nieuws

Architectuur van een vorige mode

bouwbreed

Woningbouw en kantoren

Den Haag

Ricardo Bofill

Vijfhonderd woningen, kantoren, ondergronds parkeren en een park. Aan het Burgemeester De Monchyplein, op de plek waar het oude stadhuis van Den Haag stond. Het laatste deel van het project is nu in aanbouw: een woontoren van vijftien verdiepingen en de laagbouw eromheen, die de lus maakt met de bebouwing aan het Nassauplein. Aan twee kleine kantoortorens aan de andere kant moet nog helemaal worden begonnen. Het complex is van de Spaanse architect Ricardo Bofill.

Hé, is die er ook nog?

Je hoort inderdaad weinig meer van deze megaster uit de jaren tachtig. Wereldberoemd geworden met zijn grote woningbouwprojecten in de Parijse voorsteden Saint Quentin-en-Yvelines en Marne-la-Vallée. Postmoderne meesterwerken volgens de een, stalinisme volgens de ander. Maar even snel als Bofill beroemd is geworden, verdween hij ook weer uit het zicht.

Wat heeft hij sinds die Parijse projecten allemaal gedaan?

Doorgebouwd in zijn eigen classicistische stijl. Hoewel daar in de meeste gevallen wel de scherpe kantjes vanaf zijn. Volgens de statistieken op de website van Bofills Taller de Arquitectura staat de teller nu op 118 gerealiseerde projecten, verspreid over de hele wereld. Het bureau heeft opdrachten in Europa, Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten.

Klinkt indrukwekkend, hoe komt het dat je daar zo weinig over hoort of leest?

Bofill is duidelijk niet meer in de mode. Dat was hij eigenlijk al niet meer echt, toen hij eind jaren tachtig in Den Haag werd binnengehaald door de toenmalige wethouder Adri Duivesteijn. En dan heeft het hier ook nog eens meer dan tien jaar geduurd voordat er eindelijk werd gebouwd. Maar als je in acht neemt dat dit geen hippe architectuur is, en je niet te veel stoort aan details als lelijke kozijnen en verschrikkelijke garagedeuren, dan is het De Monchyplein onverwacht goed. En in dit statige deel van Den Haag is Bofill helemaal op zijn plek. Waren de beroemde Parijse projecten uit de jaren tachtig in hun onverbiddelijkheid nogal dwingend, tegenwoordig is Bofill aanmerkelijk losser.

Waaruit blijkt dat?

De symmetrische basis van het plan is op verschillende plaatsen doorbroken, zodat het resultaat overzichtelijk, maar niet star is. En er is een aangename afwisseling van bebouwingsvormen: een blok in de vorm van een halve maan, torens, een strook, een gesloten bouwblok, een serie twee-onder-één-kappers.

Tussen de bebouwing liggen parkachtige pleinen en pleinachtige plantsoenen, een vijver, binnentuinen, en straten die in de toekomst met bomen moeten worden omzoomd. Ook die openbare ruimte is beslist aangenaam.

Bovendien heeft Bofill zich in zijn architectuur weten te ontworstelen aan het keurslijf van schematische classicisme dat hem ooit zo veel roem bracht. Dat is hier ook nog wel te vinden, maar een deel van het project is met de grotendeels glazen puien en expressionistische scherpe hoeken -zeker voor Bofill- verrassend modern.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels