nieuws

Vernieuwbare grondstoffen blijven marginaal

bouwbreed Premium

vijfhuizen – Het ziet er niet naar uit dat de vernieuwbare grondstoffen de bouw zullen veroveren. Volgens een ambtenaar van VROM laat het kabinet het milieu liggen; volgens een aannemer in de strobouw zal het nooit lukken om hout, stro en leem aan de opdrachtgever op te dringen; volgens een bezoeker ligt de wereld op ramkoers, maar komen de voortrekkers van het duurzaam bouwen mat en futloos over.

Het waren geen hoopvolle uitspraken op het symposium ëVernieuwbare grondstoffen in de bouwí, gehouden door uitgeverij Aeneas uit Boxtel. De bijeenkomst vond plaats in de Rabo Conference Hall op de Floriade in Vijfhuizen. Vernieuwbare grondstoffen zijn grondstoffen die binnen een afzienbare termijn weer aangroeien. Voorbeelden zijn hout, stro, hennep en vlas, maar ook schelpen en leem. Olie, staal en natuursteen zijn voorbeelden van niet-vernieuwbare grondstoffen. H. Boschloo, co-rdinator duurzaam bouwen bij het onderdeel ëwonení van het ministerie van VROM: ìHet kabinet laat het milieu liggen, maar we moeten daarom niet bij de pakken neerzitten. Het NMP4 (vierde Nationale Milieubeleids Plan) blijft uitgangspunt, maar wordt wel aangepast aan de financiÎle mogelijkheden. Het protocol van Kyoto wordt uitgevoerd, maar wel ëkosteneffectiefí. Als het om duurzaam bouwen gaat, hebben we duizend bloemen laten bloeien, maar nu constateren we dat de implementatie om een helder en meetbaar beleid vraagt. Een aantal aspecten van duurzaam bouwen zullen in minimumeisen worden vastgelegd in de bouwregelgeving. Het hoofdstuk ëmilieuí is nu nog leeg. Het eerste wat daarin komt te staan is het milieugebonden materiaalprofiel voor gebouwen (mmg). Het uiteindelijke doel is het voorschrijven van een milieuprestatie voor gebouwen.î

Regie

Volgens Boschloo zijn er dus ìprima kansen voor vernieuwbare grondstoffen, mits de markt informatie aanlevert. Van veel materialen is de milieurelevante productinformatie (mrpi) al bekend.î Het ministerie laat de regie van het duurzaam bouwen over aan de gemeenten. ìDie zijn vaak niet deskundig, daarom komen er regionale dubo-consulentenî, zei Boschloo. Op de vraag welke bevoegdheden zij krijgen antwoordde hij: ìIk ga daar niet over. Dat bepalen de gemeenten zelf.î De kans is klein dat de regionale consulenten voor duurzaam bouwen gemeenten kunnen overhalen om hele wijken met vernieuwbare grondstoffen uit te voeren. Veel zal er niet veranderen. Ondanks de voortrekkersrol van dr. A. van Hal, dagvoorzitter en hoofdredacteur van het tijdschrift Duurzaam Bouwen, bleef het symposium enigszins hangen in trage lezingen en beleefde kritiek. Dat de Rabo Conference Hall, een prachtig voorbeeld van bouwen met vernieuwbare grondstoffen, na afloop van de Floriade afgebroken zal worden, werd slechts ëtriestí gevonden. Een vlammend protest bleef uit. Het dak met de pv-cellen van Nuon blijft wel staan. S. van Dockum van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Onderzoek betoogde dat in Nederland al sinds mensenheugenis met vernieuwbare grondstoffen is gebouwd. Martin Oehlmann van Hipparchia Strobouw uit Den Haag liet zien dat gespecialiseerde aannemers in staat zijn om ëdeugdelijk strowerkí af te leveren. ìHet probleem is dat de regelgeving niet op stro en leem is toegesnedenî, zei hij. ìIk verwacht en ik zie geen explosieve stijging van vernieuwbare materialen in de marktî, constateerde Sander Giesen van Giesen Architectuur uit Doetinchem, de ontwerper van de Rabo Conference Hal. Waarschijnlijk blijft de rol van vernieuwbare grondstoffen in de bouw marginaal, voorbehouden aan de weinige opdrachtgevers die ermee aan de slag willen.

Reageer op dit artikel