nieuws

Bedrijfskundige: ISO-certificering is een crime

bouwbreed

De opdrachten stromen binnen. De Bond van Nederlandse Architecten adviseert zijn leden zelfs kieskeurig te zijn en niet alles aan te pakken. Het gaat dus goed in de architectenwereld. Toch verloopt niet alles gladjes, zegt bedrijfskundige Jaap Neijzen (39). “Architecten gaan ervan uit dat ze zijn opgeleid om te ontwerpen. Vervolgens worden ze in de praktijk geconfronteerd met een bureau dat ze moeten runnen. Op dat gebied hebben ze een kennisachterstand.”

Neijzen spreekt uit ervaring. Hij is hoofddocent van de cursus Bouwen en bureaumanagement bij PAS, de praktijkopleiding voor universitair afgestudeerde architecten en stedenbouwkundigen.

Zitten architecten in een hopeloze situatie? Allerminst, vindt Neijzen. “Je ziet binnen die groep steeds meer belangstelling ontstaan voor bedrijfskundige zaken. Dat wordt ingegeven, denk ik, door de veranderende positie van de architect in het bouwproces. De partijen om de architect heen staan zakelijker en bedrijfsmatiger in het leven. En dat dwingt de architect om daar in mee te gaan. Ik heb het idee dat architecten openstaan voor dit soort dingen. Ze weten dat er het nodige aan de hand is en dat er het nodige geregeld moet worden. Ik hoef maar iemand aan te stoten en even een paar dingen te roepen en er gebeurt een heleboel. Wat dat betreft is het een hele dankbare groep om mee te werken.”

Dat Neijzen geen bouwkundige achtergrond heeft, hindert hem niet tijdens zijn docentschap. “Het aardige van kwaliteitszorg is dat voor een architectenbureau dezelfde principes gelden als voor bijvoorbeeld een productiebedrijf. Bij een productiebedrijf ligt de nadruk op machines en de logistiek, dat moet je vertalen naar de situatie bij een architectenbureau. Daar is de informatiestroom naar de medewerkers uiterst belangrijk. Hoe krijg je het voor elkaar dat alle mensen op de hoogte zijn van de informatie die voorhanden is? Je kunt uiteindelijk niet iedereen overal specialist in maken. Dat moet je organiseren en dat is wat tegenwoordig met een mooi woord kennismanagement wordt genoemd. Overigens verzorg ik al vijf jaar kwaliteitsprojecten voor de Bond van Nederlandse Architecten, dus ik sta niet blanco in dat wereldje.”

De onderwerpen die Neijzen in zijn vier dagen durende cursus stopt, lopen uiteen van ‘Beleid en Strategie’ tot en met ‘Juridische structuren’ en van ‘Markten en klanten’ tot en met ‘Culturele reflectie’.

Het lijkt een nogal overladen programma voor vier dagen. “Over al die onderwerpen zou je maanden, zo niet jaren trainingen kunnen verzorgen, dat is waar. Maar wat mij vooral voor ogen staat is om kwaliteitszorg op een goede manier binnen de bedrijven te brengen. Het is eigenlijk een crime dat er ISO-certificering bestaat. Niet omdat het een slecht systeem is, maar omdat mensen zo gericht zijn op het behalen van een certificaat. Kijk liever gewoon hoe je de organisatie kunt verbeteren en doe dat met de mensen die bij je werken.”

Dat idee komt tot uiting in de wijze waarop de cursus is ingericht. “We proberen evenwicht te bereiken door een combinatie te maken van theorie en praktijk. Door in de breedte dingen te laten zien en daarnaast te laten voelen hoe die in het bedrijfsleven werken. We zeggen vooral: bouw je eigen kwaliteitssysteem en daar helpen we dan bij.”

‘Je kunt niet iedereen overal specialist in maken’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels