nieuws

‘Ramp New York rijt oude wonden open’

bouwbreed

Aannemer Dick Tijsterman werd direct na de Bijlmerramp gebeld: “Twee mensen hadden mijn naam genoemd. We zijn direct aan de slag gegaan. Dat wil zeggen dat ik het materieel – kranen en vrachtwagens en dergelijke – heb geleverd en vanuit de commandowagen een adviserende rol heb bespeeld.”

“Het is niet zo, dat er mensen van ons bedrijf of mensen die ik had ingehuurd, zelf op de puinhopen liepen. Dat waren uitsluitend mensen van rampenidentificatieteams en brandweermensen. Die gaven via walkietalkies en mobiele communicatie (die overigens toen nog niet zo geavanceerd was als nu) aanwijzingen aan de kraanmachinisten. De rampplaats werd ook met camera’s geobserveerd.”

Tijstermans mensen hebben een week aan één stuk door, 24 uur per etmaal in volcontinudienst gewerkt, voordat het puin van de beschadigde flatwoningen was verwerkt. Dat was rond 3600 ton. Dat werk gebeurde op basis van nacalculatie. Daarna werd het afgraven van de grond en de sloop van de resten van de flats Kruitberg en Groeneveen dik een jaar later gewoon aangenomen werk.

Op het hoogtepunt van het werk in die eerste week had Tijsterman zeker twintig, misschien dertig mensen op kranen en transportmiddelen aan het werk: “Wij hebben veel gezien van de gevolgen van zo’n ramp”, zegt Tijsterman. “Ja, ook delen van overleden mensen, heel persoonlijke dingen als huisraad, een hoop ellende.”

“De ramp in New York heeft bij velen van ons weer wat losgemaakt. We hebben gelukkig sinds de Bijlmerramp een laag ziekteverzuim gehad, ook omdat we meedraaiden met de nazorg. Enkele ingehuurde medewerkers hebben lang de naweeën gevoeld en de ramp in New York rijt oude wonden open. Mijn eigen mensen hebben veel baat gehad bij ander sloopwerk in Zuidoost, waar we ook onder gewone omstandigheden flats hebben gesloopt. Dat heeft veel geholpen. Maar dit zijn toch moeilijke dagen voor ons.”

Boos

Tijsterman is bovendien boos, omdat nu bij deze ramp in New York ook weer de verhalen boven komen, dat er niet zorgvuldig met het Bijlmerafval zou zijn omgesprongen.

“Onzin”, zegt hij. “We moeten twee zaken onderscheiden: het opruimen van het puin van de geraakte woningen en – een jaar later – het afgraven van de grond en het slopen van de rest van de flats. Het puin van de getroffen woningen is dus voor 60 procent naar de stort gegaan en alleen absoluut onverdachte en bemonsterde resten zijn uiteindelijk verwerkt.”

“Het verhaal dat er mogelijk asbest van de Bijlmerflats in dempingmateriaal voor de wegenbouw is terechtgekomen, klopt van geen kant. We hebben de getroffen flatwoningen in 1992 tot de fundering gesloopt. Pas in 1993 en 1994 hebben we de rest van de flats en de funderingen, waarin asbest van de verloren bekisting zat, gesloopt en gestort. We hebben stapels rapporten van monsters, waaruit blijkt dat de conclusie, die Cobouw trok uit het Bijlmerrapport, niet klopt. Het is vooral zo verdrietig, omdat we zeker weten dat we het goed hebben gedaan. En vergeet niet, dat iedereen, ook de autoriteiten, ons voortdurend op de vingers keken. En terecht.”

“De suggestie om in het geval-New York de milieuregels op te rekken, zou de mijne niet zijn. Dat is niet nodig. In New York zit relatief veel staal in de resten. Dat is goed te hergebruiken. Alles wat enigszins verdacht is, moet gecontroleerd worden gestort en het is afhankelijk van de tijd en ruimte die men heeft om de rest te laten onderzoeken en te scheiden. Hoe meer tijd men heeft, hoe groter de ruimte is die men nodig heeft voor tussenopslag”, zegt Tijsterman.

Verbetering

De Amsterdammer geeft een mogelijke verbetering aan voor de verwerking van resten, niet alleen bij rampen, ook bij een gewoon sloopwerk: “Onze branchevereniging doet de suggestie om van elk bouwwerk een logboek aan te leggen met welke materialen waar bij de bouw en bij elke verbouw worden gebruikt. Dat zou enorm schelen, want niet alleen een asbestinventarisatie, ook een bouwstoffenonderzoek kan dan achterwege blijven. We kunnen nu al 95 procent hergebruiken, maar dat kan naar 98 procent. Alleen in geval van een ramp, bijvoorbeeld met een vliegtuig, ja, dan spelen andere factoren als de kerosine en dergelijke mee.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels