nieuws

Projectbureau ondersteunt gemeenten met lokaal beleid

bouwbreed Premium

arnhem – Eind volgend jaar moeten alle gemeenten een eigen welstandsnota hebben. De inrichting van Nederland ontspruit niet meer per ongeluk of door willekeur van welstandscommissies, maar weloverwogen waarbij het verstand prevaleert boven het gevoel en met respect voor de historie. Dat is althans de bedoeling van ‘het nieuwe welstandsinzicht’ dat deel uitmaakt van de Woningwet die eerst in januari, toen in april en nu bijna zeker in juli zal worden aangenomen.

Projectbureau ondersteunt gemeenten met lokaal beleid

Om gemeenten te ondersteunen bij het opzetten van de lokale welstandsnota is het projectbureau ‘Welstand op een nieuwe leest’ opgericht. Projectleider Theo van Oeffelt ziet vooral voordelen in het nieuwe beleid, die de nadelen laten verschrompelen. ‘Gemeenten worden gedwongen mee te denken over de inrichting van hun gebied, waar ze het nu vooral overlaten aan de welstandscommissies. De communicatie tussen betrokken partijen wordt sterk verbeterd. In de nieuwe wet wordt eveneens opgenomen dat anderen dan uitsluitend professionele deskundigen zitting mogen nemen in welstandscommissies. Nu worden die plaatsen veelal bezet door architecten, geïsoleerd van politiek en maatschappij.’ Dat is vooral waarmee staatssecretaris Remkes (VROM) wil afrekenen. ‘We moeten af van de situatie dat een clubje architectonische fijnproevers geheel zelfstandig en niet gehinderd door lokale politieke wensen oordeelt over de esthetische aspecten van bouwplannen.’ Van Oeffelt heeft een eerste tafelronde over het nieuwe welstandstoezicht met participerende instanties achter de rug. Daarin zitten vertegenwoordigers van de BNA, BNSP (stedenbouwkundigen en planologen), Architectuur Lokaal, Ontwerpatelier Rijksbouwmeester, de ministeries van VROM en OCW en de NVTL (tuin- en landschapsarchitectuur). Het enthousiasme van bijvoorbeeld de BNA heeft Van Oeffelts verwachtingen overtroffen. Hij had meer weerstand verwacht, omdat architecten in hun creativiteit kunnen worden beknot. ‘Maar architecten willen het nieuwe welstandsbeleid juist breder zien, richting Belvedere. Het moet verder gaan dan alleen welstand. In de welstandscommissies zouden volgens hen ook stedenbouwers moeten komen, want die zitten er nu nauwelijks. Een soort integrale inrichting van Nederland.’

Zorg

Maar er is ook zorg. Architect Rob Budding, tevens bestuurslid BNA, waarschuwt: ‘Als gemeenten alles tot in details vastleggen, ontstaat er weliswaar veel duidelijkheid, maar tegelijkertijd bestaat het gevaar dat ze te conserverend te werk gaan en er niets nieuws bij komt. Dat zou jammer zijn. Als architect zoek je soms de grenzen van het toelaatbare op.’ Budding verwijst naar het Rietveld Schröderhuis (Utrecht, 1924) dat buiten de gangbare kaders viel en nu als architectonisch hoogstandje te boek staat. Voormalig rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra noemt in dit verband de Beurs van Berlage, die ooit fel werd verworpen, maar nu als monument van bouwkunst wordt aangemerkt. ‘Maar’, zo doceert Dijkstra, ‘juist bij het ontstaan van nieuwe bouwvormen gaat aan de uiteindelijke waardering een periode van miskenning en verwerping vooraf. Wat ook weer een verantwoordelijkheid legt bij gemeenten en het welstandstoezicht. Namelijk om te informeren, uit te leggen, de burger te leren kijken naar nieuwe ontwerpen.’

Objectief

Kortom, welstand wordt een zaak voor iedereen. De concrete verandering voor de nieuwe welstandscommissies zit hem vooral in de vraag: past het gebouw in zijn omgeving? En niet meer in de vraag: is het mooi of lelijk? Om objectief te kunnen beoordelen of het stedenbouwkundig en qua ontwerp past, is het belangrijk de historie van het gebied te kennen. Veel gemeenten laten dat door deskundigen nu in kaart brengen. Als daarmee rekening wordt gehouden, bestaat er voldoende ruimte om de grenzen van het toelaatbare te tarten, zoals Budding stelde. Als het beleid wordt doorgevoerd zoals de wetgever het heeft bedoeld, zal de ene Vinex-wijk sterk verschillen van de andere, omdat de respectievelijke gebieden een eigen karakter en een andere historie kennen, waarop de nieuwbouw wordt geborduurd. Volgens Van Oeffelt zijn gemeenten overigens niet verplicht een welstandsnota op te stellen, hoewel het wel verstandig is. ‘Anders halen ze ‘welstandsvrij’ het vermaledijde België binnen. Dat land maar ook Duitsland – waar het eveneens een rommeltje is – kijkt met bijzondere belangstelling naar de uitwerking van ons nieuwe welstandsbeleid. Voor Nederlandse begrippen mocht en kon daar alles, maar kennelijk willen ze er toch iets aan veranderen.’ De Duitsers en Belgen zullen nog even moeten wachten. Naar goed Nederlands gebruik worden de resultaten eerst ‘geëvalueerd’ en ‘gemonitord’ wat ongetwijfeld leidt tot een lijvige ‘nota’, waarover breedvoerig zal worden ‘gediscussieerd’. Concrete verandering zit vooral in de vraag: past het gebouw in de omgeving?

Reageer op dit artikel