nieuws

Bouw praktisch aan top productiecapaciteit

bouwbreed

De bouw zit praktisch aan zijn top van de productiecapaciteit. Dat heeft al geleid tot een daling van de nieuwbouw van woningen. Dit komt onder meer door verschuiving van capaciteit van de woningbouw naar de bouw van bedrijfsgebouwen.

“De daling van de woningnieuwbouw van nog 90.000 in 1998 naar 65.000 dit jaar is veroorzaakt door een aantal factoren. Eén daarvan is de verschuiving van capaciteit naar de markt van bedrijfsgebouwen. Daarnaast spelen de toename van het aantal juridische procedures en de stijging van de kwaliteit van nieuwbouwwoningen”, verklaart M. Koning. Hij is hoofd bouw van het Centraal Plan Bureau (CPB) .

De rekenmeesters schrijven in de Macro Economische Verkenningen (MEV) dat de bouw als geheel te kampen heeft met een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel. Verschuiving van capaciteit van de b&u naar de gww komt niet voor omdat het om verschillende takken van sport gaat. Maar van woningbouw naar utiliteitsbouw wel. “Opdrachten voor bedrijfsgebouwen kunnen nauwelijks worden uitgesteld in tegenstelling tot woningbouw. Bovendien houden ontwikkelaars woningbouwprojecten in portefeuille waardoor ze verzekerd zijn van continuïteit”, aldus Koning.

Het capaciteitsprobleem wordt nog eens versterkt door de geringe productiviteitsstijging in de bouw en de hogere kwaliteit. Zo is de inhoud van de gemiddelde koopwoning in vijf jaar ruim 11 procent toegenomen. Ook dat legt extra beslag op de capaciteit.

De investeringen in bedrijfsgebouwen zullen wel toenemen zij het minder wild dan de afgelopen jaren. Eind jaren negentig werd gemiddeld een toename van zo’n 10 procent gemeten. In 2000 was het percentage nog 6,6. In 2001 voorziet het CPB een toename van 2,75 procent, een jaar later weer 3 procent.

De daling heeft te maken met de algemene afname van bedrijfsinvesteringen. De bouw wordt daar echter minder door getroffen al was het maar omdat er sprake is van een lange bouwtijd.

Infrastructuur

In de grond-, water- en wegenbouw neemt het stijgingtempo van de infrastructuuruitgaven af van gemiddeld 10 procent in de jaren 1999-2001 naar 2 procent in 2002.

Vooral het uitgavenverloop van grote projecten als Westerscheldetunnel, HSL-Zuid en Betuweroute zijn hier de oorzaak van. De uitgaven voor deze projecten bereiken in de jaren 2001 tot en met 2003 een piek en lopen daarna geleidelijk af.

“In deze sector is er sprake van relatief grote loonstijgingen en hogere afzetprijzen”, licht Koning toe. Voor een belangrijk deel komt dit door de krapte op de arbeidsmarkt, een deel komt door de invoering van btw op openbaar vervoerprojecten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels