nieuws

Echte prijzen en echte kosten?

bouwbreed Premium

Echte prijzen en echte kosten?

Een bouwplan is klip en klaar. De aanbestedingsprijs is de definitieve prijs. Zo zien we het graag. Maar is dat ook zo? Gebeurt er niet altijd iets onvoorziens? Verandert er niet altijd iets in het plan tijdens de uitvoering? Komt er niet altijd weer een nieuw (brandweer)voorschrift tijdens de rit? Zorgt de omgeving niet altijd weer voor verrassingen?

Soms lukt het iets in de prijs te verwerken. Eén van de huisaannemers van een grote industriële onderneming vertelde eens dat hij bij elke aanbesteding eerst vroeg wie de opzichter zou zijn. Als het die ene opzichter was met wie geen land viel te bezeilen, verhoogde de aannemer de prijs die hij ging afgeven met 15 procent. Een kwade opzichter, een nare ambtenaar van bouwtoezicht kan de marge van een aannemer naar de knoppen helpen. Als je het van tevoren weet kun je het in de prijs stoppen. Maar je kunt moeilijk voorzien dat de aardige opzichter net in een scheiding belandt tijdens het project. Of dat de drijvende kracht op het architectenbureau met wie je zo vlot kon werken, net ruzie krijgt met zijn baas en vertrekt (daar had men in de architectenbegroting trouwens ook geen rekening mee gehouden&insldr;.). Het omgekeerde zien we ook: de directie die alleen maar met die bepaalde uitvoerder wil werken. Niet vanwege sigaren en douceurtjes, maar omdat die het vak verstaat.

Prijsvorming komt niet uit het tekstboek maar vindt plaats in de echte wereld. Een wereld met alle tekortkomingen en rotzooi die erbij horen. Met alle onzekerheden die nu eenmaal vastzitten aan productie van een uniek product onder steeds weer andere verhoudingen op steeds weer een andere plek. We streven allemaal naar vastigheid. We praten over uitvoering alsof dat iets mechanisch is. Maar we weten wel beter. De wereld is geen keurig boek. De econoom Van Damme concludeert in ESB van 23 augustus op grond van een overigens aardige redenering, dat rekenvergoedingen niet efficiënt zijn en voorselectie wel. In zijn model zijn de offertekosten echter een gegeven. Dat is vreemd want waar gaat het bij de rekenvergoeding eigenlijk om? Toch om de vraag of een opdrachtgever wordt geprikkeld de transactiekosten, waartoe de offertekosten behoren, niet nodeloos op te drijven. De rechtvaardiging van de rekenvergoeding is uiteindelijk dat het beter is dat de opdrachtgever ze zelf voor zijn kiezen krijgt dan dat ze over alle opdrachtgevers worden uitgesmeerd via de overhead – omdat hem dat prikkelt niet te veel te vragen aan de deelnemers. Wie ziet met welk gemak grote opdrachtgevers met een forse machtspositie in een regionale markt voorbereidingskosten die ze eigenlijk zelf zouden moeten maken, overhevelen naar deelnemers aan een aanbesteding, kan toch moeilijk concluderen dat er voldoende prikkels zijn voor opdrachtgevers om de transactiekosten te beperken. Voorselectie alleen lijkt niet afdoende als de deelnemers vervolgens een stapel documenten van een halve meter dik moeten inleveren.

De kostenramingen van de opdrachtgever ogen altijd correct maar zijn ook meer uit het leven gegrepen dan men denkt. Deense onderzoekers tonen in een recent nummer van een Amerikaanse vaktijdschrift voor planners (APA Journal, zomer 2002) aan, dat de kostenramingen voor infrastructuurprojecten in negen van de tien gevallen de werkelijke kosten onderschatten, en vaak niet zo weinig ook. Dat komt soms doordat men bij de raming de uitvoering in een ideale wereld neerzet, zonder alle ellende die zich nu eenmaal bij elk project voordoet. Maar, let op, dat is geen naïviteit. Want die onschuld verhult het feit dat er allerlei psychologische, economische en politieke factoren zijn, waarom men zo laag raamt en, zoals de Deense onderzoekers zeggen, de boel misleidt. Niet alleen de prijzen zijn in werkelijkheid ingewikkelder dan in het boekje, maar ook de kostenramingen.

De enquêtecommissie heeft zichzelf in dat opzicht voor twee lastige opgaven gesteld. Zowel bij de Kamper kering als bij de Amsterdamse Noord-Zuidlijn gaat het om projecten waarbij de risico’s moeilijk te schatten zijn en in belangrijke mate bij de aannemers worden gelegd. Wie zal vooraf durven zeggen dat de kostenraming wel goed is en de prijsaanbieding zwaar overtrokken?

Reageer op dit artikel