nieuws

Openbare ruimte: aftelsom van veto’s

bouwbreed

Amsterdam is trots op z’n openbare ruimte. Herkenbare hoofdstructuren, zoals de Amstel of Singelgracht, winkel- en doorgaande straten als Rozengracht, Ceintuurbaan, Beethovenstraat, Overtoom, Wibautstraat of Kalverstraat en de hoofdgroenstructuren, zoals Oosterpark en Vondelpark, verdienen het om gespaard te blijven, meent Robbert Coops.

Zeker wanneer deze structuren samenvallen met de infrastructuur ontstaan conflicten, waarbij verkeer en vervoer nogal eens als overwinnaar uit de strijd tevoorschijn komen. Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft daarom aanbevelingen en maatregelen gelanceerd.

Dat de effectiviteit van het overheidshandelen nogal eens beneden de maat is, werd recent bewezen bij de totstandkoming van een nota over de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. De gemeente – en dus het verantwoordelijke college en ambtelijke diensten – had het plan opgevat enkele normen, gedachten en richtlijnen rond het inrichten en beheren van de openbare ruimte te ontwikkelen en te publiceren. Maar dat is nu net het beleidsterrein van de deelraden, die zich daarop willen profileren. Het heeft dan ook de nodige overlegrondes en compromissen gekost voordat het pamflet “Amsterdam timmert aan de vloer” onlangs kon verschijnen, het college van B&W en de gemeenteraad stemden ermee in. “Duurzame inrichting en een intensief gebruik van de openbare ruimte vergen een voortdurend en langdurig goed georganiseerd beheer. Deze nota moet daarom gezien worden als het begin van een continu overleg en een voortdurende afstemming van alle belangen, inzichten, wensen en mogelijkheden op het gebied van een duurzame openbare ruimte in Amsterdam tussen de centrale stad, de stadsdelen en alle bij de openbare ruimte betrokken diensten, bedrijven en burgers”. De tekst tendeert naar een nieuwe impuls voor het polderoverleg, maar uit de voorbeelden blijkt dat zonder overleg de kwaliteit van de openbare ruimte blijft steken in een willekeurige optelsom van allerlei wensen, eisen en claims. Kwaliteit voor de openbare ruimte wordt in het rapport gedefinieerd aan de hand van drie criteria: duurzame inrichting , visuele aantrekkelijkheid en bruikbaarheid en verblijfskwaliteit. En voor elk criterium is een handvol aandachtspunten en acties genoteerd. Op korte termijn gaat het niet alleen om het opbouwen van expertise en het instellen van gemeentelijke kwaliteitscommissies openbare ruimte en groen, maar ook om de introductie van voetgangersnormen. Nu nog is de kwetsbare voetganger vaak de dupe van de ruimteclaims van tram, auto en fiets, maar dat kan door deze normen gaan veranderen.

Of de ambities ook bewaarheid gaan worden is overigens nog sterk de vraag., omdat in Amsterdam de gemeente als opdrachtgever niet over alle bevoegdheden beschikt, terwijl hij wel eindverantwoordelijk voor de openbare ruimte is. Niemand is integraal verantwoordelijk voor de kwaliteit, waardoor de openbare ruimte nog te veel een optelsom is van eisen van partijen. Of wat negatiever geformuleerd: een aftelsom van veto’s.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels