nieuws

Kustweg Suriname zucht onder oplichterij

bouwbreed Premium

De ambtenaar van het Surinaamse ministerie van Openbare Werken (OW) zucht diep als de Oost-Westverbinding aan de orde komt. Want het is een gebed zonder eind om de bijna vierhonderd kilometer lange weg door de kuststrook, die de grensplaatsen Nieuw-Nickerie en Albina met elkaar verbindt, rijdbaar te houden.

De gevolgen van de binnenlandse oorlog in de jaren tachtig zijn nog altijd letterlijk en figuurlijk voelbaar. En een groot deel van de miljoenen die daarna door de Europese Unie (EU) beschikbaar zijn gesteld voor herstel, zijn ook niet geheel op de juiste plaats terecht gekomen. “Soms lijkt het wel of delen van het wegdek worden weggedragen.”

Het 232 kilometer lange deel tussen Paramaribo en Nieuw-Nickerie, in het westen, verkeert nog in een redelijke staat. De aannemer die enkele jaren geleden opdracht kreeg om met geld van de EU het zwaar verwaarloosde wegdek te herstellen, heeft zijn werk redelijk naar behoren volbracht. Maar van de hoofdstad naar het oostelijk gelegen Albina is het een heel ander verhaal. De Italiaanse directievoerder probeerde de Surinaamse aannemers om te kopen om goedkoper materiaal te gebruiken en de winst gezamenlijk te delen. De aannemers weigerden daaraan mee te werken, brachten de kwestie naar buiten en de Zuid-Europeaan ging via een zijdeur af.

Maar ook daarna ging er nog van alles mis. Want al spoedig bleek er van de 44 miljoen dollar die de EU voor de gehele verbinding had uitgetrokken een onbekend deel verdwenen te zijn.

Het werk aan het 142 kilometer lange weggedeelte Paramaribo-Albina werd na verloop van tijd stilgelegd, de gaten zijn tot op de dag van vandaag nog niet gedicht. Bij de EU zwijgt men in alle talen over wat er scheef is gegaan.

Onkruid

Van weggebruikers worden behoorlijk wat acrobatische toeren verwacht om naar Albina te kunnen rijden. Vooral het gedeelte tussen het bauxietstadje Moengo -de thuishaven van voormalig Junglecommandoleider Ronnie Brunswijk- en Albina, verkeert op veel plaatsen in een erbarmelijke staat. Tijdens de binnenlandse oorlog in de tweede helft van de tachtiger jaren werden delen van de weg door het Junglecommando, dat heer en meester was in het westen, opgeblazen of op een andere wijze onberijdbaar gemaakt. Daarmee wilde men voorkomen dat het leger van toenmalig dictator Dési Bouterse het gebied zou kunnen binnendringen.

Als alles volgens plan was verlopen zou de weg met het EU-geld er keurig bij hebben gelegen en de opgeblazen bruggen allemaal vervangen zijn. De realiteit is anders. Op sommige plaatsen liggen betonnen brugdelen overwoekerd door onkruid te wachten op gebruik. “En dat zou wel eens nooit kunnen zijn”, zegt de OW-ambtenaar. “Want ik kan mij niet voorstellen dat hier nog iemand geld in gaat steken. De aannemers zijn destijds hun afspraken niet nagekomen dus wie garandeert dit een volgende keer wel gebeurt?”

Tussen Paramaribo en Moengo is de weg al niet veel beter. Alleen heeft hier niet het Junglecommando maar het gebrek aan onderhoud vooral de hand in gehad. Onlangs werd wel de stalen brug bij Stolkertsijver, op zo’n vijftig kilometer van Paramaribo volledig gerenoveerd met geld uit de Nederlandse Verdragsmiddelen. Maar de toevoerwegen, die niet bij dit project waren inbegrepen, liggen er troosteloos bij.

Het laatste asfalt is al jaren geleden verdwenen, de ergste oneffenheden worden van tijd tot tijd provisorisch gelapt met lateriet, een aluminiumhoudende grond.

Het slechte wegdek brengt nog andere, minder voor de hand liggende, gevaren met zich mee. Automobilisten die noodgedwongen afremmen voor gaten en andere oneffenheden, lopen tussen Moengo en Albina een gerede kans om door struikrovers te worden overvallen. Iedere maand worden door de overvallers, meestal Boslandcreolen uit Moengo of Albina, op die manier tal van voertuigen en andere bezittingen buitgemaakt. Slachtoffers die niet zonder slag of stoot hun eigendommen af willen staan, worden moeiteloos beschoten.

Het heeft het oostelijk deel van Suriname geen positieve naam opgeleverd. De bewoners van Moengo zijn de criminaliteit, die Moengo zelf ook in de greep heeft, echter meer dan zat. Dinsdag kwamen zij in opstand en legden alle economische activiteiten in het stadje plat en barricadeerden bovendien een deel van de veelbesproken weg. De Surinaamse autoriteiten hebben inmiddels toegezegd meer veiligheidsmaatregelen te treffen om de aanhoudende excessen de kop in te drukken.

“Maar daarmee is het probleem van het slechte wegdek niet opgelost”, betreurt de stafambtenaar van Openbare Werken. “Zolang dat niet wordt aangepakt, blijft de kans op overvallen groot. Want het is een weg die dwars door de jungle loopt, dus overvallers kunnen een veilig heenkomen zoeken zonder dat iemand ze ooit terugvindt. De enige oplossing is om de weg eindelijk te renoveren. Alleen heeft de overheid daar het geld niet voor. En na het debacle met de EU zullen buitenlandse fondsen ook niet zo eenvoudig meer kunnen worden aangesproken.”

‘Ik kan mij niet voorstellen dat hier nog iemand geld in gaat steken’

VAN OOST NAAR WEST IS DE WEG NIET BEST

Reageer op dit artikel