nieuws

Halfwarm asfalt kan tot 50 procent energie schelen

bouwbreed Premium

breda – Vier aannemers in de gww-branche en een bitumenproducent onderzoeken met steun van het Innovatie Test Centrum (ITC) van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat de mogelijkheid asfaltbeton te produceren op lagere temperaturen. Wanneer dit type asfalt in de wegenbouw op grote schaal toepasbaar blijkt, resulteert dat tijdens de productie in een aanzienlijke besparing op energie en een beperking van de CO2-uitstoot tot mogelijk 30 procent van het huidige niveau.

De vier aannemers die zich met de nieuwe technologie bezighouden zijn Bruil uit Ede, Gebr. Hogenbirk Wegenbouw uit Laren, Janssen de Jong uit Horst en Rasenberg uit Breda. Zij hebben zich verenigd in het samenwerkingsverband LT-Asfalt VOF en worden op het gebied van de bitumentechnologie ondersteund door Nynas uit Antwerpen. LT-Asfalt heeft het ITC bereid gevonden om (financiële) steun aan het project te geven. De investeringen in de ombouw van de asfaltinstallatie die voor dit project noodzakelijk is, neemt het samenwerkingsverband voor zijn rekening. LT-Asfalt zet bij voorkeur in op de ontwikkeling van halfwarm asfalt bereid tussen de 80 en 90 graden Celsius, omdat dan de meeste energiewinst is te bereiken. In het onderzoeksprogramma worden vooralsnog twee varianten onderzocht, namelijk een asfaltmengsel bereid bij een temperatuur tussen 110 en 120 graden en het mengsel bij 80 tot 90 graden. Het gangbare asfaltbeton wordt nu nog bij een temperatuur van ongeveer 160 graden bereid.

Aandeel

Het streven is erop gericht een asfaltbeton te produceren dat geschikt is voor 80 procent van de huidige toepassingen. Aan het zeer open asfalt (zoab) denkt het samenwerkingsverband in eerste instantie niet. Zoab neemt slechts een zeer bescheiden aandeel in binnen de totale productie en hiermee is dan ook niet de grootste milieuwinst te behalen. ‘We willen met een halfwarm asfalt minimaal dezelfde kwaliteit halen als we bereiken met warm bereid asfalt’, zegt P. Spee namens LT-Asfalt. ‘Het moet een robuust mengsel worden, dat ook bij de verwerking minder afhankelijk is van externe factoren zoals de buitentemperatuur. Daarmee verleng je tevens de verwerkingstijd.’ ‘Daarnaast’ legt Spee uit, ‘willen we een groter percentage hergebruik realiseren, zodat het beroep op primaire grondstoffen kleiner wordt. Als we slagen in onze opzet – en de eerste laboratoriumresultaten zijn hoopvol – betekent dat een grote winst ten aanzien van de terugdringing van het energieverbruik en daarmee ook de CO2-emissie.’

Opsteker

Voor de gww-sector zou dat een mooie opsteker zijn. Het energieconvenant dat het ministerie van Economisch Zaken met de branche sloot, mikte op een verlaging van het energieverbruik met 20 procent in 1999 in vergelijking met 1989. Dat streven is niet gehaald. Maar wanneer zou blijken dat bij een temperatuur van 80 tot 90 graden eveneens een hoogwaardig mengsel is te produceren, zou de CO2-emissie zelfs met meer dan 50 procent omlaag kunnen. Bovendien hoeven de asfaltinstallaties dan minder complex te zijn en zijn ook minder kostbare filters nodig. Het asfalt zou wellicht zelfs goedkoper geproduceerd kunnen worden. ‘Maar’, zo haast Spee zich eraan toe te voegen, ‘Als het al zo is dat we goedkoper kunnen produceren, hebben we het voordeel toch nodig om de investering terug te verdienen. Want langer dan enkele jaren hou je een asfaltmengsel niet voor jezelf. Uiteraard heb je wel even een voorsprong.’ In mei al ondertekenden LT-asfalt en ITC de samenwerkingsovereenkomst. Sindsdien heeft LT-asfalt niet stilgezeten. Bij één van de binnen LT-asfalt participerende aannemers is een asfaltinstallatie omgebouwd en zijn op kleine schaal al mengsels geproduceerd. Inmiddels is ook het vooronderzoek afgerond, zijn op laboratoriumschaal de nodige testen uitgevoerd en beschikt LT-asfalt over de receptuur waarmee men de volgende onderzoeksfase in wil. ‘We maken gebruik van exact dezelfde grondstoffen die nu ook worden gebruikt. Het innovatieve aspect zit hem vooral in de temperatuurbehandeling en de afwijkende meng- en droogprocessen.’ Binnenkort start LT-asfalt met de aanleg van twee proefvakken op het bedrijfsterrein van een van de aannemers die bij het project betrokken zijn. Het betreft proefvakken met een asfaltmengsel dat bereid is bij een temperatuur tussen 80 en 90 graden en een mengsel bereid tussen de 110 en 120 graden. De belasting van deze proefvakken zal als gevolg van het intensieve gebruik door het zware werkverkeer op het bedrijfsterrein wellicht groter zijn dan die van een gemiddeld wegdek. In samenwerking met Rijkswaterstaat staat daarna de aanleg van demonstratievakken op de planning. Als het meezit, kan dat in het volgend voorjaar plaatsvinden. ‘Maar tegen die tijd weten we al heel veel over de eigenschappen van de nieuwe asfaltsoort’, schetst J. van der Zwan van het ITC.

Laboratoriumschaal

‘Het is zaak om nu op laboratoriumschaal zoveel mogelijk gegevens te verzamelen’, aldus de waterstaatsman. ‘Vorst- en dooiproeven bijvoorbeeld kunnen heel goed onderzocht worden op kleine schaal. We willen de buiten-monitoringstijd zo kort mogelijk houden. Maar proeven op grotere schaal blijven uiteraard noodzakelijk. Bijvoorbeeld om te ontdekken hoe het mengsel zich gedraagt wanneer het niet bij de asfaltinstallatie om de hoek wordt verwerkt, maar eerst nog een paar uur in de vrachtwagen ligt.’

Conclusies

Over een jaartje zijn al veel stevigere conclusies mogelijk. Wanneer de bevindingen dan nog steeds reden tot optimisme geven, volgen er nog meer proefvakken op de rijkswegen. ‘Eén zwaluw maakt immers nog geen zomer,’ weet Van der Zwan. ‘Mocht de praktijk echter uitwijzen dat asfalt geproduceerd bij lagere temperaturen toch niet helemaal gelijkwaardig is aan de gangbare soorten, dan hoeft dat nog niet het einde van halfwarm asfaltbeton te betekenen. Ook in dat geval kan de productie interessant zijn, voor minder zwaar belaste wegen en overige verhardingen zoals parkeerterreinen.’ ‘We willen minimaal dezelfde kwaliteit kunnen halen’

Reageer op dit artikel