nieuws

Methodiek voor prestatiecriteria middel om te achterhalen wat goede kwaliteit is

bouwbreed Premium

delft – Wat kantoorruimte kost per vierkante meter is niet alleen afhankelijk van de locatie, maar ook van de uitstraling van het gebouw. Ogenschijnlijk wil de beheerder het beste voor zijn huurders. Maar let de eigenaar of projectontwikkelaar voldoende op de kwaliteit van het binnenmilieu? Uit onderzoek blijkt dat ene niet optimaal binnenmilieu de productiviteit doet afnemen en een organisatie veel geld kost.

Methodiek voor prestatiecriteria middel om te achterhalen wat goede kwaliteit is

Dit zegt dr.ir. Ph.M. Bluyssen van TNO Bouw, afdeling Gezonde Gebouwen en Installaties. ‘Waar rekent een gebouwbeheerder normaal gesproken op af? Het standaard antwoord is de financiële haalbaarheid op termijn. Partijen spreken over prestatiecriteria. De financiën krijgen vervolgens de meeste aandacht. Deze financiële prestatiebeoordeling is vooral gebaseerd op de kostenaspecten van een gebouw, zoals aanschaf van de grond, de bouw, de exploitatie en het onderhoud.’ Volgens Bluyssen zijn de getroffen maatregelen voor een positieve prestatiebeoordeling op basis van deze aspecten niet altijd maatregelen die zorgen voor een gezond binnenmilieu. En dat blijkt naast de gezondheidsklachten die werknemers ervaren een enorme hoeveelheid geld te kosten. Bluyssen: ‘Geëxtrapoleerd op basis van Amerikaanse cijfers, geeft een gezond binnenmilieu in Nederlandse gebouwen een potentiële besparing en productiviteitswinst die varieert van 2,1 tot 12,4 miljard euro op jaarbasis.’

Relatie

Teruggerekend op werknemerniveau betekent dat een afname in de productiviteit van tien procent, bijgevolg kost dat een organisatie achtduizend gulden per werknemer per jaar. Dat is net zo veel als een niet realiseerbare besparing op de huisvestingskosten van vijftig procent. Volgens Bluyssen is dat de reden dat er steeds meer aandacht van organisaties komt voor gezondheid en productiviteit in relatie tot het gebouw. Bovendien hebben betrokken partijen verschillende belangen bij het gebruik en de exploitatie van kantoorgebouwen. In de groep van belanghebbenden maakt Bluyssen onderscheid tussen investeerders, regelgevers, gebruikers, beheerders en uitvoerders. ‘Wat de belanghebbenden als goede kwaliteit of belang beschouwen is voor eenieder verschillend. Ogenschijnlijk willen ze allemaal hetzelfde. Ze drukken het alleen op een andere manier uit. Het enige tastbare zijn ook hier de getallen. Er blijkt steeds meer behoefte te bestaan aan een methodiek voor prestatiecriteria van gebouwen. Op dit moment is nog geen methode of concept beschikbaar die het mogelijk maakt de prestatie van een gebouw tijdens de levensduur te volgen, van initiatie tot sloop’, aldus Bluyssen. De behoefte aan een methodiek van prestatiecriteria volgde ook uit interviews die TNO Bouw heeft gehouden met projectontwikkelaars, beleggers, aannemers en gemeenten.

Verschillend

‘Door verschillende belangen, belevingswereld en kennisniveaus, spreken de geïnterviewden verschillende talen. Niet realistische-verwachtingspatronen ontstaan door miscommunicatie’, weet Bluyssen. Juist een methodiek voor prestatiecriteria is een middel om te achterhalen wat de belanghebbende als goede kwaliteit of belang beschouwt. ‘Op dit moment zijn er twee Europese projecten waaraan TNO Bouw deelneemt. Het eerste heet HOPE (Health Optimisation Protocol for Energy-efficient Buildings).’ ‘Dit onderzoek, met een looptijd van 36 maanden, heeft als doel het leveren van oplossingen om het aantal duurzame gebouwen die gezond zijn te verhogen’, vervolgt Bluyssen. ‘Hierbij is onder meer het identificeren van parameters van belang die de duurzaamheid en de gezondheidsstatus van gebouwen kunnen beschrijven.’

Pro-actief

‘Verder komt de ontwikkeling aan bod van methoden die de duurzaamheidsstatus kan relateren aan de gezondheidsstatus van gebouwen. Het project beoogt een toename in de productiviteit en een afname van het ziekteverzuim van werknemers in kantoorgebouwen en een gezonder en comfortabeler binnenmilieu.’ HOPE levert een lijst prestatiecriteria op voor duurzame en gezonde gebouwen. Deze criteria worden getest in 180 kantoor- en woongebouwen, waarvan twintig in Nederland. Dit luidt de ontwikkeling in van protocollen voor het testen van de prestatie van een gebouw. Aan de hand van een database zijn gebouwen te vergelijken. De resultaten komen op een interactieve website voor het publiek. ‘Een tweede project is PeBBu. De doelstelling is het stimuleren en pro-actief faciliteren van internationale verspreiding en implementatie van prestatiegericht bouwen. Het PeBBu Netwerk omvat 47 internationale organisaties en heeft een looptijd van vier jaar’, zegt Bluyssen. Het duurt nog geruime tijd voordat de resultaten beschikbaar zijn. Wat moet een gebouwbeheerder ondernemen als hij voornemens is een gezond kantoorgebouw te bouwen?

Kennis

Bluyssen: ‘Er is veel kennis voorhanden, ook bij TNO Bouw. Maar een beroep doen op externe kennis kost geld en daar haakt een ontwikkelaar meestal af, terwijl de ‘kennisinvestering’ op korte termijn al wordt terugverdiend. De verhuurbaarheid is afhankelijk van uitstraling en locatie. Maar langzaam aan begint ook door te dringen dat zij toeneemt als een gebouw gezond is.’

Reageer op dit artikel