nieuws

Woningcorporaties vragen soepelheid

bouwbreed

De ruimte die woningcorporaties hebben (en willen krijgen) zal een discussie blijven, zolang het speelveld voor de corporaties niet wordt verruimd passend binnen hun mogelijkheden en marktomstandigheden, meent Ed Stekelenburg. De discussie zal niet eindigen door het speelveld te beperken vanuit alleen de klassieke volkshuisvestingsmissie, aangevuld met wat maatschappelijk gewenste ruimte.

Corporaties die kansen en noodzaak zien als inspiratie voor een zeer ruime definitie van hun speelveld zullen tegen de grenzen blijven opboksen om de ruimte te krijgen voor het realiseren van een bedrijfskoers, die verder kijkt dan de beperkte blik van een overheid. Deze kleine toekomstvoorspelling neemt als uitgangspunt dat corporaties mogelijkheden en ook de noodzaak hebben om de woonmarkt veel breder te bespelen dan zij vanuit hun klassieke overheidsgestuurde taken deden.

Bedrijven, die door de overheid beperkt worden in het pakken van kansen, die juist hun voortbestaan continueren (en zelfs bedreigingen wegnemen voor dat voortbestaan) zet je nooit voor lange duur in het hok. De grote concernachtige corporaties bereiken zo langzamerhand het niveau, dat zij uit het hok stappen of de druk kunnen opvoeren om het hok te herdefiniëren tot een ruime speelplek. Daarbij zullen zij wel een goed verhaal moeten hebben, dat iets meer is dan de noodzaak tot schaalvergroting en de behoefte aan nieuwe inkomsten.

Krampachtig

De overheid heeft in het verleden overigens wel meer krampachtig vastgehouden aan beperkte definities van het speelveld voor partijen in een sector. Tegenwoordig zijn het steeds vaker internationale ontwikkelingen of regelgeving die de overheid dwingen de ruimte voor een sector te verruimen, zie de energiesector of het hele mediaveld. Als de overheid de krampachtigheid afwerpt doet men dat soms wat stijfjes (de televisiewereld is nog steeds een krampachtig gestructureerde sector) en soms met ongekende soepelheid.

Een voorbeeld van hoe de overheid met (een overigens zeer geleidelijke) soepelheid inspeelde op verandering van een sector is te zien bij een kijkje op de verandering van het bankwezen in ons land. Waren de Nederlandse banken dertig jaar geleden nog bijna praktisch geheel afhankelijk van activiteiten als gevolg van de rentemarge (vooral kredietverlening), toen de rentemarge grote schommelingen ging vertonen en in hoge mate onvoorspelbaar werd en de spaartegoeden ook nog eens terugliepen, zagen de banken zich genoodzaakt andere niet of minder van de rentemarge afhankelijke activiteiten te ontwikkelen.

De banken gingen meer activiteiten ondernemen als het participeren in bedrijven (de rol van investeerder) en het begeleiden van beursintroducties van bedrijven en zelfs particulieren ondersteunen bij de handel in effecten. Dit zijn allemaal activiteiten, die we nu heel gewoon vinden passend bij het karakter van een bank. Maar toen werd daar toch wat huiverig op gereageerd, vooral door de overheid en dan met name de toezichthouder de Nederlandsche Bank.

Accepteren

Maar de overheid moes t de verruiming van het speelveld op den duur wel accepteren, want het fundament voor de banken werd te zwak, indien men alleen op de klassieke manier bleef bankieren. Internationale ontwikkelingen als het internationaliseren van de kredietverlening aan het bedrijfsleven (trekken geld aan waar dat het goedkoopst is) en de opkomst van buitenlandse banken in ons land deden de koers van de overheid veranderen.

De banken kregen hun ruime speelveld (met een nog immer strak toezicht), waarbij schotten met de verzekeringssector zelfs verdwenen (een mooi leerpunt voor de sectoren wonen en zorg) en de overheid eigen bankdiensten privatiseerde.

Nu wil ik het bankwezen niet gelijktrekken met de corporatiesector. Maar leerpunt is dat de overheid het speelveld voor banken verruimde, toen de begrenzing daarvan het voortbestaan van de banken beknelde en bereid was sectorgrenzen en de door de overheid te controleren taken te herdefiniëren.

De Nederlandse banken zijn sindsdien alleen maar sterker geworden (en dat is ook een belang van de overheid), terwijl de overheid er in geslaagd is de controle op de banken vanuit een andere definitie van het speelveld nog steeds effectief te houden. Voor het herordenen van het speelveld bestaande uit de volledige woonmarkt zijn er lessen te leren van andere sectoren.

Het gaat er daarbij met name om de aanbodzijde anders in te richten zonder een verlies op voor de maatschappij belangrijke prestaties van de aanbieders.

Daarbij hoeven we niet te wachten op de aanwezigheid van internationale ontwikkelingen als drukmiddel maar kunnen we ons op dit moment voornamelijk beperken tot een goede analyse van de eigen markt met de aanwezige sterkten en zwakten.

Overheid moet krampachtigheid snel afwerpen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels