nieuws

Drieëndertig maal zoveel molybdeen in de bodem

bouwbreed

Drieëndertig maal zoveel molybdeen, tienmaal zoveel koper en vijfmaal zoveel antimoon als uit bouwstoffen van de gevaarlijkste categorie mag in de bodem of het water dringen. Als de stoffen maar uit bodemas van een afvalverbrandingsinstallatie (avi) komen. Een andere bouwstof met dergelijke eigenschappen zou helemaal niet toegepast mogen worden.

De regeling die dit toelaat loopt op 1 januari 2002 af. Dat blijkt uit de pas verschenen vijfde druk van ‘Aan het werk met het Bouwstoffenbesluit’. Het rapport is een uitgave van Sdu Uitgevers in Den Haag, samengesteld door het Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving (CUR) uit Gouda, de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat (RWS-DWW) uit Delft en het Kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur CROW uit Ede. Het ministerie van VROM liet ditmaal verstek gaan. Daarom ontbreekt het logo van VROM op het omslag.

Voor de avi-bodemas is een aparte paragraaf ‘bouwstoffen in de bijzondere categorie’ in het leven geroepen. In die paragraaf staat dat de betreffende bodemas na 1 januari 2002 niet meer mag worden toegepast, maar ook dat de maatregel na kwaliteitsverbetering in de toekomst kan vervallen.

Het is niet helemaal duidelijk of ‘de toekomst’ en de genoemde datum samenvallen. Teerhoudende asfalt-granulaten (tag) vielen voorheen ook in de bijzondere categorie, maar mogen sinds 1 januari jongstleden niet meer worden toegepast.

Zuinigheid

Het voorwoord van het rapport legt een verband tussen hergebruik van materialen en de noodzaak om bodem- en oppervlaktewater te beschermen. “Zo zuinig mogelijk omgaan met grondstoffen is tegenwoordig een algemeen aanvaard gegeven”, stellen de schrijvers. “Dit kan mede worden bereikt door al gebruikte materialen opnieuw te gebruiken.” Het Bouwstoffenbesluit is opgesteld met het doel, rekening te houden met enerzijds zoveel mogelijk hergebruik, anderzijds zoveel mogelijk bescherming van bodem en water.

Spannend

‘Aan het werk met het Bouwstoffenbesluit’ is een spannende uitgave. Niet omdat hij leest als een roman, maar omdat op elke bladzijde de spanning tussen overheid en bedrijfsleven doorklinkt. De overheid wil het algemeen belang dienen en het milieu beschermen. Het bedrijfsleven stelt zich ten doel winst te maken. De indringing van bijvoorbeeld koper, molybdeen en antimoon in de bodem en het oppervlaktewater wordt door beide partijen verschillend beoordeeld. Daar is het compromis van de ‘bijzondere categorie’ uit voortgekomen.

Het Bouwstoffenbesluit is op 30 november 1995 gepubliceerd in het Staatsblad. Het treedt stapje voor stapje in werking, alsof de ernst van een bepaalde indringing na jaren groter is geworden. Misschien is dat wel zo, want in de loop van die jaren is de vervuiling nog toegestaan gebleven. Het Bouwstoffenbesluit kent ‘schone grond’ en vervuilde grond van ‘categorie 1’, ‘categorie 2’ en de genoemde ‘bijzondere categorie’. Bouwstoffen van categorie 2 mogen alleen geïsoleerd worden toegepast. Daarbij gelden ook voorwaarden voor de gebruiksfase en de sloop.

Houvast

De Sdu-uitgave leest als een ketting, waarvan de schakels bestaan uit compromissen. “Licht verontreinigde grond mag als schone grond verwerkt worden als ..”, “Het heeft geen zin om streefwaarden te hanteren als niet vijfennegentig procent of meer van de Nederlandse bodem al voldoet”, “De bouwstof mag niet worden vermengd met de bestaande bodem”, maar hij mag wel als grondstof dienen voor de productie van een andere bouwstof.

Gelukkig biedt het rapport een hele reeks voorbeelden van constructies, voorbeelden en vragen uit de praktijk. Dat geeft de gebruiker meer houvast dan het Bouwstoffenbesluit op zichzelf.

‘Aan het werk met het Bouwstoffenbesluit’ kost f 63,50 en is verkrijgbaar bij Sdu Uitgevers, tel. (070) 3789880.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels