nieuws

‘De beste maatregel om risico’s te beheersen is een goed ontwerp’

bouwbreed Premium

hoogmade – Risicoanalyses hebben in alle fasen van het project Hogesnelheidslijn-Zuid hun nut bewezen. Ze hebben discussies bij tracebesluit en contractvoorbereidingen centraal gehouden. Tijdens het ontwerp en de uitvoering vormen ze de basis voor opstellen van maatregelen die te nemen zijn om risico’s te beheersen.

Contractmanager J. Hekker voor de Boortunnel Groene Hart voor de Projectorganisatie Hogesnelheidslijn-Zuid stelt dat risicoanalyses een wezenlijk onderdeel vormen van risicomanagement. Zijn inventariseren en kwantificeren van risico’s al essentieel, nog belangrijker is daarna het opstellen van maatregelen om de risico’s te beheersen. Hekker vindt dat men zich systematisch zou moeten richten op maatregelen bij het ontwerp, de uitvoering en de monitoring. Voorafgaand aan de aanbesteding vam de boortunnel Groene Hart is door de Projectorganisatie een ontwerp gemaakt met daarin de eigen visie op wat voor boortunnel het zou moeten worden. Zo’n referentieontwerp is nodig om functionele specificaties te kunnen opstellen en die specificaties vormen weer de basis voor een aanbesteding volgens een ‘design and construct’ contract. Bij het referentieontwerp heeft de projectorganisatie risicoanalyses gemaakt en principiële keuzen gedaan. Het werd een ontwerp met twee tunnelbuizen, dwarsverbindingen en schachten naar maaiveld.

Meetlat

Het referentieontwerp is gebruikt als meetlat voor de ontwerpen die een aantal geselecteerde aannemers bij de aanbesteding mochten indienen. Bij de beoordeling daarvan blijkt of een aannemer keuzen bij zijn ontwerp doet die meer, minder of gelijkwaardig qua risico zijn. De risicoprofielen zijn onderwerp geweest van uitgebreid overleg met de aannemer, met daarin veel aandacht voor extra maatregelen. Hekker: ‘Zo’n meetlat versnelt vooral het overleg over maatregelen. Duidelijk moet echter zijn dat de beste maatregel natuurlijk een goed ontwerp is. Daarbij wil je graag zekerheden in het bouwproces zien om te weten wat je krijgt.’ Een goed voorbeeld van keuzen van de aannemer en daaraan gekoppeld risicoprofiel is de enkele tunnelbuis van de boortunnel Groene Hart. De diameter is groot genoeg voor twee sporen met daartussen een scheidingswand. Het referentieontwerp van de projectorganisatie voorzag in een tunnel met twee enkelsporige tunnelbuizen met dwarsverbindingen. Bezien vanuit het risicomanagement is een tunnel met twee enkelsporige tunnels uitvoeringstechnisch minder risicovol. Het ervaringsgebied bij boortunnels tot nu toe gaat namelijk tot diameters van 10 tot 11 meter. Tot daar is alles bekend. Behalve de uitvoering zelf, is ook bekend wie hiervoor de tunnelboormachines kan leveren. Dat is zo’n beetje uitontwikkeld. Dwarsverbindingen blijven wel een zorg. Het maken ervan door te vriezen of te grouten blijft risicovol in de uitvoering. Het veiligheidsaspect bij het gebruik is ook belangrijk, maar het blijft bij twee tunnelbuizen toch een negatief scorend punt ten opzichte van een enkele buis. Alhoewel het referentieontwerp voorziet in twee enkelsporige tunnelbuizen, blijven bij de aanbesteding wel alle mogelijkheden open voor het indienen van andere concepten. Een aanbieding met een enkele grote tunnelbuis had Hekker dan ook voorzien, de functionele eisen waren zo opgesteld. Hekker zegt daarmee de markt als het ware te hebben uitgedaagd.

Overleg

Indieners van andere concepten hebben zich wel moeten verdiepen in de bijbehorende risico’s. Een aantal partijen heeft dat volgens Hekker goed gedaan. Sommige gingen in op details. Het Franse/Nederlandse consortium Bouygues/Koop is met de enkele buis aan de gang gegaan. Daarover is veel overleg geweest. Gaandeweg is de projectorganisatie overtuigd geraakt van de waarde van dit concept. ‘Maar let wel’, zegt Hekker, ‘de risicoverdeling zoals opgenomen in het conceptcontract voor het referentieontwerp is overeind gebleven.’ Concept is nu een enkele tunnelbuis voor twee sporen. Een buis met een diameter van 14,87 meter, momenteel de grootste diameter voor een tunnelboormachine in de wereld. Dat is over de uiterste grens van het ervaringsgebied heen. Riskant, maar risico’s als de prijs van een tunnelboormachine bij het beperkt aantal fabrikanten die dergelijke tunnelboormachines willen maken en de ermee te behalen voortgang liggen bij de aannemer. Bij de uitvoering wordt dezelfde filosofie gehanteerd als bij beoordeling van het ontwerp. Dat was: identificatie en kwantificering van risico’s en opstellen van maatregelen om de kans van optreden of de gevolgen van ongewenste gebeurtenissen te beperken. De dagelijkse praktijk bij het ‘design and construct’ contract voor de boortunnel Groene Hart wijkt af van andere d+c contracten. Er is namelijk externe kwaliteitsborging voorzien voor het totale proces van ontwerp en realisatie. De aannemer moet daarbij aantonen dat aan alle contracteisen wordt voldaan.

Toetsen

Dat de aannemer alles moet aantonen, wil volgens Hekker niet zeggen dat zij als opdrachtgever niks doen. Zelf toetst de projectorganisatie of de aannemer voldoet aan de eisen. Hekker: ‘Niet dat we zelf dingen gaan nameten. Wij kijken of de processen die de aannemer bij het ontwerp en de uitvoering volgt goed zijn of dat verbetering gewenst is om ervoor te zorgen dat we krijgen waar we volgens contract voor betalen. We kijken op hoog abstractieniveau of de aannemer het goed doet. Wij doen steekproefgewijs wel metingen. Als er afwijkingen zijn, is dat niet leuk, maar dan maken wij ons druk over procesverbetering bij de aannemer.’

Rechtmatig

Hekker vindt een ‘design and construct’ contract met externe kwaliteitsborging een behoorlijke stap vooruit ten opzichte van een gewoon d+c contract. ‘Onze manier van benaderen van een project is voor iedereen nieuw. Voor ons en voor accountants die het om rechtmatigheid van uitgaven van overheidsgelden gaat. Het is alleen niet makkelijk vast te stellen wat je moet laten zien om de rechtmatigheid aan te tonen, zonder te vervallen in zelf alles nameten en testen. Zit je te dicht op de aannemer, dan haal je via de achterdeur weer risico’s binnen die je met een d+c contract nu juist bij de aannemer wilde leggen. We hebben bij de HSL hier juist systemen en processen ontwikkeld om de dingen die de aannemer doet op afstand goed te volgen en bovendien de rechtmatigheid goed af te dekken.’ Hekker benadrukt dat het volgen van de aannemer op afstand betekent dat je mensen moet hebben die technisch inhoudelijk goed zijn. Mensen van gewicht, die procesmatig goed op de hoogte zijn maar ook ‘het dagelijkse werk’ evengoed kennen als de aannemer zelf. ‘Onze benadering is voor iedereen nieuw’

Reageer op dit artikel