nieuws

Lot Philipsdorp nog niet bezegeld

bouwbreed

Philips gaat het Philipsdorp definitief verlaten. Nu het concern gaat verhuizen, ligt het lot van het dorp in handen van gemeente, woningbouwvereniging en bewoners, die het derde kwartaal van dit jaar gezamenlijk een masterplan maken.

De gloeilampenfabrikant bouwde de wijk, met een kleine achthonderd arbeiderswoningen bij het PSV-stadion, tussen 1910 en 1919. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft een deel van de buurt aangemerkt als ‘beschermd stadsgezicht’, een ander deel staat te boek als gemeentelijk monument.

Dat er grote weerstand bij (oud)bewoners bestaat tegen sloopplannen voor het Philipsdorp in welke vorm dan ook, werd volgens gemeentelijk projectleider J. Kort duidelijk toen in 1999 een studie gereedkwam naar de mogelijkheden om de wijk weer eigentijds te maken. “In dat rapport worden denkrichtingen aangegeven over wat je met de buurt zou kunnen doen. Het slopen van 325 woningen en renoveren van 242 woningen was een van de opties, die een aantal bewoners in het verkeerde keelgat schoot”, verklaart de projectleider.

Volgens velen is slopen helemaal niet nodig. Voormalig wijkbewoner Jan Vroomen (58) die de supermarkt in Philipsdorp nog regelmatig bezoekt: “Die huizen kunnen nog wel dertig of vijftig jaar mee. Met een boormachine kom je de muren niet in, zo hard is die steen. Het zijn de beste huizen die je kunt hebben, niet zoals die blokken beton met een dak van tegenwoordig.”

Droom

Volgens de eigenares van de woningen, woningstichting Hertog Hendrik van Lotharingen (HHvL), heeft Vroomen gelijk als hij stelt dat een woning in het Philipsdorp voor veel arbeiders een droom was die uitkwam.

De minimale oppervlakte die een nieuwe woning volgens de Gezondheidscommissie in 1910 moest hebben, bedroeg vijftig vierkante meter. De eerste Philipswoningen, van architect L.P.J. Kooken, kregen 42 vierkante meter op de begane grond, maar wel een verdieping. De straten waren breed en er stonden bomen.

Kookens huizen, maar ook de latere huizen van C. Smit en K.P.C. de Bazel, waren zeker voor die tijd met hoogstaande materialen en technieken gebouwd. Omdat veel arbeiders werden aangetrokken uit de agrarische regio’s zoals de Achterhoek en Drenthe, beschikten veel huisjes over een grote tuin voor het verbouwen van groenten. Chefs en andere ‘hogere’ arbeiders hadden zelfs een voortuintje.

Aanpakken

Districtscoördinator Leo Paans van HHvL is belast met de planning van het onderhoud en daardoor goed op de hoogte van de technische staat waarin de huizen verkeren: “Het was riant wonen in het Philipsdorp. De huizen zijn versierd met ornamenten zoals mooie bogen en sierstenen. Er waren getimmerde goten en dakoverstekken en hoewel dat de bouw duurder maakte, was er veel variatie in de gevels.”

Ook is er volgens Paans zink in de dakkapellen gebruikt als afwerking en waren de huizen in elk geval in het woongedeelte voorzien van nette dakbeschotten. Men hoefde vanuit de kamer niet tegen de dakpannen aan te kijken. Bovendien was het Philipsdorp de eerste buurt van de toen nog niet door Eindhoven geannexeerde gemeente Strijp, die werd aangesloten op riolering, gas en water.

Maar hoe mooi het dorp en hoe hard de steen ook zijn, volgens HHvL moet er wel degelijk iets gebeuren, willen de huizen aan moderne eisen voldoen. Wat betreft ruimte en indeling zijn de woningen niet meer toereikend, volgens Paans zijn ze bouwfysisch ook niet meer in orde.

Overloop

Behalve een kleine slaapkamer voor de ouders hadden de bovenverdiepingen doorgaans alleen een grote overloop, waar alle kinderen sliepen. In die slaapkamer van toen past precies een tweepersoons bed van nu en op de overloop zijn later kleine badkamertjes gemaakt toen de douche haar intrede deed. De schuurtjes van weleer huisvesten nu de cv-ketel en zijn meterkasten geworden, er is geen nieuwe schuurruimte voor in de plaats gekomen.

Behalve de te kleine en verkeerd ingedeelde ruimte zijn er problemen met de ventilatie. Zorgden vroeger de kieren voor genoeg tocht, tijdens de isolatiegolf van de jaren tachtig zijn die allemaal gedicht. Dat mag goed zijn in een huis met spouwmuren, maar huizen in Philipsdorp met hun massief stenen muren hebben ervan te lijden. Optrekkend vocht en condens zorgen voor schimmel aan de wanden en rottende vloerdelen.

Tot nog toe hield HHvL de huizen bij vertrek van een huurder ‘bewoonbaar’ met kleine ingrepen, in afwachting van een groter plan. “Maar dat kan straks echt niet meer”, vindt Paans.

Daarom wordt dit najaar een projectgroep opgericht die zich buigt over de verschillende opties uit 1999 van Dirrix van Wylick Architecten. Projectleider Kort verwacht dat de aanpak van de wijk, in welke vorm dan ook, in 2006 kan beginnen.

‘Het zijn de beste huizendie je kunt hebben’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels