nieuws

IFCO boven drie meter toepasbaar De IFCO-methode

bouwbreed Premium

den haag – Voor de verdubbeling van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht zijn zandophogingen tot 6 meter nodig. De grondslag is slecht en de ervaring met de IFCO-methode om zettingen te versnellen betreft ophogingen tot maar zo’n drie meter. Daarom doet Rijkswaterstaat (RWS) proeven met de IFCO-methode bij grotere ophogingen. De eerste resultaten zijn gunstig.

De proeven worden gedaan omdat extrapoleren van initiële zettingstijden en restzettingen van IFCO-projecten naar situaties met hogere ophogingen dan 3 meter onbetrouwbaar zijn. Voor het bouwrijp maken van terreinen met ophogingen tot 3 meter is de methode heel goed geschikt gebleken. Directeur A.F. van Weele van IFCO Funderingstechnieken twijfelt daar niet aan. Dat is wel aangetoond op de ruim vijftig projecten die zijn bedrijf met de methode heeft uitgevoerd. ‘Wil je de methode op grotere laagdikte dan 3 meter toepassen, dan is het vanzelfsprekend dat je kijkt of de processen die aan de techniek ten grondslag liggen ter plaatse ook werken zoals gedacht. De proeven bij de A2 willen helemaal niet zeggen dat we twijfelen aan de methode’, beklemtoont Van Weele. Langs de A2 is een proefstrook aangelegd van een kilometer lengte die is verdeeld in vier vakken. Twee daarvan hebben een ophoging gekregen van 6,5 en 5,3 meter. Verder is er een laaggelegen vak en een vak dat op traditionele manier wordt aangelegd. Dat laatste heeft ook een hoog en een laag deel. Met deze inrichting is het verschil te bepalen tussen IFCO-methode en traditionele wijze van ophogen, zowel voor hoge als voor lage ophoging.

Zetting

Projectleider ir. A.J. Grashuis van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde is duidelijk over het doel van de proeven: ‘Eigenlijk wil je alleen weten wanneer je asfalt kunt draaien en of het daarna nog veel nazakt’. De resultaten geven tot nu toe geven daar gedeeltelijk antwoord op. Aangetoond is dat de initiële zetting met de IFCO-methode bij grote overhoogte hetzelfde verloopt als bij kleine laagdikten. Bij de reeds gerealiseerde projecten zijn ophogingen tot 3 meter gerealiseerd die in drie tot vijf maanden bouwrijp waren met zeer kleine restzettingen. Dat laatste wil zeggen dat de zettingen na de initiële zetting zo klein zijn, dat in een lange periode na het bouwrijp maken geen problemen door zettingen te verwachten zijn. ‘Of dat met de restzettingen bij hoge ophogingen ook zo is moet nog worden vastgesteld. De metingen daarvoor moeten nog enige tijd doorlopen’, zegt Grashuis. Bij de A2 wordt overigens geen andere methode beproefd, mede omdat die veel duurder zouden uitpakken dan de IFCO-methode.

Stabiliteit

Een speciaal punt bij de IFCO-methode is nog wel de stabiliteit van de ophoging bij het aanbrengen. Bij aanleg van ophogingen volgens de traditionele methode met overhoogte, verticale drainage en een zettingstijd van enkele jaren, wordt de ophoging in lagen aangebracht. Tussen het aanbrengen van de lagen wordt de ondergrond de tijd gegeven om te draineren en te zetten. Er moet dan zoveel water uit de grond verdwijnen dat een volgende laag kan worden aangebracht zonder het grondmechanisch spel van water- en korrelspanningen in de war te sturen. Bij de IFCO-methode geldt hetzelfde. Daar moet ook dit grondmechanisch spel in acht worden genomen. Daarom zou pas met ophoging moeten worden begonnen als er geen water meer uit de horizontale drains te pompen valt. Dan is de grondslag sterk genoeg om de ophoging in één keer over de volle hoogte aan te brengen. Dat is theoretisch zo en het is ook gebleken bij een proefvak in Hardinxveld-Giessendam waar in 1997 de methode is beproefd voor gebruik bij de aardebaan voor de Betuwelijn. Op het proefvak in Hardinxveld-Giessendam is de laag van 3 meter zand te snel aangebracht, een inschattingsfout. Wordt begonnen met ophogen als in de ondergrond nog geen onderdruk aanwezig is, dan kan de stabiliteit in het geding komen. Eenzelfde situatie kan dan ontstaan als die welke bij traditionele ophogingen altijd wordt vermeden. Een deel van de ophoging in Hardinxveld-Giessendam is verzakt, waardoor de bodem van een naastgelegen weiland omhoog is gekomen.

Dijkverhoging

Na de ruim vijftig projecten in Nederland wordt nu ook een project in het buitenland uitgevoerd. Van Weele laat weten een pilotproject onder handen te hebben voor toepassen van de IFCO-methode voor dijkverhogingen (en verbredingen) in Egypte langs een zijrivier van de Nijl. Om zoveel mogelijk water beschikbaar te houden voor irrigatie, moet de waterbeheerder ervoor zorgen dat het water binnen de oevers van de rivier blijft. Dat vergt hogere dijken. Maar de ondergrond is slecht en zettingen duren lang. Met de IFCO-methode, zo blijkt, zijn de zettingen te versnellen. Als de proef slaagt gaat het om dijkverhogingen langs een traject van zo’n tien kilometer. Het zal nog minstens drie maande duren voordat de resultaten bekend zijn. De IFCO-methode (Intensief Forceren van Consolidatie van de Ondergrond) wordt gebruikt voor versneld bouwrijp maken van grond. De methode is gebaseerd op het versnellen van zettingen door verlagen van het grondwater en het aanbrengen van onderdruk in de bodem. Met behulp van een diepdraineermachine worden parallelle verticale sleuven in de bodem aangebracht. Op de bodem van een sleuf komt een horizontale drain, waarna de sleuf wordt gevuld met zand. In elke drain wordt een speciale pomp neergelaten, tot de onderkant van de zandsleuf is bereikt. Na het starten van de bemaling wordt eerst alleen grondwater onttrokken, maar na verloop van tijd wordt ook lucht afgezogen en ontstaat onderdruk in het zandscherm. Zodra onderdruk is opgebouwd, is het mogelijk zonder gevaar voor instabiliteit een eventuele bovenbelasting op het maaiveld aan te brengen. Nadat zich in de grond onderdruk heeft ingesteld kan een zandophoging in een snel tempo worden aangebracht, zonder rustpauzes tussen verschillende ophoogslagen in te lassen. Dit versterkt de geforceerde consolidatie. Aan het einde van het project wordt eenvoudigweg het pompen gestaakt, zodat het grondwater kan terugkeren naar het oorspronkelijke niveau.

Reageer op dit artikel