nieuws

Stadsbouwmeester als regisseur van de ruimte

bouwbreed

De Vijfde nota ruimtelijke ordening legt het initiatief voor het ontwerp van Nederland allereerst bij de gemeentelijke overheden. Een functionaris zou zowel bij het ontwerp als stedenbouwkundig, planologisch en architectonisch en vervolgens bij de controle op de uitvoering betrokken moeten zijn, betoogt Tweede-Kamerlid G.B. Schoenmakers. Een Stadsbouwmeester dus.

In de Balans van de Ruimtelijke Kwaliteit 2000 spreekt een overduidelijke meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgelijk uit over de teloorgang van de diversiteit in landschappen en het dichtslibben van de open ruimte. Ondanks vele debatten en nota’s bedreigt de rode vervlekking als een niet meer te stelpen vloed de ruimte voor natuur en recreatie.

De rijksnota’s Belvédère en de architectuurnota Ontwerpen aan Nederland omschrijven sterke ideologieën, maar dreigen ten onder te gaan in bombarie als na enkele jaren weer blijkt, dat de kwaliteit van nieuwbouwwijken of de getransformeerde naoorlogsewijken of verouderde bedrijventerreinen, de toets der kritiek toch weer niet kunnen doorstaan.

In de Vijfde nota ruimtelijke ordening legt de rijksoverheid het initiatief voor het ontwerp van Nederland allereerst bij de gemeentelijke overheden, en aansluitend bij de desbetreffende provincie. Het vernieuwend beginsel voor de ruimtelijke ordening is dominant gelegd bij de rode contour.

Decentraal

De logica leert dat het vastleggen van de rode contour zoveel specifieke, plaatselijke en regionale kennis vraagt dat hier sprake is van een voor de hand liggende decentrale verantwoordelijkheid. Maar daarmee is het nog niet geruststellend, want juist de gemeentebesturen zijn via het bestemmingsplan verantwoordelijk voor het juridisch kader van de ruimtelijke ordening van het stukje koninkrijk, dat binnen de respectievelijke gemeentegrenzen valt.

Met de daaruit voortgebrachte ruimtelijke kwaliteit, onder supervisie van de provinciebesturen en op afstand geïnspecteerd door het Rijk, gaat het dus nog steeds niet naar wens en wordt een resultaat gerealiseerd dat schrijnt met het verlangen naar landschappelijke diversiteit en open ruimte. Als een moderne roofridder legt menig gemeentebestuur de rode contour het liefst op de gemeentegrens.

De regering is verweten niet moedig genoeg te zijn geweest bij het opstellen van de Vijfde nota als het gaat over de marges waarbinnen de contouren zich dienen te voegen naar de wens van de rijksoverheid.

Deze nalatigheid getuigt natuurlijk wel van een groot optimisme over de latente goedwillendheid van gemeentelijke en provinciale overheden. Deze hebben met instemming kennis genomen van de hen toegeworpen taak en bereiden zich gretig voor op het moment van de uitwerking.

Tempo

De dynamiek van de ruimte en de dynamiek van het economisch proces hebben een sterk verschillend tempo, waardoor het eerste onder de voet gelopen wordt door het tweede. Tegengas wordt pas geaccepteerd en vastgelegd in juridische kaders als grenzen van voortbestaan of ondergang in zicht komen. Dan ontstaat het gevecht over wat nog resteert, over ecologische samenhang, over nationale landschappen en dergelijke typologieën. Kortom, monumentenbeleid en reservaatsbeleid als laatste redmiddel.

Voorkeursrecht van de gemeente bij grondverwerving, openruimteheffing bij bouwen in het open gebied en exploitatieverordening zijn gereedschappen die vervaardigd worden om de marktpartijen, die het bouwproces gaande houden, te kunnen beteugelen in hun drift de rode vervlekking van het land te continueren.

Geheel nieuw en nog te weinig ingezet als kader voor de kwaliteit, zoals die gewenst wordt, is de Wet op stedelijke vernieuwing, die regionale afstemming vraagt van ruimtelijke ingrepen en een reguliere en zware visitatie kent door een rijkscommissie van deskundigen. Een op nieuwe leest gestoelde Welstand is een constante kracht in het bouwproces, die alle bouwplannen toetst op de kwaliteit, die het gemeentebestuur zal voorschrijven.

Een mooie, goedgevulde gereedschapskist leidt echter niet vanzelf tot een goed product. Het zoeken blijft de autoriteit die deskundig omgaat met de instrumenten en gereedschappen.

Bescherming

Iemand die het goedgekeurde ontwerp van stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en architecten beschermt tegen kwaliteitsaantastingen door bezuiniging; die op locatie controleert of het werk wordt uitgevoerd volgens door de ontwerper geautoriseerde werktekeningen. Die waakt tegen de devaluatie van het ontwerp in de bouwfase.

Dat is namelijk het grote sluipende gevaar in elk bouwproces. Het bouwproces is een vloot met evenzovele bevelvoerende eigenzinnige kapiteins als schepen, maar zonder admiraal als opperbevelhebber.

Prachtige stedenbouwkundige ontwerpen met robuuste groene en blauwe voorzieningen worden alsnog gedevalueerd op grond van exploitatieverlangens bij gemeenten en winstmaximalisatie bij ontwikkelaars en bouwers. Groenstructuren verleppen zo tot parkjes, parkjes tot plantsoentjes en plantsoentjes tot perkjes; waterpartijen verdrogen tot plasjes en vijvertjes. De open ruimte wordt volgestouwd met te veel gebouwen en de gebouwen met te veel verhandelbare ruimten. De ontwerper staat er beteuterd bij en fluistert zijn ellende in het riet.

Functionaris

De essentie van het verhaal is het al dan niet aanwezig zijn van de functionaris, die bij het ontwerp betrokken is geweest zowel stedenbouwkundig, planologisch en architectonisch en daarna de controle effectueert bij de uitvoering in elk stadium.

Zo’n functionaris wordt mogelijk gemaakt in de recent besloten vernieuwing van het Welstandsbeleid. De gemeente krijgt de mogelijkheid te kiezen voor een Welstandscommissie óf voor de zogenoemde Stadsbouwmeester met een taakstelling op gemeentelijk nivo naar analogie met de Rijksbouwmeester.

De Stadsbouwmeester wordt benoemd voor hoogstens tweemaal drie jaar en is desgewenst dagelijks bezig met welstandsbeoordelingen. Maar hij is ook inzetbaar in brede zin bij voorbereiding van bestemmingsplannen, het vaststellen van contouren, het geven van advies aan particuliere opdrachtgevers, het uitschrijven van prijsvragen.

Kortom, zo’n functionaris kan de gewraakte leemte in het bouwproces opvullen en garant staan voor de continuïteit van de kwaliteit en waken tegen de devaluatie van het ontwerp in de bouwfase. Dit vraagt wel een gemeentebestuur dat zich bewust is van zijn taak als producent van maatschappelijke waarden en collectieve goederen. Een gemeentebestuur met alleen maar oog voor de exploitatiewinsten van het grondbedrijf kan er beter niet aan beginnen.

‘Welstandsbeleid maakt nieuwe functionaris mogelijk’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels