nieuws

Pecos zet strijd tegen baggerkartel voort

bouwbreed

Baggerverwerker Pecos zet zijn strijd tegen het misbruik van economische macht door Rijkswaterstaat voort. Tegen een negatieve beslissing van kartelwaakhond NMa maakt het inmiddels failliete bedrijf bezwaar bij diezelfde NMa. Het onderzoek dat heeft geleid tot die uitspraak is zeer matig geweest, vindt directeur A. van den Ende.

Pecos is niet blij met de afwijzing van de klacht getuige het bezwaarschrift. Het bedrijf vindt dat de NMa geen antwoord heeft gegeven op de centrale vragen die in de klacht zijn verwoord. Door in de afwijzing te volstaan met de melding dat het gaat om de uitvoering van een overheidstaak waardoor de klacht niet ontvankelijk kan zijn, maakt de NMa zich volgens Van den Ende er met een Jantje van Leiden vanaf.

Die indruk is op zijn minst gewekt door de mondelinge mededeling dat de werkdruk bij de kartelwaakhond noopt tot het stellen van prioriteiten. “Wij bemerken dat dit invloed heeft gehad op het resultaat van uw onderzoek. Wij zien niet in hoe een toezichthouder als de NMa een klacht kan verwerpen ten gevolge van hoge werkdruk”, aldus de Pecos-directeur in zijn bezwaarschrift.

Dit klemt in zijn visie temeer, omdat het niet alleen om de zaak Pecos gaat, maar om alle baggerspecieverwerkingsbedrijven. De vragen zijn immers of in de markt van baggerspecieverwijdering verwerkingsbedrijven een eerlijke kans hebben, er toetredingsbelemmeringen bestaan en of er concurrentie mogelijk is. “Op die centrale vragen gaat u onvoldoende in. U doet met uw reactie voorkomen alsof er in de markt van de baggerverwijdering niets aan de hand is, dat er een evenwichtige verdeling van kansen en mogelijkheden bestaan en dat er een ‘normale’ marktwerking plaats kan vinden.”

Misbruik

De NMa meende in zijn oordeel over de oorspronkelijke klacht van Pecos dat ‘niet aannemelijk is dat er sprake is van misbruik door Rijksdepots’. Daardoor heeft de kartelwaakhond maar niet gekeken naar de vraag of de depots beschikken over een economische machtspositie. Pecos vindt dit een omdraaiing van de gebruikelijke werkwijze. Als er gekeken moet worden of er sprake is van misbruik van economische machtspositie, dan is allereerst nodig dat vastgesteld wordt of er sprake is van een machtspositie, meent Van den Ende.

Volgens hem was het oordeel van de NMa anders geweest als daar wel eerst naar gekeken was. Dan was vastgesteld dat de baggerdepots helemaal niet bedoeld waren voor klasse 3 en 4 specie. Op een gegeven moment hebben de rijksdepots zichzelf vergunning gegeven die specieklassen wel te bergen. Daardoor ontstond er een bedreiging voor de markt van baggerverwerkers als Pecos.

Helemaal in het verkeerde keelgat schiet de opmerking van de NMa over de tariefstelling bij de rijksdepots. Daarin zouden alle kosten van aanleg, onderhoud en nazorg zitten. “U vond, de vele bewijsstukken, bijlagen en verwijzigingen van Pecos ten spijt, kennelijk de enkele verwijzing van het ministerie (van Verkeer en Waterstaat) voldoende om de verklaring van het ministerie aannemelijker te achten dan die van Pecos om vervolgens tot uw eindoordeel te komen”, reageert Van den Ende daarop. Het is voor hem een bewijs temeer dat de NMa nauwelijks iets heeft onderzocht en daardoor tot een volstrekt verkeerd oordeel is gekomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels