nieuws

Onbewaakte overgangen

bouwbreed

Net als bij het spoor kent ook de woningbouw onbewaakte overgangen. Zoals bekend bestaat er een groot verschil in de woningbouw die tot in de jaren tachtig is gerealiseerd en die van de jaren negentig. En inmiddels zitten we al weer in een nieuwe periode, die zich laat kennen door een dalende productie. Het zijn onbewaakte overgangen. Uitkijken dus.

Kenmerkend voor de periode tot de jaren tachtig was de hoge mate van consensus over het te voeren woningbouwbeleid, met daarbij een hoofdrol voor de woningcorporatie. Begin jaren negentig veranderde dat. Toen werd de woningbouw meer aan de markt overgelaten. Hierdoor moesten er op vinex-locaties grote aantallen koopwoningen verrijzen. Cruciaal bij die overgang is de verschuiving van het type opdrachtgever en het soort woningen dat die bouwt.

Uniformiteit

Eerst was het in hoofdlijn de bouw van huurwoningen door corporaties, daarna de bouw van koopwoningen door projectontwikkelaars. Kenmerkend voor huurwoningen is hun uniformiteit. Dat moet zeker niet als een diskwalificatie worden opgevat. Bij huurwoningen hoort verhuurbaarheid en het in de hand houden van de stichtingskosten.

En dat is weer ingegeven door de doelstelling van corporaties: het bouwen en beheren van betaalbare huurwoningen voor de doelgroep. Bij huurwoningen hebben huurders weinig tot niets te zeggen over het aanpassen van de buitenkant van de woning die zij bewonen. Of met andere woorden: een woning van een corporatie houdt het uiterlijk van het oorspronkelijk ontwerp, tot de corporatie besluit dat uiterlijk aan te passen. Staat een huurder die beperking niet aan dan staat het hem of haar vrij om te verhuizen.

Hoe anders ligt dat bij de bouw van koopwoningen door een projectontwikkelaar. Of beter, hoe anders had dat moeten komen te liggen.

Een ontwikkelaar verkoopt een woning zo snel mogelijk. Hij hoeft die niet te beheren zoals een corporatie doet. Zo heeft hij weinig of geen voordeel bij een hoge mate van degelijke bouw. Hij is meer gespitst op de kwaliteiten van de woning op het moment van verkoop en schuift die naar voren: het uiterlijk van de woning en de kwaliteit van de buurt en de wijk. Niet zonder reden, want een koper moet bereid gevonden worden om te investeren.

Het valt dan wel op dat de projectontwikkelaar tot voor kort gewoon rijtjeshuizen bouwde. Net als tot een paar jaar geleden de corporatie deed en net alsof er geen verschil is tussen een huurder en een koper. Daarin ook schuilt een groot deel van de kritiek op vinex. Het lijkt wel of de bouwers op vinex-locaties denken dat zij kopers kunnen paaien met rijtjeswoningen. Woningen met het uiterlijk van een betaalbaar huurhuis maar wel veel duurder en het onderhoud is voor de bewoner zelf.

Uiterlijk

Samengevat, projectontwikkelaars bouwen woningen alsof ze woningcorporaties zijn. Koopwoningen met het uiterlijk van een huurwoning. En ze beschouwen kopers als huurders door ze, gesteund door welstandscommissies, vrijwel alle ruimte te ontnemen de woning in de toekomst naar hun hand te kunnen zetten. Projectontwikkelaars zouden zich toch eens moeten realiseren dat ze niet van twee walletjes kunnen eten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels