtmatig

Het ministerie gaat strenger te controleren op activiteiten die niet voldoen aan de voorwaarden. Daarvoor wordt het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting omgevormd tot het Toezichtorgaan Wooncorporaties, dat naast het financieel toezicht gaat toezien op de rechtmatigheid van de inzet van de corporaties.

Een corporatie die substantieel onvoldoende prestaties levert (taakverwaarlozing) kan met deze wet via een aanwijzing worden gedwongen om bepaalde prestaties wél te leveren.

In het jaarlijks verslag van de corporatie aan het toezichtorgaan en aan het ministerie moet voortaan ook een opgave komen van de hoogte van de salarissen en andere vergoedingen van individuele bestuurders en commissarissen.

Het wetsvoorstel biedt verder de mogelijkheid voor corporaties uit de sociale huursector te stappen. In de praktijk moet dit echter wachten tot daarvoor een regeling (AmvB) is vastgesteld met onder meer de vergoeding die zo’n corporatie dan moet betalen om het maatschappelijk gebonden vermogen voor de sector te behouden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels