nieuws

Overname familiebedrijf komt als vanzelf boven

bouwbreed Premium

schiedam – Richard Breugem heeft bewondering voor de manier waarop zijn vader afstand neemt van de zaak. ‘We hadden verwacht dat hij op de achtergrond mee zou gaan lopen blazen. Maar dat is niet gebeurd’, vult zijn compagnon Hans van Brakel aan. Sinds begin dit jaar delen zij het eigendom van de Schiedamse aannemer V.d. Tempel.

Op 5 juni vierde Wim Breugem zijn zestigste verjaardag en een dag later zijn afscheid. ‘Dat vond ik altijd een mooie leeftijd om te stoppen’, legt de ondernemer uit. Zijn zongebruinde gezicht verklapt waar hij de afgelopen weken heeft gezeten. In het zonnetje in Zuid-Frankrijk. Weer thuis, is hij direct aan de slag gegaan. Breugem is directeur van de projectontwikkelingstak van V.d. Tempel en geeft als commissaris zijn opvolgers af en toe een zakelijke tip. ‘Een goede manier om te voorkomen dat hij achter de geraniums belandt’, meent Richard. Een probleem dat bij andere familieovernames vaak voor wrijving zorgt tussen de verschillend generaties. Hans en Richard ogen iets bleker dan Breugem. Zij hebben hard gewerkt sinds het idee van de overname, nu zo’n vier jaar geleden, voor het eerst in bistro Sterrenbos openlijk werd besproken. Het trio schoof regelmatig aan bij het Schiedamse restaurantje niet ver van het nieuwe hoofdkantoor. Bij een bord friet met saté werden dan de laatste zaken doorgenomen.

Filosoferen

Eenmaal uitgesproken, liet het idee de jonge ondernemers niet meer los en begonnen zij stap voor stap aan de voorbereidingen. Vorig jaar zomer vertrokken zij met vrouw en kinderen naar Venlo. De echtgenotes zaten dat weekend lekker in de zon en de kinderen speelden buiten. Maar Richard en Hans zaten met de laptop op tafel in een zaaltje van hotel De Bovenste Molen. Zij bestudeerden de boeken en hielden de activiteiten van het bedrijf – naast nieuwbouw en renovatie ook onderhoud en 24-uurs serviceverlening – tegen het licht. Ook filosofeerde het duo over de economische ontwikkelingen die de komende jaren de mogelijkheden van de onderneming zouden bepalen. Uiteindelijk werkten ze twee scenario’s uit, één voor slecht en één voor goed weer. Het lange weekend in het zuiden van het land werd niet alleen gebruikt om de feiten op een rijtje te krijgen. Toen de kinderen eenmaal op bed lagen, schoven de echtgenotes aan. Dan werd er nog lang doorgepraat. Die avonden waren niet echt nodig om de dames te overtuigen, hun belangrijke steun was vanzelfsprekend. De families wilden vooral de persoonlijke gevolgen van de overnameplannen tot zich door laten dringen. Lange werkdagen, weinig tijd voor elkaar en altijd druk. De scenario’s die in Limburg waren uitgedacht vormden uiteindelijk de basis voor drie plannen. Aan ieder plan hing een prijskaartje voor V.d. Tempel dat in 2001 een omzet realiseerde van 18 miljoen euro. Het bedrag varieerde naar de prioriteit die in de verschillende plannen werd gesteld. Zo vroegen Richard en Hans zich af wat ‘financieel gewenst was’ en hieruit volgde vanzelfsprekend de laagste prijs. In een ander plan vroegen zij zich af wat er mogelijk zou zijn en bij de laatste planning werd een inschatting gemaakt van de vraagprijs. Ondertussen overlegde Breugem met zijn commissaris, die het hele proces steeds had begeleid, over zijn prijs. Uiteindelijk kwamen de partijen weer bij elkaar en kon het loven en bieden beginnen. Een sessie die niet al te lang duurde, want de middelste prijs van Richard en Hans was precies de prijs die Breugem zelf had bedacht.

Verontwaardiging

Alles was in kannen en kruiken, alleen een financiering moest nog geregeld worden. En dat ging veel minder vlot dan gedacht. Breugem krijgt het er nog warm van. De huisbank wilde het benodigde geld voor de overname van V.d Tempel alleen lenen onder zeer strikte, en volgens de ondernemers absurde, voorwaarden. Om het hele project toch door te laten gaan is hij toen zelf maar ingestapt. Richard deelt de verontwaardiging van zijn vader. ‘Ze hebben het geld zeker in telecom- en internetondernemingen gestopt’, schimpt hij. De overgang van vader op zoon van de familieonderneming zat niet echt in de planning. Breugem junior had aanvankelijk een baan bij een bedrijf dat wereldwijd handelt in roestvrijstalen producten. Daar zorgde hij voor de certificering en de ISO-normen van het materiaal. Maar hij had het niet naar de zin, de mogelijkheden om door te groeien waren beperkt. Op voorstel van zijn vader belandde hij in de herfst van 1992 in de zaak. Aanvankelijk voor een jaar, want hij was er nog niet helemaal zeker van of hij wel in de aannemerij wilde werken. Zijn vader werd pas begin jaren tachtig eigenaar van het bedrijf dat daarvoor door drie generaties Jan van den Tempel was geleid. Het was daarom nooit bij hem opgekomen om in diezelfde onderneming carrière te maken.

Omslagpunt

De bouw van het nieuwe pand op een terrein midden tussen de uitlopers van de Rotterdamse haven, waarvoor in 1998 de eerste stappen werden gezet, was een omslagpunt. ‘Tijdens de voorbereiding van de nieuwbouw kreeg ik steeds meer het idee dat het wel eens iets zou kunnen worden’, omschrijft hij nu zijn gevoelens van die tijd. Voor zijn zakelijk partner Hans was het vanaf het begin wel duidelijk. Na zijn studie aan de Technische Universiteit in Eindhoven wilde hij graag bij een bouwonderneming aan de slag. Maar het aannemersbedrijf van zijn vader vond hij met zijn dertien personeelsleden iets te klein. Via zijn oom, de commissaris die Breugem eerder met advies bijstond, kwam hij in contact met V.d. Tempel. Het klikte en zes maanden later dan Richard trad hij in dienst. Breugem zag al snel meer in de twee. De samenwerking verliep goed en voorzichtig duwde hij zijn medewerkers in de juiste richting. Ze volgden af en toe een cursus en namen geleidelijk steeds meer werk voor hun rekening. De overname was voor de oud directeur-eigenaar geen verrassing. ‘Het sluimert in het bedrijf en op een gegeven moment komt het vanzelf boven de grond.’ Lange werkdagen, weinig tijd voor elkaar, altijd druk

Reageer op dit artikel