nieuws

Stedelijk leven als integratieproces bij uitstek

bouwbreed Premium

Het integreren van minderheden is een belangrijk thema in het maatschappelijke en het politieke debat. Het integratieproces mag niet worden beperkt tot een bepaalde groep mensen; met slechts de nadruk op de Nederlandse taal en de hier geldende normen en waarden, hoe essentieel die ook mogen zijn. Integreren betekent, zegt Leo Onderwater, in planologische en stedenbouwkundige zin, het mogelijk maken van het zij aan zij fungeren van allerlei mensen en functies.

Integratie geeft betrokkenen mogelijkheden samen te functioneren; elkaar te stimuleren en te inspireren. Tegenover integratie kan separatie worden gesteld als een scheiding tussen mensen en functies, die onderling verschillend zijn. In de van oorsprong middeleeuwse Europese stad zijn de consequenties van een op integratie gebaseerde stedelijke structuur duidelijk aanwijsbaar; waar burgers en ambachtslieden, rijken en armen, jong en oud, oorspronkelijke bewoners en nieuwkomers noodzakelijkerwijs zij aan zij woonden en werkten. Een goed voorbeeld van integreren vormt de universiteit van Leiden, die nog immer is gespreid over deze oorspronkelijk middeleeuwse stad en die is geïntegreerd in de oude stedelijke structuur. Hier is sprake van ruimtelijke integratie in optima forma: de universiteit in de stad en de stad in de universiteit. Zo zouden ook de ministeriegebouwen in Den Haag gespreid over de stad, of zelfs de Haagse regio, kunnen worden geïntegreerd: in plaats van het gebied rondom het Centraal Station van Den Haag dicht te timmeren met deze gebouwen. Je zou mogen verwachten, dat juist de rijksoverheid het voortouw in het integratieproces zou nemen, maar niets daarvan. Een ander voorbeeld van separatie is het volstrekt inspiratieloze Mediapark in Hilversum, waar een aantal omroepbedrijven is geconcentreerd. Is het niet veel prikkelender voor journalisten en programmamakers om radio en televisie op locatie te maken of bijvoorbeeld in Café Dudok in Den Haag en de Plantage Middenlaan in Amsterdam dan in een monofunctionele betonwoestijn in Hilversum?

Functionalisme

Het op separatie gebaseerde planningsmodel is pas in het begin van de afgelopen eeuw geïntroduceerd met het functionalisme. Scheiding naar aard en verschillen in functies is daarbij de basisgedachte geweest, die heeft geresulteerd in functionalistische structuren. Uitgestrekte industrie- en bedrijventerreinen, woonwijken met bewoners uit eenzelfde maatschappelijke klasse , saaie pseudo-steden zoals de Bijlmermeer, Zoetermeer, Nieuwegein maar ook de recente Vinex-wijken of universiteitswijken in Delft, Twente en Eindhoven -opgebouwd rond één functie of één groep mensen- zijn daarvan het gevolg geweest. Het feit, dat er nog steeds oude geïntegreerde stedelijke structuren bestaan naast nieuwe functionalistische categorale bebouwingen, maakt het mogelijk beide planningsprincipes te bestuderen op hun voor- en nadelen.

Alternatief

Een alternatief voor de twee vorenstaande planningsmodellen is een genuanceerder planningsstrategie, waarbij de zich aandienende sociale verbanden en functies van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Separatie moet slechts worden toegestaan, indien de nadelen de voordelen ruimschoots overtreffen. Uitgaande van dit principe moeten alleen de hinder veroorzakende functies niet in de woonomgeving worden geïntegreerd. Niet concentreren en separeren moet het Leitmotiv zijn, maar spreiden en integreren. Schaalverkleining en integratie op menselijke maat, dat zijn de sleutelwoorden voor de toekomst, waarbij de bevolking -zo nodig met sancties- moet worden aangesproken op de eigen verplichtingen inzake de leefbaarheid van de directe woonomgeving. In een op integratie afgestemd ‘bestemmingsplan’ kunnen potentiële ontwikkelingen worden beschreven, die zich in een bepaalde periode kunnen voltrekken. Dit in tegenstelling tot de huidige bestemmingsplannen, waarin uitsluitend bebouwingen en bestemmingen van bepaalde gebieden worden voorgeschreven. Binnen de huidige bestemmingsplannen is het immers nagenoeg onmogelijk kleinschalige bedrijven en bijvoorbeeld kantoorfuncties te integreren in de woonomgeving. Het afschaffen van categorale bebouwingen leidt tot de integratie van mensen en gebeurtenissen.

