nieuws

Werelderfgoed, maar geen openluchtmuseum

bouwbreed

Bijna twee jaar nu staat de Beemster op de lijst met werelderfgoed van de Unesco. Voor het bouw- en ruimtelijke ordeningbeleid heeft dat geen gevolgen gehad. Staalbouw systeemschuren zijn gewoon toegestaan en ook op een golfbaan rust geen taboe in het streng vormgegeven zeventiende- eeuwse polderlandschap.

Niet elke Beemsterling was blij toen de Noord-Hollandse Polder eind 1999 werd uitgeroepen tot werelderfgoed. Diverse bewoners wendden zich verontrust tot de gemeente met de vraag of er nu bruut een streep werd gehaald door hun bouw- en uitbreidingsplannen. Maar de gemeente kon ze volgens hoofd sector grondgebied J. Dijkman snel gerust stellen. In het bouw- en ruimtelijke ordeningbeleid veranderde niets door de nieuw verworven status. “Wij waren altijd al zuinig op onze polder en zijn nooit scheutig geweest met het verstrekken van bouwvergunningen.”

Tegelijkertijd is de gemeente geen openluchtmuseum. Als een boer kan aantonen dat hij een schuur nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering, dan mag hij die neerzetten. En dat mag ook een staalconstructie zijn, bekleed met damwandprofielplaten. Ook al vloekt dat met de vele monumentale stolpboerderijen en buitenplaatsen die de Beemster rijk is. Dijkman: “Het is immers ook niet zozeer de bebouwing, maar puur de strakke verkaveling, gebaseerd op renaissancistische uitgangspunten, die door de Unesco tot wereldmonument is bestempeld. De enige eis die we stellen is dat een niet te opvallende kleur wordt gekozen die eruit springt in het landschap. Meestal wordt het dus iets van groen.”

Architect Cornelis de Jong, actief en woonachtig in de Beemster en erkend liefhebber van de stolpboerderij, haalt zijn schouders op bij de ogenschijnlijke onverschilligheid van de ambtenaren. Hij kan zich ook niet echt storen aan de functionele, soms ronduit foeilelijke schuren die her en der verspreid in de Beemster staan. Ze kunnen in zijn ogen nauwelijks kwaad aanrichten in het landschap. “Dat kan wel een stootje hebben”, luidt het droge commentaar. “De levensduur van zulke schuren is hooguit twintig, dertig jaar. Daarna verrijst er weer wat anders op die plek. De hoofdstructuur blijft overeind. Daar gaat het om.”

Waar de gemeente wel voor waakt is, dat afgedankte schuren als gevolg van de onvermijdelijke schaalvergroting in de agrarische sector een andere bestemming krijgen. Vooral aannemers en transportbedrijven willen zich er graag in vestigen, omdat de grond bij de boerderijen veel goedkoper is dan op de bedrijventerreinen van Midden-Beemster en Purmerend. Maar veranderingen van het bestemmingsplan worden niet afgegeven. Opslag is toegestaan in vrijkomende boerenschuren. Meer niet. Ook dat is geen nieuw beleid, maar was al voor de uitverkiezing tot werelderfgoed de gangbare praktijk. Voor zover niet vrijwillig door de gemeente ingevoerd, werd het wel afgedwongen door de provincie, die een heel terughoudend bouwbeleid voorstaat in het agrarische gebied.

Architect de Jong vindt het raar dat er geen grote woningen gebouwd mogen worden in de Beemster. Van 150 kuub kort na de oorlog is de toegestane norm stapsgewijs opgerekt tot een toegestane woninginhoud van 500 kuub. Uitbreiding tot 700 kuub zit in de pen, maar dat is nog steeds te klein naar zijn zin. Zeker in vergelijking tot de majestueuze stolpboerderijen in de polders met volumes tussen 2000 en 4000 kuub, die meer en meer een woonbestemming hebben gekregen. De Jong hoopt dat zich steenrijke particulieren met plannen melden die gemeente en provincie overstag krijgen. Want dat past bij de schaal van de polder.

Verder mogen in de Beemster, als het aan de Jong ligt, wel wat parkachtige landschappen worden aangelegd. De polder is hem soms iets te steriel, te clean. Oorspronkelijk waren er immers ook fraai aangelegde parken en stijltuinen rond de lusthoven die de Amsterdamse kooplieden voor zichzelf hadden opgetrokken in de Beemster.

Ambtenaar Dijkman heeft wat dat betreft goed nieuws: er loopt een vergunningsprocedure voor een 9-holes golfbaan. Het terrein wordt niet sterk geaccidenteerd; er wordt straks gegolfd tussen de fruitbomen en graanvelden. Een echte Beemster-golfbaan. Heel wat anders dan een baan op een oude vuilnisbelt.

De gemeente zelf zou graag wat meer huizen willen bouwen. Met veertig tot vijftig woningen per jaar kan de gemeente voldoen aan de woningbehoefte van de eigen inwoners. De provincie werkt echter nog niet hard mee. De plannen zijn het verst in Zuid-Oost Beemster, vlak boven Purmerend. Daarna zou de gemeente graag het zuid-oostelijk kwadrant van hoofdplaats Middenbeemster volbouwen. Ook dat kan zonder het zeventiende-eeuwse stedenbouwkundige plan van de Beemster geweld aan te doen.

‘De hoofdstructuur blijft overeind, daar gaat het om’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels