nieuws

Bouw voelt zich in de steek gelaten

bouwbreed Premium

dokkumer nieuwe zijlen – De politiek heeft de bouw behoorlijk in de kou laten staan nadat ‘Brussel’ de Nederlandse prijsregeling verbood. Ondanks de belofte van toenmalig minister en later premier Lubbers kwam er jarenlang niets van een gereguleerde marktordening terecht. Onder die omstandigheden gaan de prijzen alleen maar omhoog, voorspellen aannemers.

Arnold Jellema en Gosse Agema, samen goed voor zo’n tachtig jaar bouwervaring, voelen zich behoorlijk in de grijze kuif gepikt door alle verhalen over vermeende bouwfraude. Beiden zijn maatschappelijk actief geweest binnen het NVOB. Jellema regionaal, Agema in het hoofdbestuur. Daarnaast heeft Jellema ook te maken gehad met de prijsregelende organisaties en is Agema nog steeds arbiter bij de Raad van Arbitrage. Zij kennen de bouw dus van binnen en van buiten. ‘Drie eeuwen geleden was er al sprake van potgeld dat een bouwer zijn meedingende collega’s betaalde. Een dergelijke regeling is er altijd geweest. Iedereen wist het en accepteerde het ook. Niemand deed daar geheimzinnig over. Sterker nog, het Uniform Prijsregelend Reglement is door aannemers en opdrachtgevers samen gemaakt. Calculatievergoeding stond ook gewoon open en bloot op offertes. In die sfeer zijn wij opgevoed. Het grootste deel van onze carrière hebben wij onder de wettelijke regeling hierover gewerkt. Dat poets je niet zomaar weg’, begint Jellema.

Evenwicht

Het belangrijkste vindt hij daarbij dat er in dat systeem sprake was van evenwicht tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Als die laatste evident te laag had aangeboden, kreeg hij de mogelijkheid zich terug te trekken. ‘Daardoor durfde je laag in te schrijven. Je had een uitwijkmogelijkheid. Ook dat is nu om zeep geholpen. Alleen daarom al zullen de prijzen omhoog gaan. Je kunt immers geen risico nemen te laag in te schrijven. Het rendement van de onderneming is daar een directe afgeleide van. Als ik mijn prijs kan vergelijken met die van collega’s, kan ik scherper inschrijven. Dat is nu verboden. Dus schrijf ik per definitie 5 procent hoger in’, zegt hij. ‘Kijk,’ vult Agema aan, ‘een begroting is altijd een optelsom van fouten in de min en de plus. Tijdens de uitvoering loop je tegen foutjes en voordeeltjes aan waarvan je maar moet hopen dat die tegen elkaar wegvallen. Maar het gaat om het eindbedrag. En ik durf de stelling aan dat geen opdrachtgever ooit teveel betaald heeft. Nooit, tenzij hij te maken had met boeven en ook niet als een van hen publiekelijk zegt dat het usance was en is in de bouw. Maar die lopen in elke branche rond. Dat is geen reden om een de hele bouw in de verdachtenbank te plaatsen.’ In de praktijk heeft hij wel eens meegemaakt dat een architect optredend voor de opdrachtgever de begroting van de aannemer post voor post ging nalopen, met zijn eigen begroting in de hand, om de krenten uit de pap te halen. ‘Ik heb hem maar even laten begaan. Ik had echter zijn eindcijfer al gezien, en het mijne was lager.’ Daar zit volgens beide aannemers een groot deel van de problemen, de opdrachtgevers en namens hen architecten, missen de kennis om een goede begroting te maken en een juiste prijs te berekenen. ‘Midden jaren negentig hebben we vanuit de Stichting Marktwerking Bouwnijverheid (SMB) jaren gediscussieerd met vooral overheidsopdrachtgevers. Er zijn onderzoeken gedaan naar de verhouding aannemer/opdrachtgever. Daar kwam uit dat de klachten over elkaar wederzijds praktisch dezelfde waren. Hoe het gedrag is, wordt overigens ook bepaald door de tijd. Is er sprake van een overspannen bouwmarkt of niet. Dat geldt voor aannemers maar ook voor opdrachtgevers’, aldus Agema Het belangrijkste is volgens beiden een verantwoorde prijsvorming. Dat is nodig voor de continuïteit van de bedrijven, maar evenzeer in het belang van de opdrachtgever. ‘Een marktkoopman kan zo de prijs van zijn concurrenten zien en houdt daar bij zijn eigen prijsvorming rekening mee. Dat hij op zijn producten 35 procent moet maken en ook weet dat hij 10 procent van zijn producten niet kan verkopen, is secundair. Na het verbod op de voorbesteding is het niet meer bekend maken van de uitslag van aanbestedingen en het niet handhaven van het tijdstip van aanbestedingen zo’n punt van kritiek op opdrachtgevers. Toch is het de enige manier om te zien of je prijs goed is. Dat is iets heel anders dan prijsopdrijving. Ik kan je niet zeggen of voorbestedingen nog voorkomen. Maar als het zo is, dan zou ik er zo weer aan meedoen’, zegt Agema.

Voortbestaan

Jellema komt nog eens met een bewijs uit het ongerijmde. ‘Heb je gezien dat na 1993 de prijzen omlaag zijn gegaan? Ik niet. En het blijft doodzonde dat een goed systeem zomaar weggegooid is. Iedereen weet toch dat met het geld van de prijsregeling allerlei zaken in de bouw zijn betaald die van het grootste belang zijn, ook voor opdrachtgevers en de politiek. Zo is de prachtige opleidingeninfrastructuur in de bouw gefinancierd. Bij werkloosheidsprogramma’s in het verleden is de bouw altijd een belangrijke partner geweest. Die mensen moesten wel eerst worden opgeleid. Ook dat kon dankzij de gelden voor algemene bouwdoeleinden’, zegt Jellema. ‘Niet dat ik de rekenvergoeding terug wil hebben. Die strijd hebben we verloren. Maar een vergoeding voor de calculatiekosten, die fors kunnen oplopen, moet er wel zijn. Die zit nu in het nieuwe UAR, maar wordt vrijwel altijd uitgesloten. En dan maar verbaasd zijn dat voor grote projecten de prijzen hoger uitvallen’, vult Agema aan. Daar komt nog bij dat opdrachtgevers hoe langer hoe vaker allerlei risico’s bij de aannemer neerleggen die zij niet altijd kunnen beheersen. ‘En ze vragen garanties op materialen die door henzelf zijn uitgekozen. Daar hangt dan natuurlijk een prijskaartje aan’, aldus Agema. De beide aannemers blijven dan ook van mening dat de bouw weinig verkeerds heeft gedaan. In ieder geval is dat nooit ten koste gegaan van de opdrachtgever. ‘In het verkeer dat wij met opdrachtgevers hebben, kun je dat maar één keer doen. Die krijgt toch wel te horen of je te duur bent geweest. Als je dat doet, dan lig je er daarna voor jaren uit’, weet Jellema. Agema zegt het nog harder: ‘Ze mogen me vandaag nog hangen als ik iets verkeerds heb gedaan. In mijn bedrijf kwamen dit soort praktijken niet voor, omdat ik het voortbestaan van het bedrijf voor ogen had.’ ‘Zeker weten: geen opdrachtgever heeft ooit te veel betaald’

Reageer op dit artikel