nieuws

Grote projecten drukken zwaar op begroting

bouwbreed Premium

Van onze parlementaire redactie den haag – De grote projecten drukken zwaar op het Infrastructuurfonds. De Betuwelijn en de HSL-Zuid slokken 26 procent op van het totaal van 6,2 miljard euro. Uit de hoofdlijnen van het regeringsbeleid schemert ook nog eens door dat het ministerie rekening houdt met kostenoverschrijdingen.

Uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport blijkt dat het ministerie duidelijke richtlijnen heeft opgesteld om overschrijding van de budgetten te voorkomen. In een periode van bezuinigingen is dat geen overbodige luxe. Dreigt een tekort, dan wordt eerst gekeken of de kosten tijdens de uitvoering omlaag kunnen. Bijvoorbeeld door andere materialen of technieken. Daarna wordt onderzocht of de scope, danwel de functionaliteit van het project kan worden aangepast. Als blijkt dat de kostenstijging niet binnen het project zelf is op te vangen, kijkt Rijkswaterstaat of andere projecten binnen de betreffende regio kunnen versoberen of vertragen. Doel is het totale programma weer financieel sluitend te krijgen. Pas in laatste instantie zal binnen het totale infrastructuurprogramma worden gezocht naar een oplossing. Volgend jaar blijken diverse rijkswegen met forse overschrijdingen te kampen te krijgen, blijkt uit het Infrastructuurfonds. De overkapping van de A2 bij de Utrechtse uitleglocatie Leidsche Rijn gaat maar liefst 197 miljoen meer kosten waarvan 150 miljoen voor rekening van het Rijk. De aanbesteding van de A5 viel daarnaast 43 miljoen hoger uit dan begroot. Hogere eisen aan de tunnel bij Sijtwende bij Den Haag zorgen daar voor 22 miljoen extra kosten. De meevallers blijven beperkt tot de aanbesteding van de A50 Kampen-Ramspol-Emmeloord die 12 miljoen lager uitviel dan de raming.

Risico

Minister De Boer stelt voor volgend jaar al een paar verschuivingen voor, door verschillende projecten als Randstadrail en Noord-Zuidlijn te vertragen. Als de aanleg van megaprojecten als de Betuwelijn en HSLextra kosten met zich meebrengen, zal de minister in heel lastig vaarwater terechtkomen. Een overschrijding van 2 procent op de aanleg van de snelle verbinding naar België zou al een kostenpost van ruim 150 miljoen opleveren. Dat terwijl het Rijk behoorlijke risico’s zoals verwerving van gronden voor zijn rekening heeft genomen. Verder wil het ministerie de stap zetten om het MITna 2010 vorm te geven. Tot die tijd zijn de uitgaven ‘in beton gegoten’ zoals oud-minister Netelenbos de Kamer altijd voorhield. Voor de periode daarna is echter nog weinig vastgelegd en is nog volop ruimte voor prioriteiten. De basis van benutten, beprijzen en dan bouwen zoals vastgelegd in het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan is echter weggestemd in de Tweede Kamer. In april hoopt De Boer met nieuwe voorstellen voor de wet te komen.

Loskoppelen

Het MIT levert altijd de nodige discussie op in de Tweede Kamer. Dat is een van de redenen waarom het ministerie de behandeling van dit deel van de begroting wil loskoppelen. De begroting staat begin oktober op de kameragenda, maar het ministerie zal het parlement via een brief verzoeken het MIT naar december te schuiven. Dat maakt het ook mogelijk uitkomsten van overleg met regionale partijen te verwerken, inclusief nieuwe onderhandelingen naar aanleiding van het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan. Het is de bedoeling om lagere overheden beslissingsbevoegdheid te geven voor projecten tot 225 miljoen euro en veel speelruimte voor te stellen prioriteiten. Voor infrastructuur is in 2003 6,2 miljard euro beschikbaar, waarvan:

Rijkswegen 27% Railwegen 18% Regionale en lokale infrastructuur 12% Waterbeheer en vaarwegen 10% Westerscheldetunnel 1% Betuweroute 11% HSL-Zuid 15% Overig 6%

Reageer op dit artikel