nieuws

Studie naar vaste oeververbinding over Fehmarnbelt

bouwbreed Premium

BERLIJN/KOPENHAGEN – In de aanloop naar een definitief besluit over de aanleg van de Fehmarnbeltverbinding tussen Denemarken en Duitsland heeft het verkeersministerie in Berlijn een politieke ommezwaai gemaakt.

Tot dusver meende ‘Berlijn’ dat de 19 kilometer lange vaste oeververbinding – een onderdeel van het zogenaamde Trans-Europese Transportnet (TEN) – er alleen zou moeten komen onder de voorwaarde van een 100 procent commerciële aanpak. Die eis hebben de Duitsers echter vooralsnog laten vallen. Dat kan worden geconcludeerd na de presentatie van het rapport over de bereidheid van het private bedrijfsleven om bij te dragen aan de financiering van dit miljardenproject. De ommezwaai houdt in dat toch verder wordt gestudeerd op de mogelijkheden. Het definitieve besluit tot aanleg blijft daarmee op de agenda voor begin volgend jaar. Feit is namelijk dat het vorige week bij de verkeersministers van de twee landen op tafel gelegde rapport uitwijst, dat het project bij private financiering veel duurder gaat worden. Concreet gaat het daarbij om een bedrag van minimaal 1 miljard euro. Deze meerprijs is een soort risicopremie in de vorm van hogere rente in verband met de onzekerheid over het verkeersaanbod en de hoogte van de tolheffingen. Als commercieel project staat de Fehmarnbelt derhalve op losse schroeven, zonder dat de Duitse bewindsman K. Bodewig daaruit de aangekondigde consequenties heeft getrokken. Het rapport is in opdracht van de Deense en Duitse verkeersministers gemaakt door de Fehmarn Development Joint Venture (FDJV), een ad-hocinstelling met onder meer deskundigen die eerder nauw waren betrokken bij de realisering van de projecten over de Deense Grote Belt (gereedgekomen in 1998) en de Deens/Zweedse Øresundslink (in gebruik genomen in 2000). Op basis van een enquête en vraaggesprekken met vertegenwoordigers van de geprekwalificeerde bedrijven en consortia heeft het FDJV in het rapport een hele serie financieringsmodellen gelanceerd voor een brugverbinding met een dubbel spoor en een vierbaans weg met in het midden een tuibrug. Deze meest voor de hand liggende vormgeving gaat volgens de berekeningen een investering vergen van 4,3 miljard euro, exclusief in de aanlegfase bijkomende rente, bij uitvoering in de periode 2004-2011.

Reëel

Onder de financieringsmodellen die in het rapport als reëel zijn beoordeeld, bevindt zich geen enkel model waarin het bedrijfsleven de zaak helemaal op eigen houtje regelt. In twee wel reëel geachte modellen wordt uitgegaan van Build Operating and Trade (BOT). Het verschil tussen de twee BOT-modellen is dat in het ene zowel weg- als spoorwegdeel privaat wordt gefinancierd, maar in beide modellen wordt gewerkt met een vaste overheidsbijdrage. In het andere BOT-model is sprake van alleen een privaat gefinancierd wegdeel. Het derde en verreweg goedkoopste model gaat uit van financiële overheidsgarantie voor het hele project, waarbij de Deense en Duitse overheden hun belangen onderbrengen in een beheersmaatschappij, zoals die ook fungeert voor de brug/tunnelcombinatie over de Øresund tussen Kopenhagen en Malmö. Duitsers maken politieke ommezwaai

Reageer op dit artikel