nieuws

Pronk geeft vuistregels voor maakbare stad

bouwbreed

Het Rijk heeft veertien stedelijke netwerken aangewezen bij de nieuwe Nota ruimtelijke ordening. In opdracht van het ministerie van VROM zijn nu vuistregels opgesteld om de netwerksteden op te tuigen. Maakbaarheid, diversiteit en imago spelen daarbij een sleutelrol.

Met het project ‘Levende stad’ wordt gezocht naar een verdere invulling van het begrip netwerkstad. Minister Pronk heeft vorig jaar alvast een miljard gulden gereserveerd voor de uitvoering, maar daarmee kan pas worden begonnen als de Vijfde nota is vastgesteld. Het uitgangspunt is dat stedelijkheid niet in een keer te maken is, maar een proces van vele jaren vergt.

De officiële definitie van een netwerkstad is: ‘sterk verstedelijkte zone die de vorm aanneemt van een netwerk van grotere en kleinere compacte steden, elk met een eigen karakter en profiel binnen het netwerk’. Zo staan Groningen/Assen, Arnhem/Nijmegen en Maastricht/Heerlen staan op de nominatie zich als netwerkstad te ontwikkelen.

Op de vier grote steden wordt het concept van Deltametropool losgelaten, waarbij Rotterdam, de Drechtsteden, Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Amersfoort en Almere als één stedelijke zone moet gaan functioneren. Het onderzoeksprogramma Levende stad gaat ervan uit dat in de ontwikkeling van grootschalige nieuwe centra nieuwe kansen liggen voor specialisatie van verschillende gemeenten. In de Randstad of het Noorden van het land is het niet langer noodzakelijk overal hetzelfde aan te bieden.

Koppelingen

Bureau Nieuwe Gracht heeft in opdracht van het ministerie de visie op maakbaarheid van centrumstedelijke woon/werkmilieus onderzocht. Nieuwe centra bestaan in toenemende mate naast de bestaande historische centra. Vrijwel alle gemeenten streven naar koppelingen met de bestaande stad, omdat wordt gestreefd naar de meerwaarde van de combinatie van een dergelijke plek en de bestaande stedelijke omgeving. Het Groninger Museum, de Witte Dame in Eindhoven, het Sphinx Céramique-terrein in Maastricht en verdichting in Almere Stad zijn voorbeelden waar dat met succes is gelukt.

Ondanks de verschillen worden ook overeenkomsten onderscheiden waaruit vuistregels zijn te destilleren. Fysieke, inhoudelijke, ruimtelijke en organisatorische aspecten bepalen de stedelijkheid waarbij processen langzaam verlopen. Goede bereikbaarheid, publiekstrekkers, imago en ambitie zijn daarbij sleutelwoorden.

Loopradius

Bij bereikbaarheid wordt gedacht aan verschillende soorten van vervoer en knooppunten waar openbaar vervoer en parkeren op elkaar aansluiten. Voor het nieuwe locatiebeleid wordt gedacht aan stimuleringsregelingen van de loopradius van een kilometer van een station.

De rol van de overheid ligt met name in het realiseren van het noodzakelijk raamwerk als infrastructuur, bereikbaarheid en inrichting van de openbare ruimte. De overheid bepaalt ook de kwaliteitskaders en het functieprofiel van een plek. Particuliere investeerders mogen dan de kaders invullen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels