nieuws

Rijk schrapt artikel 19 uit wetgeving

bouwbreed

Het Rijk gaat artikel 19 uit de Wet ruimtelijke ordening schrappen. Gemeenten mogen geen bouwvergunningen meer verlenen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en draaien anders zelf voor de kosten op. Tegelijk wordt de procedure om een bestemmingsplan te wijzigen korter en hoeft minder snel planschade te worden uitgekeerd.

Dat zijn de belangrijkste voorstellen uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het kabinet heeft vorige week al goedkeuring gegeven aan de voorstellen. Na overleg met het parlement zal de wet waarschijnlijk volgend jaar definitief worden vastgesteld.

Het schrappen van artikel 19 betekent dat een geheel nieuwe werkwijze bij de aanvraag van bouwvergunningen. Gemeenten gebruiken namelijk jaarlijks 12.000 keer de artikel 19 procedure om bouwvergunningen te verlenen die in principe strijdig zijn met het bestemmingsplan. Vooruitlopend op daadwerkelijke aanpassing van het plan kan de aannemer alvast aan de slag. Dat scheelt veel tijd want artikel 19 vergt namelijk maximaal 24 weken en een bestemmingsplan wijziging kost al gauw een jaar.

Het Rijk zet een punt achter de praktijk dat aanpassingen in stad of landschap worden goedgekeurd zonder naar de ruimtelijke samenhang te kijken. In het vervolg is het noodzakelijk om het bestemmingsplan zelf aan te passen. De enige uitzondering wordt een nog nader op te stellen ‘kruimellijst’ voor heel kleine aanpassingen.

Een gemeente die in het vervolg vergunningen verleent vooruitlopend op het goedgekeurde bestemmingsplan draagt daarvoor zelf het financiële risico. Zij is aansprakelijk voor de schade als bijvoorbeeld de Raad van state een streep haalt door de plannen of de inspectie in een later stadium overtredingen constateert.

Sneller

De nieuwe wet maakt het inderdaad mogelijk om bestemmingsplannen veel sneller aan te passen. Nu kost het tussen de 39 en 58 weken om een plan te wijzigen en daarbij is een eventuele gang naar de rechter na bezwaarschriften niet meegerekend. De nieuwe wet verkort die tijd tot tussen de 22 en 34 weken. De tijdwinst wordt geboekt doordat de provincie zich niet meer apart buigt over elk bestemmingsplan.

Het Rijk bestrijdt vooralsnog dat afschaffing van artikel 19 de procedures nog langer maakt. “Bestemmingsplannen kunnen straks net zo snel totstandkomen als de huidige zelfstandige projectprocedure”, staat in de toelichting bij de wet. De praktijk zal moeten uitwijzen of de minimaal 22 weken voor het bestemmingsplan kan opwegen tegen de maximaal 24 weken voor artikel 19.

Bezwaar

Als partijen bezwaar maken, volgt vaak een gang naar de bestuursrechter en de Raad van State. Volgens de nieuwe regels worden bezwaren tegen bestemmingsplannen direct voorgelegd aan de Raad van State.

Tegelijk legt de nieuwe wet het uitkeren van planschade aan banden. Wie denkt schade op te lopen door veranderingen in zijn omgeving moet daarvoor binnen vijf jaar een claim indienen. Nu is daar geen termijn aan verbonden en blijkt meer dan de helft van de aanvragen onterecht.

Om de toenemende claimcultuur enigszins in te dammen, zal het Rijk een forfait instellen. Een claim is pas ontvankelijk als sprake is van minimaal 10 procent waardevermindering van onroerend goed of 10 procent minder inkomsten. Kleinere schades worden niet langer vergoed en beschouwd als ‘normaal maatschappelijk risico’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels