nieuws

Anekdotisch

bouwbreed Premium

Anekdotisch

Even leek het op een onderzoek naar de handel en wandel van accountants. Leden van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid slaagden er niet in hun verbazing over accountants die valse facturen in de boekhouding van bouwbedrijven niet hadden opgemerkt, te verbergen.

Zeker was dit het geval bij de accountant die een jaarrekening van een goedkeurende verklaring voorzag, terwijl hij op de hoogte was van onregelmatigheden bij dit bedrijf. Eenzelfde houding zag je bij andere onderwerpen die aan de orde werden gesteld. Bijvoorbeeld dat bij de verwerving van opdrachten niet altijd de meest fijnzinnige methoden worden gehanteerd. Klanten werden onthaald op een uitvoering in het concertgebouw, maar ook een gezellige avond in een club. Smaken verschillen, dat blijkt ook als het gaat om de wens van de klant. Niet helemaal duidelijk werd hierdoor welke waarheidsvinding bij sommige onderwerpen nu werd beoogd. De commissie zal zich toch bewust zijn van de dubbelrol van aanklager en rechter. Een openbaar verhoor uitgezonden op televisie is daarbij niet hetzelfde als een zwart balkje voor de ogen en alleen de initialen in de krant. Zou de commissie met de nadruk op deze onderdelen van haar onderzoek suggereren een structuurkenmerk van de bouwnijverheid te pakken te hebben? Dat zou jammer zijn. Toch lijkt de gekozen opzet van de openbare verhoren een enigszins anekdotisch karakter te hebben. In de vraagstelling klinkt op het eerste gezicht weinig door van het zicht op de structuur van de sector. Ongetwijfeld heeft de commissie daarover in het afgelopen halfjaar al wel de nodige kennis vergaard. De focus is zeer gericht op het uitvoerend bouwbedrijf, het deel van de bouwnijverheid dat letterlijk aan de weg timmert. De andere onderdelen van de sector blijven wat verborgen. Ik zou graag wat meer hebben gehoord over de veronderstelde machtsposities van concerns die door verticale integratie een flink deel van de bouwketen zou bevatten. Ook zou wat meer gesproken kunnen zijn over mogelijkheden om op een andere manier vraag en aanbod tot elkaar te laten komen. Hetzelfde geldt voor de invloed van Europese regels en besluiten. Als deze onaantastbaar zijn, vervallen alle oplossingen die met deze regels botsen. De sector zelf doet er intussen van alles aan om zijn uniciteit te illustreren. Hoe kun je nu zeggen, dat de prijzen door het niet meer hebben van vooroverleg 15 tot 20 procent lager zijn. Wat moet ik me daarbij voorstellen, dat de berekende hoeveelheden en prijzen in een bestek met dit percentage zijn verlaagd? Natuurlijk niet. Dat in de staart flink wordt geknepen om als laagste inschrijver het werk binnen te halen, kan ik mij nog wel voorstellen. Een enkele keer misschien, of als binnenkomertje, maar toch niet als serieus bedrijfsbeleid. Uitspraken op dit stuk, die bovendien niet door feiten worden gestaafd, zijn schadelijk. Op verschillende manieren zelfs. Het geeft voedsel aan de gedachte dat bouwbedrijven tot nog toe aan prijsopdrijving deden, terwijl dat in het algemeen niet het geval was. Voor beursgenoteerde bedrijven bestaat het gevaar, dat de waardering van hun aandelen ten onrechte wordt verlaagd. Waar de enquête toch al geen reclame is voor de bedrijfstak en de daarin opererende bedrijven, moeten de economische prestaties ook niet nog eens op een onjuiste manier worden gepresenteerd. Bovendien zijn de actuele economische omstandigheden niet ideaal.

Hier en daar wordt geopperd, dat de nieuwe verhoudingen in de gww-sector zullen leiden tot een verdere tweedeling. Een beperkt aantal grote bedrijven, geen of weinig middenbedrijven en een flink aantal kleintjes. Reden voor deze herschikking: de langere financiële adem van het grootbedrijf. Ook hier is de angst voor prijsbederf de vader van de gedachte. Ik ben nog lang niet zover. Het blijft niet zo, dat grote projecten de markt blijven domineren. Dat is zelfs nu niet zo. Daarover na de enquête.

Reageer op dit artikel