nieuws

Deltametropool als richtsnoer laat ruimte open

bouwbreed Premium

den haag – De Deltametropool als idee en richtsnoer. Zo omschrijft Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau de wens om de Randstad neer te zetten als één geheel. Dit voornemen uit de Vijfde nota ruimtelijke ordening is aan de ene kant bejubeld, aan de andere kant verguisd door een deel van de Tweede Kamer die het gebied te groot vindt als één stad.

‘Het is een metafoor, net het Groene Hart. En op zich is zo’n metafoor sturend, zoals we gezien hebben aan die tunnel die wordt aangelegd onder een nauwelijks interessant gebied. De metafoor van de Deltametropool kan ook richtinggevend zijn voor de Randstad, zonder die metafoor meteen beleidsmatig dicht te timmeren.’ Bij Deltametropool gaat het niet om een nieuwe stad, maar om samenhang in de Randstad, waarbij de afzonderlijke steden hun identiteit in het geheel behouden. ‘Den Haag is een mooie groene stad met veel internationale rechters. Misschien moet je daar geen grote stationoverkappingen plannen’, licht Derksen toe. Vervoer is volgens hem cruciaal voor het slagen van de mogelijke Deltametropool. ‘En dan bedoel ik ook glasvezels.’ Daarbij hoort een aanpassing van de snelheid: ‘In Parijs rijd je ook niet 120. Overal komt een bordje met maximumsnelheid 50, dan heb je geen files meer. Voorwaarde is wel dat je overal met een metro moet kunnen komen.’

Kinderschoenen

Van gemeenteprofessor tot directeur van het Ruimtelijk Planbureau. Wim Derksen zit bij menig journalist nog in de kaartenbak als professor bestuurskunde. Dan klinkt Ring des Nibelungen van Wagner uit zijn mobiel en wimpelt hij weer iemand af. De gewezen gemeenteprofessor geeft nog college aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam, maar is vooral directeur van het Ruimtelijk Planbureau dat sinds 1 januari bestaat en de kinderschoenen nog moet ontgroeien. ‘Ik kan mijn mond niet meer overal over opendoen, omdat ze ons bureau er niet op moeten aankijken.’ Wim Derksen maakte de keus voor he7t planbureau vooral omdat hij de dynamiek van Den Haag miste, na zijn vertrek bij de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Hij is vijftig jaar en wilde wat anders. Geen post in het kabinet ‘dat mag niet van mijn vrouw’, maar wel een baan op het snijvlak van politiek en wetenschap. ‘Ruimtelijke ordening en stedenbouw zijn mijn grootste hobby’s. Sociale Zekerheid was mijn wetenschappelijke hobby, maar daar lees ik in het weekend niet over.’ Het Ruimtelijk Planbureau telt voorlopig veertig medewerkers en heeft als tijdelijke lokatie de zestiende etage van de Haagse Malietoren. De dynamiek van Den Haag ligt letterlijk aan de voeten met een panorama van Hoek van Holland tot voorbij Rijswijk. Het is nog onduidelijk wat de definitieve basis wordt van het planbureau, zeker is wel dat die in de Hofstad blijft. Twee belangrijke producten van het bureau worden de Ruimtelijke Balans en de Ruimtelijke Verkenningen. Beide gaan om het jaar verschijnen, met volgend jaar eerst de Verkenningen. De voorbereidingen zijn al in volle gang, maar het is nog onduidelijk hoe het planbureau de ruimtelijke ontwikkeling gaat toetsen. Derksen: ‘De zeven criteria die nu zijn gebruikt, komen van het beleid. Voor ons zijn andere keuzes mogelijk.’

Debat

Hij spreekt van monitor en niet van balans. Een term die hij bij de presentatie in februari al afkeurde, omdat het een evenwicht suggereert wat er in zijn ogen niet is. Hij vindt dat het onderzoek zo gedegen en onafhankelijk mogelijk moet plaatshebben. Het liefst maakt hij een uitstapje naar de toekomst en kijkt daarvandaan terug. ‘Ik wil ook dingen monitoren die in de toekomst groter kunnen worden. De rol van de informatietechnologie bij bedrijfsvestiging, bijvoorbeeld. Dat is toch interessant.’ De vorm waarin de Ruimtelijke Verkenningen moet verschijnen heeft het Ruimtelijk Planbureau nog niet voor ogen. ‘Misschien een boekje voor de meest interessante bevindingen en de rest op cd-rom of internet.’ Het ruimtecompendium, met alle cijfers over de ordening in Nederland, verschijnt alleen op internet. Daarmee kiest het planbureau voor dezelfde vorm als het milieucompendium van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Daarnaast werkt het Ruimtelijk Planbureau aan thema’s ‘om het publiek debat een impuls te geven’. Dat betekent niet een mening geven over onderwerpen waarover al velen hun zegje hebben gedaan, zoals de Zuiderzeelijn. ‘Als het publiek debat al is gevoerd, hebben wij geen meerwaarde.’ Het Ruimtelijk Planbureau zoekt volgens de directeur naar nieuwe vragen en nieuwe antwoorden, maar niet naar nieuws in de zin van chocoladeletters op de voorpagina van de Telegraaf.

Fantasie

Op 3 oktober is de grote startconferentie van het bureau. ‘Tot die tijd moet er nog veel gebeuren. We zijn onder andere hard bezig de data-infrastructuur in te richten.’ Het jongste planbureau werkt veel samen met het Natuur- en Milieuplanbureau van het RIVM, het Centraal Planbureau en in iets mindere mate met het Sociaal en Cultureel Planbureau. De brieven naar twaalf onderzoeksinstituten en universiteiten voor een inhoudelijke samenwerking liggen klaar. ‘We zijn geen pot met geld, maar willen halfjaarlijks een gesprek en gezamenlijke projecten opstarten. We willen niet afhankelijk worden, want we hebben hier ook creativiteit en kennis.’ De grens van de taken van het planbureau ligt volgens Derksen duidelijk bij de ICES-toets. ‘Daar moet je zinnige informatie aandragen en word je bijna in de positie gedwongen uitspraken te doen over wat wenselijk is.’ Daar is een planbureau niet voor, meent de directeur. Hij wil geen echte uitspraken doen, maar slechts de mogelijkheden tonen. Ook daarbij heeft hij zijn voorbehouden. ‘Planningdisasters leveren vaak de mooiste dingen op’, schetst hij met als voorbeeld het Opera House in Sydney. ‘Dat moest niet doorgaan, was veel te duur, maar iedereen kent het.’ Nederlandse voorbeelden noemt hij de Oostvaardersplassen en het Markermeer, die beide niet gepland waren. ‘Ach, misschien komt er ook iets moois uit de Betuwelijn.’ Een ordeningsramp, volgens Derksen, omdat de lijn niet aansluit in Duitsland en de meeste containers over de Waal worden vervoerd. ‘Misschien was het geld beter besteed aan iets waar minder fantasie voor nodig is.’

Reageer op dit artikel