nieuws

Rokin-panden bijna klaar voor metrolijn

bouwbreed Premium

amsterdam – De Noord-Zuidlijn, het nieuwe tracé voor de metro in Amsterdam, is onder meer gepland onder het Rokin. Bij alle panden langs de route is voordat met de bouw van het metrospoor wordt begonnen, bekeken of de bestaande fundering de grondwerkzaamheden kan hebben. Voor de panden met een slechte fundering geldt: zorg dat de draagkracht voldoende is voordat met de werkzaamheden aan de metrolijn wordt gestart. Enkele eigenaren maken van de nood een deugd en voorzien hun pand direct van een nieuwe kelder.

Volgens uitvoerder R. Tijs van Bouw- en aannemingsbedrijf J.C. Nieuwenhuizen uit Amsterdam is de naam Rokin een verbastering van ‘ruk in’. Dit was een eis die destijds aan de eigenaren werd gesteld om de rooilijn van hun percelen naar ‘achteren’ te verplaatsen voor de bouw van de nieuwe kademuren aan de Amstel. Op dit moment wijst een houten uitbouw op de stoep bij Rokin 46 op de bouwactiviteit van J.C. Nieuwenhuizen. Het pand waarvan de voorgevel op vlucht staat, dateert uit de zestiende eeuw. In opdracht van Kunsthandel Jacobs voorziet de aannemer het historische pand van een nieuwe fundering en krijgt het voorhuis een geheel nieuwe kelder.

Sloopklus

Tijs: ‘Langs de hele route van de geplande metrolijn zie je eigenaren hun fundering aanpakken. Wij hebben al enkele panden gedaan en hebben er op dit moment nog een paar onder handen.’ Werken in historische panden is voor Tijs het mooiste dat er is. Geen pand of werk is hetzelfde. ‘We zijn hier ook weer de gekste dingen tegengekomen. In het pand bevond zich op de plek waar de nieuwe kelder was gepland, een oude drijvende kelder. Voordat wij aan de slag konden, moest eerst deze kelder verwijderd worden. En dat viel niet mee.’ Op de bodem van veengrond lagen in de lengterichting van het pand 6 meter lange grenen balken van 38 bij 38 centimeter. Dwars hierop lagen balken van 20 bij 20 waarover een houten vloer lag van delen die 30 centimeter breed waren bij een dikte van 5,5 centimeter. Hierop lag de keldervloer die bestond uit een in verband gemetselde vloer van vier lagen. Het werd een ‘enorme’ sloopklus om de oude bouwmaterialen te verwijderen die volgens Tijs ‘puntje gaaf’ waren. Alleen de onderste balken konden blijven liggen. Tijs verbaast zich over het vakmanschap van honderden jaren geleden. ‘Hoe ze het voor elkaar kregen om de keldervloer onder het grondwaterpeil te maken, is nog steeds een raadsel. Mogelijk dat ze gebruik maakten van het verschijnsel dat de veenlaag pas na drie dagen het water doorlaat. In dat geval hadden ze maximaal drie dagen om die ‘drijvende’ kelder vrij tussen de bouwmuren te maken.’ Voor het ontgraven gebruikte Tijs kleine bobcats. Het opkomende grondwater werd afgepompt in cycli van maximaal 24 uur om te voorkomen dat de funderingen van andere panden kwam droog te staan. In dertig dagen zijn zestig buispalen tot op een diepte van 14,5 meter geheid. Na het ontgraven stortte Tijs een 10 centimeter gewapend betonnen werkvloer tussen de oude balken die tegelijk dienden als oplegging voor het materieel en materiaal. Hierover kwam de funderingsvloer van 45 centimeter dik. Stekeinden maakten de verbinding met de kelderwanden met dezelfde dikte. Aan de bovenzijde van de kelderwand kwam de eigenlijke draagconstructie die met ‘pennen’ om de 50 centimeter ongeveer 30 centimeter in de bestaande oude bouwmuur werden gekast. Bij het tussenhof en het achterhuis kwam geen kelder. De nieuwe gewapend betonnen vloeren van deze ruimte werd direct ingekast in de bouwmuren. Keerwanden in deze ruimten voorkomen dat de eigenaar bij een eventuele verhoogde grondwaterstand natte voeten krijgt. Tijs: ‘Na het inkassen rust het pand dus niet meer op de oude Amsterdamse fundering, maar op de buispalen.’ Hiermee was feitelijk het probleem van de slechte fundering voor de bouw van de metrolijn uit de wereld.

Stabiliteit

Gedurende de werkzaamheden is de Bouw- en Woningtoezicht (BWT) regelmatig op bezoek geweest. ‘Je kunt wel een plan maken, maar bij een monument loopt het altijd anders dan je verwacht. Bij wijzigingen komt BWT natuurlijk altijd even kijken. Zo gebeurde het wel dat tijdens het heien een paal plotseling onder 45 graden de grond in ging. We moesten dan eerst in overleg voor we verder konden. Over het geheel genomen is de bijdrage van BWT zeer constructief geweest.’ Een grote zorg voor Tijs was de stabiliteit van het pand. Ingewikkelde schoor- en stempelconstructies zorgden voor de tijdelijke steun om te voorkomen dat ‘de zware krachten door gronddruk van buitenaf het hele circus naar binnen zouden drukken’. Om op kelderniveau werkruimte te creëren verwijderde de aannemer de begane grondvloer.Als vervanging bouwde Tijs op een iets hoger niveau een tijdelijke vloer om de stabiliteit van het pand te waarborgen. Een meevaller was de hoeveelheid af te voeren grond waarmee de aannemer aanvankelijk rekening hield. ‘Geheel onverwacht stuitten we op twee waterputten. Al in de zestiende eeuw was het oppervlaktewater zo vervuild dat schoon drinkwater met waterschepen werd aangevoerd. Rijke mensen lieten waterputten aanleggen voor de opslag van schoon drinkwater. Het water dat we aantroffen was zelfs na eeuwen nog kraak- en kraakhelder. De totale capaciteit bedroeg 30 kubieke meter. We konden dus met gemak onze grond kwijt.’ De werkzaamheden van J.C. Nieuwenhuizen eindigen niet met de nieuwe fundering. Zo plaatste hij onder meer een nieuw stalen portaal in de voorgevel en krijgt de gevel de uitstraling die het in de jaren twintig van de vorige eeuw had. Tijs is een tevreden uitvoerder. Na maanden ploeteren in de blubber zijn de begane grondvloer en keldervloer weer droog en kan het zichtwerk beginnen. Voor de bouwvak zijn de werkzaamheden klaar. ‘Het water was na eeuwen nog kraak- en kraakhelder’

Reageer op dit artikel