nieuws

Gespecialiseerde bedrijven doen het goed

bouwbreed Premium

amsterdam – De gespecialiseerde aannemers, goed voor eenvijfde van de totale bouwomzet, hebben het in 2000 goed gedaan. De brutowinstmarge en de rentabiliteit op het eigen vermogen zien er gezond uit. Toch zag bijna 30 procent geen kans om winst te behalen.

Volgens het onderzoek ‘Kerncijfers van gespecialiseerde aannemersbedrijven 2000-2001’ van het EIB is de winstmarge van alle gespecialiseerde bedrijven bij elkaar 5,4 procent. In de b&u ligt dat op 5,3, in de gww op 5,6. Daar staat tegenover dat de rentabiliteit op het eigen vermogen in de b&u met 44,7 procent aanzienlijk hoger ligt dan in de gww dat 30,3 procent noteert. In het onderzoek is gekeken naar de kostenstructuur per bedrijfstype en -grootte. Voor de timmerbedrijven komt daar de opmerkelijke constatering uit dat de loonkosten in de bedrijven met meer dan vijf werknemers 10 procent hoger liggen dan van de kleinere. Die met meer dan vijf werknemers zijn eenderde van hun omzet kwijt aan de factor arbeid. Daar staat tegenover dat de bedrijven met minder dan vijf werknemers veel meer kwijt zijn aan uitbesteding aan (sub)onderaannemers. Zij behalen echter wel een hoger bedrijfsresultaat: 5,8 procent tegen 3,5 procent voor de wat grotere bedrijven.

Afbouw

Bij metsel- en voegbedrijven tikt de factor arbeid nog harder door. De 5-minbedrijven zijn daaraan meer dan de helft van de omzet kwijt, de 5-plusbedrijven zelf bijna 60 procent. Het bedrijfsresultaat voor de kleine bedrijven ligt hier op 7,6 procent tegen 3,2 voor de grotere bedrijven. De afbouwbedrijven zijn weer een kleiner deel van de omzet kwijt aan arbeid terwijl hier juist de kleinere bedrijven duurder uit zijn dan de grotere. De 5-minbedrijven betalen 35,5 procent van de omzet uit aan hun personeel, de 5-plussers 30,5 procent. De bedrijfsresultaten ontlopen elkaar niet veel met 5,9 respectievelijk 5,3 procent. Bij dakdekkersbedrijven ontlopen de arbeidskosten elkaar niet veel met 32,7 procent voor de kleine en 30,4 procent voor de grotere bedrijven. Des te opmerkelijker is het dat de brutowinst bij de kleine bedrijven met 4,9 procent relatief aanzienlijk hoger ligt dan bij de grotere bedrijven die 2,8 procent scoren. De straatmakersbedrijven draaien lekker dankzij weinig regen in 2000. De brutowinst lag voor kleine bedrijven op 7,5 procent tegen 5,1 voor grotere. Die kleine bedrijven zijn wel meer dan de helft dik 50 procent aan arbeidskosten kwijt, tegen de grotere 33,5 procent. Die laatste besteedden echter veel meer uit, 20,6 procent tegen 6,6 procent voor de kleine. Bij grondwerk-, grondborings- en bronbemalingsbedrijven zijn het vooral de kleine bedrijven die goed verdienen. De 5-minbedrijven halen een brutoresultaat van 10,8 procent. Dit is vooral dankzij de grondwerkbedrijven die een resultaat behalen van 11,3 procent. De grotere bedrijven blijven daar overigens ver bij achter met een resultaat van 5,4 procent voor de gespecialiseerde gww-aannemers. Voor de grondwerkbedrijven ligt dit juist weer lager met 3,1 procent.

Reageer op dit artikel