nieuws

Maison d’Essence biedt plaats aan 22 loftwoningen

bouwbreed Premium

zaandam – Een woning huren in een voormalige essencefabriek. Dat is binnenkort mogelijk na de restauratie van het jonge rijksmonument en appartementencomplex Maison d’Essence in Zaandam. Het monument is een voorbeeld van vroege betonbouw uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Tijdens de restauratie is ernaar gestreefd zoveel mogelijk authentieke details te behouden.

Alleen bij de keuze voor de isolatie van het complex won de bouwfysische variant het van de esthetische door het beton aan de buitenzijde met tempex te isoleren. Zeker nu het pand nog in de steigers staat, lijkt het op enige afstand een eenvoudige betonnen doos. Maar als je even de moeite neemt om beter te kijken, is te zien dat het een bijzonder gebouw betreft. Het is de voormalige essencefabriek in het centrum van Zaandam waarin aannemingsbedrijf Schakel & Schrale op dit moment tweeëntwintig loftwoningen realiseert. Projectleider ing. J.A. van Vianen: ‘Het gebouw is in 1930 door architect J. Coenraad ontworpen en is één van de eerste gebouwen waarvan het complete casco geheel uit in het werk gestort beton bestaat.’ Het beton is hét kenmerk van het gebouw. Zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde is het ‘betonhout’ nog te zien van de bekisting dat door zijn structuur afdrukken heeft achtergelaten. Juist die afdrukken waren voor de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) een belangrijk element om te behouden. Een ander typerend onderdeel van de oude fabriek zijn de stalen kozijnen. Deze zijn genummerd en stuk voor stuk gestraald, eventueel gerestaureerd, geschopeerd, gelakt en herplaatst. Van Vianen: ‘De kozijnen zijn voorzien van dubbelglas en beglaasd met behulp van stopverf. Omdat het stalen profiel daar eigenlijk te klein voor was, hebben we in overleg met de glasleverancier een systeem bedacht waarbij het isolatieglas in de sponning werd gelijmd. De stopverf afwerking dient daardoor eigenlijk alleen een esthetisch doel.’

Isolatie

Ir. G.J. Zijlstra van Zijlstra Schipper Architectenbureau: ‘Bij het geschikt maken van de ruimtes voor bewoning, ontstond het probleem een keuze te maken de gevels aan de binnen- of aan de buitenzijde te isoleren. In beide gevallen zou de karakteristieke houtstructuur in het beton verdwijnen.’ Omdat het gebouw aan de buitenzijde al eens was geschilderd en er sprake was van betonrot op verschillende plaatsen, is in overleg met de RDMZ besloten het isolatiepakket aan de buitenzijde aan te brengen. Zijlstra: ‘Corrosie van de wapening was mogelijk doordat de dekking op veel plaatsen onvoldoende was. Op die plaatsen hadden we sowieso herstel moeten uitvoeren en daarmee de houtstructuur geweld moeten aandoen.’ Bovendien meende het bouwteam dat het aanbrengen van tempex aan de buitenzijde bouwfysisch gezien beter zou zijn dan een isolatiepakket aan de binnenzijde. Om toch het betonnen aanzicht te bewaren, wordt de buitenzijde ‘glad als beton’ afgestuukt en in betonkleur opgeleverd. Het aanvullend aanbrengen van een nieuwe houtstructuur achtte Zijlstra een beetje te veel van het goede.

Stalen kozijnen

Als gevolg van het besluit tot buitenisolatie over te gaan, moest Zijlstra in overleg met Schakel & Schrale een oplossing bedenken voor de herplaatsing van de stalen kozijnen zonder dat de negge te groot zou worden. ‘Met hoekprofielen en steunen verplaatsen we de kozijnen zo’n 10 centimeter naar buiten. Bovendien hebben we een oplossing moeten bedenken voor de montage van de raamdorpelstenen die in de oude situatie op het beton kwamen.’ Hiervoor koppelde de aannemer een geperforeerde stalen strip aan de onderdorpel van het kozijn. De strip dekt het kwetsbare tempex af en biedt de mogelijkheid om de nieuwe raamdorpelstenen te verlijmen.

