nieuws

Aandeelhouders krijgen gelijk in VIBA-zaak

bouwbreed Premium

Technisch handelsbedrijf VIBA betreurt de uitspraak van de Ondernemingskamer (OK)dat het tekort is geschoten in het geven van informatie aan de aandeelhouders. Hierbij ging het vooral om een belang van 32,2 procent dat VIBA in zichzelf had via een bv Hardament.

De OK kwalificeerde dit als wanbeleid. De kamer heeft het Zoetermeerse bedrijfje Viba de oren gewassen na een onderzoek op verzoek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en de in Zutphen gevestigde branchegenoot Reesink. Deze verweten Viba dat voor aandeelhouders verborgen bleef dat het handelsbedrijf een aandeel van 32,3 procent in zichzelf had.

Mede daardoor kon Viba-commissaris Rob Lubbers de macht binnen het bedrijf naar zich toe trekken.

Volgens de OK heeft VIBA tijdens een aandeelhoudersvergadering in oktober 2000 onvoldoende duidelijk gemaakt dat het stallen van het aandelenpakket bij Lubbers een tijdelijke bescherming betrof tegen een vijandige overname door Reesink. Die onduidelijkheid is later rechtgezet. Niettemin is er wel sprake van wanbeleid, vindt de Ondernemingskamer.

Machtsvraag

Die kwalificatie vindt VIBA onjuist en buiten proportie. Het Zoetermeerse bedrijf kijkt nu of het mogelijk is cassatie in te stellen tegen het vonnis van rechter H. Willems.

Het vonnis kan van belang zijn voor een andere zaak waarover volgende week door de Ondernemingskamer uitspraak wordt gedaan. In de zaak tussen een aantal aandeelhouders en HBG hebben de aandeelhouders ook gevraagd om wanbeleid vast te stellen. In die zaak ging het eveneens om onvoldoende informatie.

Feitelijk echter ging het nog meer om de machtsvraag: wie het voor het zeggen heeft in het geval van een vijandig bod, de directie of de aandeelhouders.

Geheimhouding

Een ander verschil is dat de HBG-bestuurders nauwelijks iets konden zeggen over de toen spelende onderhandelingen met Ballast Nedam over de fusie van de baggerpoten van beide bouwers. Contractueel was geheimhouding vastgelegd.

Reageer op dit artikel