nieuws

‘Bouw moet af van investeringsdenken’

bouwbreed Premium

eindhoven – De gebruikswaarde van gebouwen is een onderbelicht aspect. Om te komen tot gezonde gebouwen waarin de gebruiker centraal staat, hebben de TU Eindhoven (TU/e) en TNO-Bouw de krachten gebundeld in het kenniscentrum Center for Building and Systems. Om de omslag van investeringsdenken naar exploitatiedenken te bewerkstelligen, zoekt het samenwerkingsverband voorzichtig toenadering tot de markt.

De naam kenniscentrum dekt eigenlijk niet de lading, constateert prof.ir. P.G.S. Rutten, wetenschappelijk directeur van het kenniscentrum. ‘Het kenniscentrum ontwikkelt kennis, maar dient niet als vraagbaak. Je kunt daarom beter spreken van een kennisontwikkelingscentrum.’ Het samenwerkingsverband is vanaf begin vorig jaar een feit, maar pas nu wordt ermee voorzichtig naar buiten getreden. Een bewuste keuze, zo blijkt. Kennisoverdracht-manager dr.ir. Ph.M. Bluyssen licht toe: ‘We wilden geen luchtkastelen presenteren. Het is geen sinecure om met hoogleraren en technici eenduidige standpunten te formuleren. En voordat we de interne communicatie op orde hadden, waren we al een jaar verder.’

Vernieuwend

Het doel van het kenniscentrum is het opstellen en uitvoeren van een omvangrijk kennisprogramma over gebouwen en installaties waarin de mens centraal staat. Het samenwerkingsverband van TNO en de TU/e brengt de expertises van beide instellingen bijeen. Deze multidisciplinaire benadering moet leiden tot vernieuwende inzichten op vijf onderzoeksgebieden: verlichting, klimaatbeheersing, geluid, gezonde gebouwen en duurzame energie. De onderzoeksresultaten vormen verder de grondslag voor de ontwikkeling van het integrale ontwerpproces, dat is onderverdeeld in twee gebieden. Ten eerste het strategisch ontwerpen en industrieel, flexibel en demontabel (ifd) bouwen. Hierbij ligt het accent op het ontwerpen van gebouwen met duurzame waarde. Ten tweede de gebouwsimulatie. De nadruk bij dit thema ligt op beter, sneller en goedkoper ontwerpen van innovatieve en integrale oplossingen. Daarbij moet de kennis direct praktisch toepasbaar zijn. Zo vindt op 15 april een ‘innovatieve slooptest’ in Arnhem plaats waarbij een flatgebouw in stukken wordt gezaagd. Vooral van de ontwikkeling in het ifd-bouwen is volgens Rutten veel te verwachten. ‘Weg met de vieze laarzen in de bouw. De lacune tussen ontwerp en uitvoering is niet te overbruggen door de architect ook vieze laarzen te laten aantrekken. Het is beter om helemaal geen vieze laarzen te krijgen. Maak de bouw industrieel vanuit de fascinatie voor de bouw’, stelt Rutten.

Psychologen

De onderwerpen zijn niet nieuw. Met de regelmaat van de klok verschijnen onderzoeksresultaten op het gebied van bijvoorbeeld duurzaam bouwen of klimaatbeheersing. ‘Maar wat we missen is de wetenschappelijke onderbouwing. Door de samenwerking met TU/e kunnen promovendi echt de diepte in’, zegt ir. A.C. de Geus, manager technology van TNO-Bouw en zakelijk directeur van het kenniscentrum. Het is de bedoeling dat uiteindelijk 24 promovendi gericht aan de slag gaan. De onderzoeken beperken zich niet tot bêta-hoek; ook biologen en psychologen zijn bij de projecten betrokken. Een van de onderzoeken die van start zijn gegaan is het lichtonderzoek. Twee promovendi onderzoeken de psychologische en technische gevolgen van het werken bij (dag)licht. Daarvoor is een proefopstelling gemaakt in een optimaal verlichte en een ‘normaal’ verlichte werkruimte. Bij dit experiment is Philips Lighting uit Eindhoven betrokken. De Geus: ‘Je zou denken dat een bedrijf als Philips niet geïnteresseerd is in projecten waarin daglicht in plaats van kunstlicht centraal staat. Maar het tegendeel is waar.’ Bij alle wetenschappelijke onderzoeken is marktrelevantie de gemeenschappelijke deler. Rutten verwacht dat deze aanpak de instroom van nieuwe studenten en onderzoekers naar de TU/e zal stimuleren. Rutten signaleert de laatste jaren wel een kentering in de richting van gezonde gebouwen. De bouw zou volgens de directeur meer interesse vanuit het product moeten hebben en bovendien meer vanuit de gebruiker moeten opereren.

Omslag

‘Bouwen is een industrieel proces geworden, waarbij de gebruikswaarde van gebouwen ver naar de achtergrond is verdwenen. In een gebouw moet het goed toeven zijn, pas dan creëer je gebouwen met toekomstwaarde.’ Hij spreekt van ‘een omslag van investeringsdenken naar exploitatiedenken’. Met verschillende grote beleggers heeft het kenniscentrum geregeld contact, maar de communicatie met de markt bevindt zich vooralsnog op een laag pitje. Aan de hand van een model (‘de kameel met de drie bulten’) wijst De Geus op de plaats van de TU/e en TNO binnen het kenniscentrum en ten opzichte van de markt. De Geus: ‘In het samenwerkingsmodel is de bijdrage van zowel TNO als TU/e momenteel 45 procent. Tien procent valt onder ‘extern’ zoals de Europese Unie, brancheverenigingen, STW-fondsen en dergelijke. Dat percentage zou in de toekomst groter kunnen worden.’ Een adviserende rol van het bedrijfsleven behoort volgens De Geus in de nabije toekomst zeker tot de mogelijkheden. Om wisselwerking tot stand te brengen, organiseert het kenniscentrum jaarlijks een kennisbeurs. Aan de hand van thema’s komen er sprekers met verschillende achtergronden. De eerste kennisbeurs staat eind dit jaar gepland. ‘We missen de wetenschappelijke onderbouwing’

Reageer op dit artikel