Verpaupering

Inzake de verpaupering en de onveiligheid van de publieke ruimte in het stedelijk gebied wordt terecht -in een aantal gevallen- met een beschuldigde vinger naar de overheid gewezen. Privatisering en marktwerking van dienstverlenende overheidsinstellingen hebben geleid tot verloedering van grote delen van het publieke domein. Het sluiten van loketten door de Nederlandse Spoorwegen resulteert wellicht in kostenbesparingen en een hogere winst, maar de kwaliteit van het openbaar vervoer en de publieke ruimte rondom stations is er allerminst mee gediend. Daarbij hoeft maar te worden verwezen naar de stations Rai en Zuid in Amsterdam en tal van andere stations, -zonder loketten-Êwaar men na zes uur ’s avonds niet durft te verblijven. Op metrostations in Amsterdam en Rotterdam doen zich gelijksoortige problemen voor, omdat de publieke ruimte er wordt geannexeerd door probleemjongeren. Die publieke ruimten in en om stations moeten veel meer worden geïntegreerd met andere functies, zoals winkels, kantoren, restaurants, waardoor belevingswaarde, sociale controle en leefbaarheid toenemen. Schaalvergroting en concentratie in het onderwijs, het openbaar bestuur, de gezondheidszorg en inmiddels ook de rechtspraak hebben ook daar slechts geleid tot kostenbesparing, maar niet tot betere dienstverlening en grotere sociale cohesie van de Nederlandse samenleving in haar geheel. In sommige wijken is al geen huisarts meer te bekennen. Er doemen zelfs scenario’s op, waarbij (huis-)artsen worden samengevoegd in medische posten. Het gevolg is een nog grotere afstand tot de patiënt; met een toenemend gevoel van verlatenheid voor de patiënt.

Monofunctionaliteit

In de naoorlogse wijken neemt de monofunctionaliteit alsmaar verder toe door het verdwijnen van buurtwinkels, alsmede van bijkantoren van banken en postkantoren. Aan de in aanbouw zijnde Vinex-wijken wordt al niet veel meer toegevoegd dan een separaat gesitueerde basisschool. Waar zijn in deze wijken de plekken waar wij elkaar nog kunnen ontmoeten, zodat hechtere sociale structuren kunnen ontstaan? Het probleem van het huidige tijdsgewricht is, dat het ruimtelijke ordeningsbeleid niet is afgestemd op de vraag naar maatschappelijke processen. Niet de gebouwen dan wel het aantal te plempen woningen moeten centraal staan, maar de interactie tussen gebouwen en openbare ruimten zoals straten, pleinen, binnenhoven, boulevards en promenades. Een verhoging van de veiligheid en de kwaliteit van de publieke ruimte is niet slechts een kwestie van meer ‘blauw’ op straat, maar heeft ook alles van doen met de inrichting van de openbare ruimte. De overheid moet derhalve voorwaarden scheppen voor een op integratie gebaseerde stedenbouw. Het stedelijk leven in al zijn facetten, dat is immers het integratiemiddel bij uitstek.

Ir. Leo Q. Onderwater Architect te Den Haag ‘Separatie slechts toestaan als nadelen voordelen ruimschoots overtreffen’

‘Mensen aanspreken op eigen verplichting inzake leefbaarheid woonomgeving’

Reageer op dit artikel