Prefab

Naast het naar buiten brengen van de kozijnen moest de aannemer een oplossing bedenken voor de uitstekende betonnen banden die bepalend zijn voor de belijning van de fabriek. Door het aanbrengen van de isolatie en het enigszins terugvallen van de belijning zou de plasticiteit van het gebouw volgens de architect voor een groot deel verloren gaan. Van Vianen: ‘We hebben hiervoor de oude banden bij de gevel afgezaagd en nieuwe prefab betonnen banden met roestvaststalen nokken aan het casco gemonteerd. Om de zware onderdelen die soms meer dan 450 kilogram wegen, te monteren, hebben we een speciale takel tussen de steiger en het gebouw gemaakt.’ Verder ondervangt de aannemer met het toepassen van de stalen nokken en het loskoppelen van de belijning van de gevels voor het grootste gedeelte het probleem van een koudebrug. In de voormalige fabriek komen tweeëntwintig huurwoningen. Met het ontwerp heeft de architect rekening gehouden met de vrije indeelbaarheid van de woningen. Hierbij werd hij geholpen door de originele constructie. ‘Het mooie was dat architect Coenraad destijds al rekening heeft gehouden met vrije indeelbaarheid. Door het hele gebouw heen zijn houten regels in het beton opgenomen als bevestigingspunten voor onder andere tussenwanden.’

Vrij

De typering ‘loftwoning’ slaat in Maison d’Essence op de vrije indeelbaarheid. Elke woning krijgt standaard een grote leefruimte, een keuken en een natte groep. De nieuwe bewoners kunnen een eigen indeling maken. Alleen de keuze voor afwerking staat de nieuwe bewoners niet geheel vrij. De besproken houtstructuur mag niet worden weggestuukt. Ook karakteristieke constructieonderdelen moeten behouden blijven. Zijlstra: ‘Op verschillende plaatsen zie je doosachtige verzwaringen aan de betonnen plafonds. Deze zijn aangebracht ter plaatse van de zware weegschalen in de betonvloeren. Die typische kenmerken blijven behouden.’ In verband met geluidsisolatie zijn de betonnen vloeren afgewerkt met 5 tot 12 centimeter schuimbeton, 3 centimeter steenwol en een zandcementvloer waarin de cv-leidingen zijn opgenomen. Overige leidingen, zoals riolering, zijn in de schuimbetonlaag ondergebracht.

Paddestoelvloeren

Ook de constructie van het complex is interessant. De paddestoelvloeren zijn met een dikte van 15 centimeter zwaar gedimensioneerd. In tegenstelling tot wat te is verwachten, is de constructie zwaarder in de bovengelegen verdiepingen. Volgens Van Vianen komt dat doordat met name de opslag van zware materialen en voorraad op de tweede verdieping en het dak waren gesitueerd. Wat betreft het dak was de zware constructie met betrekking tot de herbestemming een groot voordeel. Zijlstra: ‘Op het dak komt een parkeerplaats voor tweeëntwintig auto’s. De oude borstwering van een meter die voorheen de opslagvaten aan het zicht onttrok, doet dat nu voor de wagens. In de ruimte die voorheen de oude goederenlift plaats bood, is nu een autolift gekomen.’ Om de druk van het wagenpark te verdelen is een extra betonvloer over het oude dak aangebracht. Naast de autolift een personenlift gemaakt.

Wapeningsnetten

Zoals bij elke restauratie komt een aannemer altijd wel iets bijzonders tegen. In dit geval verbaasden de aannemer en architect zich over de diagonaal aangebrachte wapeningsnetten in wanden en vloeren. Zijlstra: ‘Een collega van me opperde dat voor deze techniek was gekozen, omdat op die wijze de kortste afstand tussen de paddestoelen was gerealiseerd. Maar voor de wanden heb ik nog geen verklaring.’ De aanneemsom van de restauratie die met een kanjersubsidie tot stand kwam, bedraagt 3,86 miljoen euro.

Projectgegevens

Opdrachtgevers: Z.V.H. Vereniging Zaandams Volkshuisvesting

Architect: Zijlstra Schipper Architectenbureau BNA BV

Aannemer: Schakel en Schrale BV, onderdeel HBG Bouw en Vastgoed BV

Constructeur: Berkhout Tros Bouwadviseurs

Onderaannemers: Balm BV – betonherstel Van der Eng Beton – prefabbeton Gebr. De Nijs BV – gevelisolatie Van der Vegt BV – stalen ramen Glashandel Devri – beglazing LTF liften BV – liftinstallateur

Reageer op dit artikel