nieuws

Voor de Alewijnse Groep is Nederland groot genoeg

bouwbreed

Terwijl het gros van de ondernemingen plannen heeft de Europese markt te bestieren, concentreert installatieconcern Alewijnse Groep zich vooral op Nederland. Een avontuurtje in Roemenië vindt het Nijmeegse familiebedrijf voorlopig wel genoeg.

“We willen wel bij de grotere marktpartijen horen, maar ons streven is niet de grootste te zijn. De organisatie moet plat blijven, vandaar”, legt algemeen directeur Michiel Alewijnse de strategie van zijn onderneming op tafel. Ook al kocht het bedrijf onlangs een scheepsinstallateur in Roemenië, bij Alewijnse vind je geen Europese expansiedrift. “Voor ons is Nederland voorlopig groot genoeg.”

Albert Heijn

Het in 1900 opgerichte bedrijf Alewijnse maakt en installeert elektrotechnische installaties in de utiliteitsbouw, de industrie en de scheepsbouw. Het concern verzorgde recent de elektrotechnische infrastructuur van het nieuwe regiokantoor van de politie in Nijmegen, de installaties van ’s werelds grootste pijpenlegger de Deep Blue en de ‘renovatie-in-éeacuten-week’ van alle Albert Heijns in Zuid-Nederland.

Over het jaar 2000 behaalde de Alewijnse Groep een omzet van 180 miljoen gulden met een totaal aantal werknemers van 800. “De winst was mager”, geeft Alewijnse toe, “slechts 1 procent van de omzet. Dat was in voorgaande jaren met 4 of 5 procent stukken beter.”

Hij wijt het tegenvallende resultaat aan problemen in de aannemerij. “Met name de krappe arbeidsmarkt heeft ons parten gespeeld. De flexibele krachten voor de grotere projecten zijn bijna niet meer te krijgen. Enkele jaren geleden was dat wel anders. In 1993 heb ik het meegemaakt dat we maandenlang tachtig mensen thuis hadden zitten.”

De moeite om aan personeel te komen is blijvend, verwacht Alewijnse, ook bij een laagconjunctuur. Jonge mensen kiezen niet meer voor de toegepaste techniek. “Daar moeten we hard aan trekken”, vindt de directeur. “Jongeren moeten weten dat het een prachtig vak is en wij moeten ervoor zorgen dat het ook daadwerkelijk aantrekkelijk blijft.”

Alewijnse, de vierde generatie in het familiebedrijf, streeft naar relatief kleine werkmaatschappijen met niet meer dan honderd werknemers. Elke werkmaatschappij heeft zijn eigen markt en opereert zelfstandig. Wel wordt onderling informatie en capaciteit uitgewisseld. Dat Alewijnse een familiebedrijf is, maakt volgens de topman niet zoveel uit voor het karakter van de onderneming. “Maar het is een groot voordeel dat de aandeelhouders ook betrokken zijn bij de dagelijkse gang van zaken. Dat komt de snelheid van beslissen zeker ten goede.” Bij de Alewijnse Groep geen scheiding van agenda’s tussen aandeelhouders en directie, benadrukt de directeur. “Verder zitten wij gelukkig niet met het verwachtingspatroon en de druk die een beursnotering met zich meebrengt.”

Een beursgenoteerde onderneming zou geen Roemeense, langdurig onrendabele, onderneming in scheepsinstallaties aangekocht hebben, zoals de groep onlangs deed. “Dat is typisch een zaak van lange adem”, zegt Alewijnse. Het Roemeense bedrijf biedt werk aan 35 mensen.

Verschuiving

Alewijnse ziet in de utiliteitsbouw een verschuiving plaatsvinden: “De techniek wordt steeds belangrijker voor de manier waarop de mensen het gebouw ervaren. Het beeldscherm is bijvoorbeeld zo langzamerhand het centrale punt in het kantoor. Dat heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de verlichting op de werkplek.”

Desondanks spelen de elektrotechnische installatiebedrijven nauwelijks een rol in het overleg met de klant, constateert Alewijnse. “De bouwadviseurs staan als een muur tussen de opdrachtgever en de uitvoerder. Dat zou ik graag anders zien.” Er moet wat hem betreft meer aandacht komen voor het procesmanagement en meer samenwerking van de bouwpartners.

Navelstreng

Een andere verandering tekent zich in alle sectoren af waarin de Alewijnse Groep actief is. “De elektrotechniek krijgt steeds meer raakvlakken met de ICT. Dus verschuift ons werk ook in die richting.” In de elektrotechnische installaties die de groep heeft aangelegd voor drinkwaterzuivering De Steeg speelt de monitoring van het water een grote rol. Hier is de samensmelting van ET en ICT een feit.

Alewijnse: “Ik geloof meer in een combinatie met ICT dan met de werktuigbouw. De ICT is de navelstreng met het management van de klant.” Inderdaad, bevestigt de directeur, daar zitten ook de hogere marges, “maar de risico’s zijn navenant”.

‘Gelukkig niet de druk van een beursnotering’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels