nieuws

Graafwerk tramtunnel bijna klaar

bouwbreed Premium

den haag – Het ontgraven van de Haagse tramtunnel op het diepste niveau is op een oor na gevild. De rotaties van de panden langs het tracé blijven binnen de vooraf afgesproken waarden. Een student civiele techniek aan de TU Delft verwachtte dat al.

Projectdirecteur J. van Dongen van Tram Kom (Van Hattum en Blankevoort, Strukton, Ballast Nedam Beton en Waterbouw) laat gevraagd naar de stand van zaken bij het project Souterrain, in de volksmond ‘de Tramtunnel’, weten binnen een week of drie op het diepste niveau klaar te zijn met ontgraven onder overdruk. Als de vloer op dat diepe niveau helemaal is aangebracht, zal daarmee het meest kritische deel van het civiele gedeelte van het project zijn afgerond. Daarna volgt verdere afbouw van de tramtunnel. Dat neemt nog een jaar of twee in beslag. Het hele project zal volgens Van Dongen zijn afgerond in oktober 2004. De bouw van de tramtunnel voltrekt zich in de binnenstad van Den Haag met gebouwen vlak langs de – langgerekte – bouwplaats. De zettingen die mogelijk optreden worden gemeten, bewaakt en besproken. Volgens Van Dongen is er geen aanleiding om ongerust te zijn. ‘Laten we duidelijk zijn, het zakt natuurlijk wel hier. Het graven in een bouwput zal op welke plek dan ook niet ongemerkt voorbij gaan. Het ongelukkige hier is dat sommige panden niet onderheid zijn, maar zijn gefundeerd op natuurlijke zandlagen.’ Het project heeft een bouwvergunning gekregen, mede op basis van randvoorwaarden over vervormingen van de ondergrond. Het gaat daarbij niet zozeer om zettingen, als wel om de relatieve hoekverdraaiingen van de panden die dicht langs het tracé staan. Grotere vervormingen geeft architectonische schade die gerepareerd zal moeten worden. ‘De waarden van de rotaties zijn te voren vastgelegd, en daar blijven wij binnen’, aldus Van Dongen. De student civiele techniek D.P. Rompa heeft zich in zijn afstudeeronderzoek verdiept in de invloed van aanleg van het Souterrain. De waarde van de relatieve rotaties zijn omgezet in grenswaarden voor de zettingen. Die blijken volgens Rompa in enkele gevallen overschreden te zijn, zonder dat er overigens sprake is van schade. Hij heeft onderzocht of de vervormingen in de directe omgeving ten gevolge van het bouwen van de tunnelconstructie tot onacceptabele risico’s voor de omringende gebouwen leidt, specifiek voor het gebouw van Marks en Spencer. Optreden van constructieve schade is onacceptabel.

Voorspelling

Na toelaatbare vervormingen voor de gebouwen langs het tracé te hebben bepaald, heeft Rompa deze omgezet naar grenswaarden voor de toelaatbare zettingen. Opgetreden zettingen ten tijde van zijn afstuderen zijn bekend en met behulp van het eindige elementenmodel Plaxisheeft hij een voorspelling gedaan over de vervormingen die nog te verwachten zouden zijn bij het resterende deel van het bouwproces. Rompa stelt op basis van de resultaten van het model vast dat de vervorming van het pand van Marks en Spencer bij de laatste, en daarmee diepste, ontgravingsfase verwaarloosbaar klein zijn. Dat komt mede omdat de doorbuigingen van de diepwanden aan de zijkanten bij diep ontgraven tot vervormingen van de ondergrond leidt die zich ver zullen uitstrekken, met als gevolg kleinere hoekverdraaiing. Ook de gewichtsvermindering van de tunnel zorgt voor een omhoog gerichte kracht die op het naastgelegen grondmassief wordt overgedragen. De eindconclusie van Rompa luidt dan ook dat er geen schade te verwachten is ten gevolge van de laatste ontgravingsslag van de Tramtunnel.

Reageer op dit artikel