nieuws

Balans is liefst architect en aannemer tegelijk

bouwbreed Premium

rotterdam – Architect Bart ter Haar laat zijn ontwerpen niet graag aan anderen over. Dus als de opdrachtgever het toelaat, doet zijn architectenstudio Balans alles zelf. Van het ontwerp tot de uitvoering van het project. Dat moet de opdrachtgever een besparing opleveren van zo’n 10 procent.

‘De architect is een geveltjesontwerper geworden.’ Ter Haar is niet tevreden met de positie die hij en zijn vakgenoten steeds vaker krijgen toebedeeld. Projectontwikkelaars en grote bouwondernemingen trekken steeds meer ontwerptaken naar zich toe. ‘Dat leidt tot een nivellering van de positie van de architect’, vindt Ter Haar. De Rotterdammer en zijn ontwerpteam voelen zich niet beperkt door deze ontwikkeling. Zij kiezen voor een ‘geïntegreerde aanpak’. In de praktijk betekent dit hij al in de ontwerpfase met de aannemers praat die de materialen leveren. Deze vroege samenwerking – leveranciers worden doorgaans pas bij het project betrokken wanneer de aannemer met het bestek aan de slag gaat – levert vaak innovatieve oplossingen op. ‘Architecten en toeleveranciers begrijpen elkaar beter’, legt Ter Haar uit. Beiden hebben interesse voor nieuwe constructies of slimme oplossingen voor lastige problemen. Een belangstelling die aannemers over het algemeen vreemd is. Nieuwe technieken leveren hen slechts meer werk en vertraging op. Maar de toeleverancier, meent Ter Haar, verliest de concurrentieslag als hij niet met nieuwe producten komt.

Proefproject

Door het vroege contact met leveranciers verliest de aannemer zijn coördinerende functie. Die taak verschuift naar Balans. En dat levert, geeft hij aan, een besparing van ten minste 10 procent op. Die zit in de extra kosten die de aannemer bovenop zijn inkoopkosten zet om risico’s af te dekken. Daarbij komt dat de aannemer zich in het bestek moet verdiepen. Een tijdrovende en dus dure klus, die volgens Ter Haar ook veel fouten oplevert. Bij een proefproject in Hilversum leverde de werkwijze een besparing van 20 procent op, waardoor de opdrachtgever de financiële ruimte kreeg voor extra aanpassingen. Ter Haar paste zijn methode tien jaar geleden voor het eerst toe bij de renovatie en uitbreiding van het PTT-museum in Den Haag, dat inmiddels is omgedoopt tot het ‘museum voor communicatie’. Zijn studie aan de Technische Universiteit in Delft heeft hij dan net afgerond. ‘In die tijd moest ik heel diep gaan. Je leert op de universiteit wel ontwerpen, maar van allerlei praktische zaken wist ik niets. Dan zei ik altijd maar: ‘Dat nemen we mee’, en dan zocht ik het thuis op. Of ik belde mijn vader, die ook architect is, voor advies.’ De bouwplaats is dan al een van Ter Haars favoriete plekken. De kick ‘van het simpel realiseren van je gedachtegoed’ trekt de voormalige bouwvakker naar de werkvloer. Zo zorgt hij er voor dat de klimaatinstallatie in het museum netjes wordt weggewerkt. ‘Als je het alleen aan de installateurs overlaat wordt het een zooitje.’

Maat

De perfecte maat van een gebouw is 9 bij 18 meter. Dat heeft Balans becijferd. De afmeting vloeit voort uit een onderzoek waarbij verschillende plattegronden over elkaar zijn gelegd. Of je nu een school, een kantoor of een rij woningen bouwt, zolang de basismaat hetzelfde blijft kun je het pand voor al deze doelen goed gebruiken. De constructie is het antwoord van Balans op de vraag van gemeenten naar multifunctionele schoolgebouwen. De komende jaren loopt het leerlingenaantal op, maar vanaf 2012 is de groei eruit. Rond die tijd willen gemeenten de schoolgebouwen die nu worden gemaakt om kunnen bouwen naar een woning. Met de ideale maten in handen heeft Balans nu in samenwerking met de begin vorig jaar door Heijmans overgenomen bouwonderneming IBC een systeem ontwikkeld dat aan de wensen van de gemeenten tegemoet komt. Volgens de geïntegreerde aanpak van Ter Haar is de Rosmalense aannemer, die zorgt voor de levering van verschillende betonnen onderdelen en gevels, al vroeg ingestapt. Voor het bouwsysteem worden twee units van ideale afmeting naast elkaar gelegd en door een centrale kern met elkaar verbonden. In die middenkern komen riolering, gas, water en licht het pand binnen. Wil je een school, dan komt er een gang die precies door het midden loopt waardoor er vier leslokalen ontstaan. Wanneer de scheidingswanden worden doorgetrokken, verdwijnt de gang en ontstaan er twee woningen. Ter Haar houdt bewust de aanpassingsmogelijkheden beperkt. ‘Bij andere vergelijkbare systemen kan dat op verschillende plaatsen. Maar daardoor wordt de constructie onnodig duur’, legt hij gedreven uit. Waarmee de directeur-eigenaar van Balans bij een belangrijk voordeel van zijn ontwerp is beland. De kosten zijn relatief laag. Of zoals Ter Haar het zegt: ‘Iedere gulden moet er worden uit gesloopt.’ Balans verwacht veel van het ontwerp. Door de lage kosten en de snelle bouw acht Ter Haar zich een geduchte concurrent van de verhuurders van noodlokalen. Voor iets meer geld en in vrijwel dezelfde levertijd zetten Balans en IBC een permanent gebouw neer. Met zijn partner wil Ter Haar dan ook minstens 10 procent van de markt voor schoollokalen binnenhalen. Balans schat voor het komende decennium dat scholen zo’n 14 miljoen euro per jaar investeren in nieuwbouw. Volgend jaar wordt het bouwsysteem op de markt gebracht. ‘Architecten en toeleveranciers begrijpen elkaar beter’

Reageer op dit artikel