nieuws

Afvalverbrandingsinstallaties maken verwachtingen waar

bouwbreed Premium

utrecht – De afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) hebben in 2001 4,8 miljoen ton afval verbrand. Dat is één procent minder dan in 2000.

Nederland telde vorig jaar elf afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s), met een gezamenlijke capaciteit van 5,1 miljoen ton. Naast een milieuhygiënische verwerking en volumereducering werd een bijdrage geleverd aan de energievoorziening. De verbrandingsinstallaties wekken samen evenveel duurzame energie op als de producenten van wind-, zonne- en waterkrachtenergie tezamen. Door terugwinning van metalen wordt ook op indirecte wijze energie bespaard, namelijk bij de productie van primair aluminium en andere metalen. In 2001 is bijna 4,8 miljoen ton verbrand, één procent minder dan in 2000. Deze daling is volledig terug te voeren op beschikbaarheidsproblemen bij een AVI. AVI-bodemas is de belangrijkste reststof. Afgelopen jaar is circa 1,1 miljoen ton bewerkte bodemas geproduceerd, zo’n 100.000 ton meer dan in 2000. De installaties en rookgasreinigingstechnieken verschillen per AVI. Hierdoor produceert niet elke installatie dezelfde reststoffen. In 2001 zijn bijna 1,4 miljoen ton reststoffen (inclusief de metaalfracties) vrijgekomen. Deze zijn vrijwel volledig nuttig toegepast. De hergebruikdoelstelling voor AVI-reststoffen van 80 procent uit het afvalbeheerplan 2002-2012 wordt hiermee ruimschoots gehaald.

Scheidingstechnieken

Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2000: De productie van AVI-reststoffen is redelijk stabiel gebleven, met uitzondering van ferro en non-ferro metalen, waarvan de productie fors toenam door verbeterde scheidingstechnieken. De hoeveelheid gestorte reststoffen steeg iets ten opzichte van 2000. De toepassing van AVI-vliegas daalde flink. Die van bodemas daarentegen is flink gestegen. In 2001 nam de voorraad bodemas af met 150.000 ton. Veel voorraden bodemas zijn toegepast bij grote infrastructurele projecten. De toepassing van AVI-bodemas blijft afhankelijk van dergelijke grootschalige projecten.

Reageer op dit artikel