nieuws

Vooruitzien op het komende kabinetsbeleid

bouwbreed

Vooruitzien op het komende kabinetsbeleid

Wat is het verschil tussen plannen en regeren? Bij plannen ziet men vooruit langs procedures, terwijl het bij regeren gaat om ideeën en afspraken. Wat is de overeenkomst? Het gaat bij allebei om vooruitzien.

Ook een stukjesschrijver moet vooruitzien. Niet dat die iets te regeren heeft, maar hij moet bedenken wanneer hij wat gaat schrijven. Zeker wanneer een nieuwe regering aantreedt, is daar alle aanleiding voor. Op het moment dat ik dit schrijf is over de plannen niet veel meer bekend dan een pakket wollig geformuleerde bezweringen en over de bouw zelfs minder dan dat. Nieuw beleid zal dus van de bewindslieden moeten komen en van ambtenaren. Vooral bij VROM zal dat gevoelig komen te liggen, want zoveel is al wel duidelijk: dat ministerie is tot onderdeel gemaakt van de afslankingsoperatie van de rijksoverheid met tienduizend man. En onderwijl moet de winkel openblijven. In die situatie kijkt een stukjesschrijver naar wat er op de rol staat en naar zijn mening op de rol zal komen te staan. Wat er op de rol staat, is redelijk overzichtelijk: de Vijfde nota, de Nota grondbeleid, de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, vereenvoudiging bouwregelgeving, Woonwet, welstandsvrij bouwen, particulier opdrachtgeverschap, de aanpak van de naoorlogse wijken, en allicht dat ik daarbij wat vergeet.

Controversieel

Maak ik de balans op, dan constateer ik: alles wat met ruimtelijke ordening en grond heeft te maken, is controversieel verklaard. Daar zal dus verder over moeten worden gesproken. De drastische vereenvoudiging van de bouwregelgeving, als aangekondigd in 1998, is gesmoord in een controverse tussen de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken. Er is nog wel het idee van het aanleggen van een gebouwendossier met bijbehorende APK-keuring, maar Remkes heeft daar weinig enthousiasme voor getoond. Overigens, misschien is het beter dat een LPF-staatssecretaris op de afslanking van de bouwregelgeving wordt gezet: deregulering en tegelijk beter handhaven; dat lijkt me de LPF op het lijf geschreven. En voor de rest, ligt de Woonwet redelijk op koers, dreigt het welstandsbeleid te verworden tot een therapie voor regelneven, stagneert de aanpak van de naoorlogse wijken en loopt het particulier opdrachtgeverschap vast in de vertwijfeling dat het eigenlijk toch wel gek is dat degene die de hele koopsom ophoest, vrijwel niets over het ontwerp heeft te zeggen. Onderwerpen zijn er daarmee genoeg. Het probleem is waarmee te beginnen. Tracht ik vooruit te kijken, dan kom ik tot de volgende planning. De Woonwet loopt, met dank aan de woningcorporaties – clubs die gelukkig normaal hun werk zijn blijven doen – gewoon door.

Opspelen

De herziening van het pakket regelgeving ruimtelijke ordening loopt ook door, maar met de problemen die er nu ook al mee zijn. Dat komt dus nog terug. Welstandsvrij bouwen gaat opspelen een jaar na de inwerkingtreding en dus begin 2004, en gaat dan botsen met het uitblijven van de vereenvoudiging van de bouwregelgeving, wat in 2005 voor problemen gaat zorgen. Voor de aanpak van de naoorlogse wijken kan men niet langer heen om het maken van een probleemanalyse, in plaats van het telkens verzinnen van nieuwe oplossingen. Wel maakt men hier van de nood een deugd, door te kiezen voor een kleinschaliger aanpak. Het particulier opdrachtgeverschap ten slotte wordt door het uitvoerend bouwbedrijf in de armen gesloten, gekoppeld aan de vereenvoudiging van de bouwregelgeving en uiteindelijk aan het grondbeleid. We praten dan over 2005, het jaar ook waarin eenderde van de woningproductie in particulier opdrachtgeverschap moet worden uitgevoerd. 2005? Dan wordt het nog haasten om voor de volgende verkiezingen nog wat te kunnen laten zien.

Reageer op dit artikel