nieuws

‘Cultuurverschillen en andere ongemakken horen erbij’

bouwbreed Premium

münster – Botsende bouwculturen spelen het Duitse Oevermann parten in Limburg, waar de bouw van een geluidswal langs de A2 uiterst moeizaam verloopt. Een eigen vestiging in Arnhem of Utrecht moet die problemen gladstrijken en het bedrijf duidelijker smoel geven in Nederland.

‘Cultuurverschillen en andere ongemakken horen erbij’

De ophef rond de kwestie Meerssen is volgens Oevermann-directeur M. Gutsche junior veroorzaakt door een voormalige (Nederlandse) projectleider die zijn gelijk probeert te halen, omdat Oevermann hem aan de kant had gezet. Het was een dure kracht die via een detacheringsbureau werd ingeschakeld. Toen een ander in loondienst wilde treden bij de firma, heeft Oevermann de eerste aan de kant gezet. Dat is nou eenmaal het risico van gedetacheerde medewerkers. De man presteerde volgens Gutsche bovendien ook niet best en is medeschuldig aan het feit dat het project in Meerssen zo veel tegenslag kent. Dat die projectleider niet de bevoegdheden zou krijgen die horen bij de functie, en geen enkel besluit mocht nemen zonder ruggespraak, bestrijdt Gutsche stellig. Maar natuurlijk is er meer dan dat ene geschil. De cultuurverschillen tussen de Nederlandse en de Duitse bouw zitten inderdaad dieper dan gedacht, beaamt Gutsche. En nergens komt dat gek genoeg zo hard aan als bij het werk in Meerssen. In Duitse bouwketen wordt volgens Gutsche doorgaans harder en directer gecommuniceerd en wordt direct gezegd waar het op staat. Daar klinkt het ‘Fehler scheisse!’ als dat nodig is, terwijl een Nederlander bijna met een verontschuldigende glimlach aangeeft, dat hij niet tevreden is over de resultaten. ‘Een totaal andere manier van communiceren’, aldus Gutsche, ‘die maakte dat de boodschap bij ons niet altijd goed overkwam. Evengoed als we er aanvankelijk niets van begrepen dat Rijkswaterstaat aanbood ons te helpen als we op problemen stuitten. Dat zie je in Duitsland niet gauw. Daar stappen partijen al gauw naar advocaten die de problemen vervolgens mogen uitvechten.’

Kantoor

Maar hoe worden dergelijke problemen in de toekomst dan voorkomen? In plaats van een soort virtueel kantoor met een freelance bemanning, wordt volgens Gutsche binnenkort een heus kantoor geopend. In Arnhem waarschijnlijk, maar Utrecht en Venlo zijn ook reële opties. Al te lang mag dat niet meer duren, want onderaannemers sturen nu eenmaal niet graag hun facturen naar een bouwkeet. Detlev Rupieper die het gesprek ook bijwoont, zal als vestigingsleider van dat kantoor optreden. Verder komen er een technisch hoofduitvoerder, een calculator, een inkoper en een secretaresse te werken. Allemaal Nederlanders, die weten hoe het werkt op de Nederlandse bouwmarkt. Maar een activiteit die ‘unbedingt’ in Duitsland blijft, is de werkvoorbereiding. Dat was onder andere de gewraakte projectleider in Meerssen een doorn in het oog, maar op dat punt houdt Gutsche voet bij stuk. Daarvoor heeft Oevermann namelijk een eigen systematiek ontwikkeld die al jaren goed functioneert. Ver weg van de hectiek van de bouwkeet, waar voortdurend mensen met vragen in- en uitrennen, verzorgen in Münster dertig professionals de werkvoorbereiding van alle Oevermann-projecten. Als het moet, kunnen ze zich een paar uur van de buitenwereld afsluiten om een probleem goed op te lossen.

Geschuif

Rupieper zelf gaat in Nederland de aanbestedingen doen. Verstaat hij dat subtiele spel, dat in Nederland momenteel zo in de belangstelling staat vanwege het parlementaire onderzoek naar de (vermeende) bouwfraude? Hij denkt van wel. Opzetjes en geschuif met tegoeden vanuit boeken, het zal allemaal spelen. Maar volgens hem niet op zo’n grote schaal als wordt gesuggereerd. Duitsland heeft in het verleden vergelijkbare affaires gehad. Rupieper is bereid het spel te spelen volgens de regels. Als een aannemer duidelijk maakt, dat hij niet duldt dat Oevermann een werk bij zijn voordeur maakt, zal Rupieper zich tweemaal achter de oren krabben voordat hij inschrijft. Maar van een nationaal bouwkartel, dat de opdrachtgevers jaarlijks honderden miljoenen guldens lichter maakt, heeft hij nooit iets gemerkt. ‘Want waar blijft dat geld dan? En waarom zou een aannemer zijn hoofd in zo’n strop wagen? De Nederlandse bouw maakt toch goede tijden door? ‘We kunnen in Duitsland, dat we goed kennen, misschien gemakkelijker aan werk komen, maar tegen een beroerde prijs omdat de bouw er daar momenteel slecht voorstaat. Dus is het voor ons aantrekkelijk om over de grens te stappen. Cultuurverschillen en andere ongemakken horen daarbij. Maar ook die hindernissen zullen we nemen’, aldus Rupieper.

Reageer op dit artikel