nieuws

Materieel nu eenvoudiger op te sporen

bouwbreed Premium

apeldoorn – Het wordt binnenkort eenvoudiger om gestolen bouwmaterieel op te sporen. Dankzij een nieuw registratiesysteem kunnen politie en verzekeringsmaatschappijen gemakkelijk zien of materieel is gestolen. Aannemers kost het niets meer dan een telefoontje naar Noordwijk.

Jaarlijks wordt in Nederland voor zo’n 150 miljoen euro aan bouwmaterieel gestolen. Tussen de 2000 en 2500 stuks, van aggregaten tot wielladers, verdwijnen van de bouwplaatsen. Een klein gedeelte daarvan wordt teruggevonden, omdat die ‘slechts’ zijn gebruikt voor joyriding of zogenoemde ramkraken op banken en juweliers. Het gros verdwijnt op de tweedehandsmarkt. De politie geeft er nauwelijks prioriteit aan. Niet omdat ze niet zou willen, maar omdat het heel veel speurwerk vereist en zelfs al wordt een machine gevonden, dan nog is het moeilijk te bewijzen dat die is gestolen. Dat komt doordat er geen goed registratiesysteem van de machines is. Auto’s hebben een uniek kenteken en dito chassisnummer. De laatste vier cijfers daarvan vormen de zogenoemde meldcode. Kenteken en meldcode samen maken het voor RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie heel simpel na te gaan om wat voor auto het gaat. Type, kleur, cilinderinhoud, het zit allemaal in de computers van RDW.

Veranderen

Bij bouwmaterieel is dat niet het geval. Geen kentekens en bij oudere machines soms niet eens andere unieke kenmerken. Dus ook geen eenduidig register waarin politie of verzekeringsmaatschappijen simpel kunnen zien om wat voor machine het gaat en of die wellicht als gestolen is opgegeven. ‘Dat gaat nu veranderen’, zegt A. Gravendijk. Zij is operation manager van de Stichting VAR, een organisatie gelieerd aan verzekeraars die zich onder meer bezighoudt met registratie van gestolen dan wel anderszins vermiste voertuigen. Dankzij contacten met zusterorganisaties in vrijwel alle landen worden op die manier heel wat voertuigen teruggevonden. ‘Iets soortgelijks komt er nu ook voor bouwmachines. We zijn al zes jaar met het project bezig. Dat klinkt lang, maar er komt heel wat kijken bij het opzetten van een zuiver register voor niet gekentekende objecten. Samen met RDW, politie en BMWT hebben we nu echter een systeem gebouwd. Feitelijk gaat het om twee gekoppelde systemen, het Mobiele Objecten Bestand (MOB) van de politie dat wordt beheerd door RDW en ons eigen Vermiste Objecten Register (VOR). Aannemers die materieel missen kunnen dat bij onze helpdesk in Noordwijk opgeven. Wij zetten er dan in ons systeem een signaal op dat een machine is vermist. Ook moet aangifte worden gedaan bij de politie, die er in haar systeem een signaal opzet. Die twee signalen moeten met elkaar kloppen. Dankzij ons netwerk met zusterorganisaties weet heel Europa dat een bepaalde machine is vermist.’

Herverzekeren

Het initiatief voor het systeem komt van de verzekeraars. Die hadden nauwelijks inzicht in het aantal gestolen machines en de schadelast. Dat komt doordat ze dit soort polissen via de beurs herverzekeren. Tegelijkertijd bood het gebrek aan kennis ook fantastische mogelijkheden voor fraude. Wat is er immers simpeler dan een oude machine bij meer verzekeraars te verzekeren en dus ook x-maal de schade te claimen bij diefstal. ‘Dat kan met dit systeem in ieder geval niet meer. In Europees verband is gewerkt aan een zogeheten conformiteitsverklaring die een machine indentificeerbaar maakt. Verzekeraars kunnen daardoor zien of een machine al ergens anders verzekerd is’, vertelt Gravendijk. Ook het verzekeren van gestolen materieel behoort tot het verleden. Daardoor ontstaat een preventieve werking: een gestolen werktuig wordt minder interessant. Het systeem gaat over vier weken van start. ‘Dan moet het tussen de oren van gebruikers en verzekeraars komen dat we bestaan en dat ze er gebruik van moeten maken. Tijdens de Technische Kontakt Dagen in Wezep kreeg ik al de nodige vragen. Vooral hoeveel het gebruikers gaat kosten. Helemaal niets dus. Wij worden betaald door de verzekeringsmaatschappijen.’

Reageer op dit artikel