nieuws

Gehele brandmeldinstallatie moet op functiebehoud worden ingericht

bouwbreed

Functiebehoud interesseert het buitenland al sinds de jaren zeventig. In Nederland is dat globaal genomen sinds oktober 1996 het geval, toen de NEN 2535 voor brandmeldinstallaties van kracht werd. Een kabel met functiebehoud transporteert ook na brand energie of signalen. De benodigdheden van een installatie moeten daarmee in overeenstemming zijn. Alleen zo ontstaat volgens R. Nielen van elektrotechnisch toeleverancier Elauma in Den Haag de veiligheid waarvoor functiebehoud moet zorgen.

Kabels met functiebehoud ontwikkelen geen rook, planten brand minimaal voort, produceren geen giftige gassen en houden een installatie voor een gegarandeerde periode aan de gang. Het gaat dan om installaties die brand melden, alarmeren en gebouwen ontruimen. Vooralsnog ontbreekt een Nederlandse norm om installaties voor centrale noodverlichting met functiebehoud uit te voeren. Duitsland stelt dat al wel verplicht. Brandweerliften, Sprinklerpompen, de hydrofoor, overdrukventilatie en de installaties die rook en warmte afvoeren moeten tijdens een brand in functie blijven. En dat kan met een systeem waarvan de kabel en het montagesysteem op functiebehoud zijn gekeurd.

De normen die in Nederland gelden verwijzen naar DIN 4102 deel 12. Het gaat om de NEN 2535 voor brandmeldinstallaties en de NEN 2575 voor ontruimingsinstallaties. Sinds april 2000 geldt ook de NEN 2443 voor parkeergarages. Dezer dagen komt de NPR 6095 voor rookbeheersingsystemen uit. NEN 2575 verwijst ook naar de NEN-EN 50200. Deze Europese norm is vergelijkbaar met DIN 4102 en geeft aan op welke manier er getest moet zijn op functiebehoud.

‘Duims’

In de normering doet zich volgens Nielen een contradictie voor. NEN 2575 schrijft voor dat bevestigingen net zo lang intact moeten blijven als de kabel de functie behoudt. Dezelfde norm maakt een uitzondering voor alles kleiner dan ‘duims’. Dat mag met kunststof materiaal en in PVC-buis worden bevestigd. NEN 2575 verwijst tegelijk naar de Europese norm die weer metalen beugels voorschrijft. NEN 2535 stelt dat de kwaliteit van kabels en hun bevestiging waarvoor functiebehoud is vereist moet voldoen aan klasse E30 volgens DIN 4102 deel 12.

Signaalkabels moeten 30 minuten hun functie behouden en voedingskabels 60 minuten. Kabels en bevestigingen die langer dan een minuut moeten functioneren hebben automatisch 30 minuten functiebehoud.

Handmatige of automatische brandmelders hoeven niet met functiebehoud te worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de voedingskabels van brandmeldinstallaties omdat die noodstroom uit accu’s betrekken. Het zogeheten ISRA-punt; het punt waar de telefoonlijn het gebouw binnenkomt. Staat de centrale ergens in het gebouw dan is het IS-punt voor de PTT en het RA-punt voor de gebruiker. Anders dan het RA-punt wordt het IS-punt niet altijd met functiebehoud uitgevoerd; ook al loopt die kabel door het gebouw heen en kan die nog voor het doorgeven van een melding bezwijken.

Luidsprekers van ontruimingsinstallaties moeten eveneens met functiebehoudende kabels worden verbonden. Voor alle transmissiewegen geldt een functiebehoud van 30 minuten.

Ringleiding

Functiebehoud is deels bouwkundig op te lossen door kabels in de grond te leggen of onder te brengen in een brandwerende ruimte als een liftschacht. Te denken valt ook aan technische oplossingen als een ‘ringleiding’ die een systeem van verschillende kanten onderhoudt. Als het meest efficiënt geldt een elektrotechnische installatie die aan de eisen van functiebehoud voldoet en als zodanig is getest, aangetoond door een certificaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels